INTERVIEW. Christophe Coppens, veel meer dan die hoeden
Foto: vwi
Ook Christophe Coppens toont werk op de Rotterdamse tentoonstelling 'The Future of Fashion is Now'. In aanloop naar de opening kwam hij vanuit zijn nieuwe thuisbasis Los Angeles naar Rotterdam. Veerle Windels mocht hem enkele vragen stellen.

Christophe Coppens was 21 jaar lang ontwerper. Hem echt in een vakje duwen zou hem onrecht aandoen. Voor de meeste mensen zal hij altijd een hoedenmaker blijven maar Christophe maakte decors voor theater, creëerde accessoires voor Roisin Murphy, opende een fantastische winkel in Japan en etaleerde zijn duistere kantje in expo’s… jaren geleden al.

Toen hij in 2013 de mode vaarwel zei, wou hij nooit meer mode maken – dat was duidelijk. Hij zou zich focussen op wat hij eigenlijk altijd al geweest is: een kunstenaar. Een artiest die met vele media tegelijk wil tonen wat diep van binnen zit. Dat hij mag aantreden op een expo als The Future of Fashion is Now kan verbazen, maar toch is hij er op zijn plaats. Al is zijn reactie op de vraag wat de toekomst van mode moet zijn, heel simpel. Not for me, no.

Je woont nu al even in Los Angeles. Wat heeft die stad tot nu toe met je gedaan?

CC: ‘De stad heeft een soort versnelling aan het proces gegeven. Het proces om fulltime kunstenaar te worden. Het licht van Los Angeles ervaar ik nog steeds als een dagelijks geschenk. De stad heeft me op veel gebieden omarmd: zo zien veel bezoekers de dagelijkse ‘hello, how are you today?’ als oppervlakkige praat, maar bij mij voelt dat aan als een pleister voor de ziel.’

Je zocht het isolement bewust op. Je wou weg uit Brussel.

‘Was ik in Brussel gebleven, dan zou ik in rondjes blijven lopen zijn. Nu heb ik me teruggetrokken in mijn garage om goed na te denken: wat heb ik vandaag nog te zeggen? En eerlijk waar: Na alle pollutie was er bar weinig over in mijn hoofd. Ik moest mezelf weer opbouwen. LA versnelde het proces, om uiteindelijk veel trager te gaan leven en tot de essentie te gaan.’

Je hebt al een paar expo’s achter de rug.

‘In Rotterdam vorig jaar, in Tokio en in New York. En nu dus weer in Rotterdam. Gek genoeg niet in Los Angeles. Daar mailen of bellen ze je nooit terug. Maar misschien komt dat nog.’

Je was nu zo’n drie weken aan deze kant van de oceaan. Plussen en minnen?

‘Ik heb achttien afspraken gemaakt met galeries en musea in België en ik heb toch zeventien boeiende conversaties gehad. Daar zal allicht wel een expo of nog iets anders uit voortkomen. Ik heb weer dagenlang grijze luchten gezien en ik weet: die blauwe hemel van LA is toch echt bijzonder. Los daarvan: LA voedt me enorm.’

Dus blijf je daar.

‘Zeker tot september volgend jaar. Ik besef nu dat ik overal kan werken.’

LA is écht een boeiende stad geworden, in tegenstelling tot pakweg tien jaar terug.

‘Er gaat geen week voorbij of er opent opnieuw iets leuks in Downtown. LA is booming, echt waar. Ik heb de indruk dat het daar nu aan het gebeuren is. Of misschien ben ik te vroeg. Zoals zo vaak in mijn leven.’

Haal je voldoening uit wat je vandaag doet?

‘Toch wel uit het nadenken over, uit het zien groeien van mijn werk. De voorbije drie expo’s gingen over het verwerkingsproces. Alles is opgekuist in mijn hoofd, zo voelt het nu aan. Dus komt er ruimte vrij en kan ik andere dingen doen. Ik heb het nu wel gehad. Het kan nu wel over iets anders gaan. Vroeger had ik nooit tijd. Ik was met duizend dingen tegelijk bezig en had het gevoel geleefd te worden. Maar je wilt zo hard dat het werkt dus doe je door. Nu ben ik enkel met de essentie bezig.’

Je hebt al verzamelaars van je werk.

‘Ik heb die altijd gehad, maar het klopt: ook voor wat ik vandaag doe, heb ik medestanders die me steunen. Vaak zijn het mensen die me al jaren volgen. En die weten dat er altijd meer is geweest dan hoeden.’