Werk. Wie kan werken, moet werken maar dan wel flexibel
Bart De Wever, Jan Jambon en Koen Geens. Foto: Photo News

De regering laat zich niet vastpinnen op een aantal, maar wil een pak jobs creëren. De grote contouren van die aanpak waren reeds tijdens de onderhandelingen bekend geraakt maar het regeerakkoord levert toch nog enkele opvallende vaststellingen.

Lagere lasten

Voor het einde van de regeerperiode wil de regering de loonhandicap van onze bedrijven wegwerken die sinds 1996 ten opzichte van de buurlanden werd opgebouwd. Dit gebeurt zoals gekend door een indexsprong te organiseren, door het basispercentage van de werkgeversbijdragen te verminderen tot 25 procent, en door te waken over de loonmatiging bij het afsluiten van cao’s. Specifiek voor kmo’s zal de regering de bijdragevermindering voor de eerste drie aanwervingen versterken en vereenvoudigen. Specifiek voor de horeca wordt het aantal toegelaten overuren van 180 naar 360 gebracht.

Flexibele loopbanen maar niet-gemotiveerd tijdskrediet sneuvelt

De loopbaanspreiding moet soepeler, zo heet het in het regeerakkoord. Er komen daarom geïndidvidualiseerde ‘loopbaanrekeningen’ die de werknemers in staat stelt om tijd en/of een loon te accumuleren. Het loon of de tijd die verzameld wordt doorheen de carrière kan gebruikt worden om tijdelijk loopbaanonderbreking te nemen, om de overgang tussen twee banen te overbruggen bovenop de werkloosheidsuitkering of om het wettelijk pensioen aan te vullen. In deze spaarrekening kunnen het tijdskrediet, de loopbaanonderbreking en alle soortgelijke stelsels worden geïntegreerd.

De uitkering voor het niet-gemotiveerd tijdskrediet en loopbaanonderbreking wordt daarbij wel geschrapt. De verschillende systemen tussen het tijdskrediet en loopbaanonderbreking binnen de privésector, de publieke sector en de non-profitsector moeten tegen 1 januari 2020 volledig zijn gelijkgeschakeld.

Striktere voorwaarden voor werkloosheidsuitkering en arbeidsongeschiktheid

Werknemers moeten zich inschrijven bij de VDAB binnen de maand nadat hun opzeg is ingegaan. Dit is een voorwaarde om te kunnen genieten van de werkloosheidsuitkering. Eerder raakte al bekend dat langdurig werklozen verplicht twee halve dagen per week gemeenschapsdienst zullen moeten vervullen. Wie dat niet wil, kan eveneens geschorst worden. Iedereen moet trouwens tot zijn 65ste beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt. En voor jonge werklozen geldt dat het recht op een inschakelingsuitkering ‘gekoppeld wordt aan een minimale diplomavereiste.’

De periode van gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid wordt zoals gekend op 2 maand gebracht. ‘Zo worden werkgevers geresponsabiliseerd en krijgen ze de mogelijkheid om via preventieve maatregelen en aangepast werk te vermijden dat de werknemers definitief de arbeidsmarkt verlaten en arbeidsongeschikt blijven,’ aldus het regeerakkoord.

Minder centen voor hogere anciënniteit

Opvallend, de sociale partners moeten een nieuw loopbaanmodel onderhandelen. Dat model moet meer rekening houden met competenties en productiviteit in plaats van ‘een loutere lineaire toename in functie van leeftijd en anciënniteit.’ Met andere woorden: oudere werknemers verdienen niet noodzakelijk meer.