Een kunstwerk is geen koopwaar
Foto: rr

De economische logica van Voka is de logica van de wereld geworden, stelt Maaike Neuville, maar in de kunst zijn de regels anders. Als ‘return on investment’ een buzzwoord wordt in kunstscholen, creëer je een cultuur van angst om niet te slagen.

Geachte meneer Libeer,

Bedankt voor uw bijdrage over de culturele sector (DS 8 oktober) . Dank voor uw oprechte interesse in, bezorgdheid over en adviezen voor diezelfde sector. Ik, helaas, kan u geen adviezen geven over die van u, ik ben daarin te weinig onderlegd. Wel vind ik het mijn plicht om u van antwoord te dienen. Als ik mag?

Ik wil u eerst en vooral op het hart drukken dat u zich geen zorgen hoeft te maken over de toekomst van kunst en cultuur. Die twee redden zich wel, met of zonder subsidies, daar hebt u gelijk in. Om kunst te maken hoef je geen geld te hebben, een echte artiest kán niet anders dan kunst maken. Om iet of wat comfortabel te kunnen leven daarentegen, heb je dat kleine beetje wel nodig.

U zegt dat de culture sector zich – zoals een bedrijf – constant in vraag moet stellen. Ook daar geef ik u gelijk. Maar ook dat is iets wat een echte artiest doet. Een kunstenaar – of hij nu muzikant, dichter, schilder, beeldhouwer, schrijver, acteur of filmmaker is – stelt zich constant in vraag, het is de kern van zijn bestaan. Vragen stellen bij zijn leven/omgeving/leefwereld, erdoor geïnspireerd worden, voor die vraagstelling en inspiratie een vertaling vinden en die vertaling in de vorm van een artistieke creatie vervolgens delen met de mensen die het willen horen en zien.

De artiest kan niet anders

Ik ben ook enorm blij om van uw hand te lezen dat u het nut van kunst inziet, want ‘vele bedrijfsmensen zoeken in hun persoonlijke leven naar inzicht en vertroosting in kunst’, zegt u. Fijn. Maar mag ik erop wijzen dat die creaties waarin uw leden inzicht en vertroosting vinden, doorgaans niet gemaakt zijn met het oog op het innoverende en economisch sterke karakter van een regio, maar wel, zoals ik eerder zei, omdat de artiest in kwestie niet anders kon?

En dit is het punt waarop ik het niet meer met u eens kan zijn. Een handelssector kan je niet vergelijken met een culturele sector, net zo min als met een sociale sector. Waarom niet? Omdat de belangen van totaal andere, zo niet tegenovergestelde aard zijn. Het mooie aan inzicht en vertroosting vinden ligt niet in het feit dat het een of andere bankrekening spijst. Ik hoop dat ook u het met mij eens kunt zijn over dit punt.

Subsidiepotje

Ik haalde zojuist niet voor niets ook de sociale sector aan, omdat het debat dringend verbreed moet worden. Een weg waar het platform Hart boven Hard stevig aan timmert – ik vermoed dat u wel al over de alternatieve septemberverklaring gehoord of gelezen heeft? Als we eerlijk zijn, en laten we dat zijn, gaat het niet over een strijd tussen de culturele sector en Voka. Noch over een Vlaams of Belgisch probleem. Het gaat over een bezorgdheid die veel verder gaat dan het persoonlijke loonbriefje of subsidiepotje. Het gaat over een bezorgdheid van velen, niet alleen kunstenaars, maar ook moeders, vaders, scoutsleiders, werknemers, werkzoekenden, sociaal assistenten, studenten, leraren. Het debat dat de culturele sector met u wil voeren is maar een teken aan de wand, aan een veel grotere wand. De logica waarmee u schrijft over economische belangen, is de logica van de wereld geworden. Maar het is een logica met een eigen terminologie, waarbinnen woorden als geluk, ontroering, inzicht, solidariteit, uitwisseling van gedachten en ideeën, samenzijn, inspiratie weinig tot geen ruimte krijgen. Een artistieke creatie, net zoals een ziekenhuispatiënt of een leerling, vind ik geen koopwaar. Niet alles kan afgemeten worden aan bedrijfsmaatstaven, meneer Libeer. Niet aan alles hangt een prijskaartje.

Angst

U bekommert zich ook over de aflossing van de wacht en haalt enkele Vlaamse top-artiesten aan die geen dertigers meer zijn. Ik ben het niet met u eens dat er geen nieuwe, jonge internationale uitstraling meer is op artistiek vlak – kent u Berlin? Kent u Hof van Eede? Kent u Pieter Ampe? Kent u Lisbeth Gruwez? Kent u Bas Devos? Kent u Nicolas Karakatsanis? Kent u Griet Op de Beeck? Kent u Stromae? U kent toch Matthias Schoenaerts neem ik aan? Maar de tijden zijn inderdaad veranderd. Studenten aan een kunstschool worden tegenwoordig om de oren geslagen met termen als return on investment en internationaal succes. Die scholen moeten verdorie zoveel werk steken in het verantwoorden van hun return on investment dat ze geen tijd meer hebben om te doen waarvoor ze gemaakt zijn: les geven!

Dus ja, de structuren zijn wat log. Er hangt een andere atmosfeer dan in de jaren tachtig, ja. Weet u welke? Die van angst. Angst om geen winst te maken, angst om niet te slagen, niet succesvol te zijn. Hoe kan je creatief zijn in zo’n atmosfeer? Hoe wilt u dat er dan iets gemaakt wordt dat buiten de lijntjes kleurt? Nogmaals, een artistieke creatie is geen handelsproduct, de regels zijn anders. Want de paradox bij het maken van een kunstwerk zit hem erin dat, als het gemaakt wordt uit angst om geen succes te hebben, het dan weinig voorstelt. Ik spreek uit eigen ervaring, uit de ervaring van wat ik in mijn loopbaan tot nu toe heb meegemaakt en gezien in de theater-, film- en televisiewereld.

Laten we een kat een kat noemen en onze schrijvers, muzikanten en filmmakers (die trouwens zonder het Vlaams Audiovisueel Fonds niet veel kanten op zouden kunnen) eren om wat ze zijn. Kunstenaars, geen bedrijfsleiders.

Ik wil ook heel graag eens met u van gedachten wisselen. Over wat u raakt bijvoorbeeld. En waarom.