Hebben  de culturo’s een megafoon?
Tom Naegels

Als de cultuursector veel forum krijgt op de opiniepagina’s om zijn ongenoegen over de besparingen te uiten, krijgt hij dan makkelijker toegang dan andere sectoren? Tom Naegels plaatst een en ander in perspectief.

Het valt op: de besparingen van de Vlaamse regering treffen tal van mensen en sectoren, maar de culturele sector protesteert het hardst. Of dat lijkt toch zo als je de opiniepagina’s leest. Tot en met gisteren verschenen in De Standaard dertien opiniestukken over de begroting van de regering-Bourgeois, waarvan er acht over cultuur gingen. Vier gingen over onderwijs en één over De Lijn.

Protesteren kunstenaars het hardst, of vinden zij het makkelijkst de weg naar de media? Speelt er met andere woorden een soort mattheuseffect: wie al bekendheid heeft, kan zijn grieven makkelijker publiek maken, waardoor het idee kan ontstaan dat die belangrijker zijn dan andere?

‘Wat zeker meespeelt’, zegt Anni van Landeghem, chef opinie van de krant, ‘is dat kunstenaars gewend zijn om een podium te betreden en voor een breed publiek te spreken. Er is meer voluntarisme om zich te manifesteren. Het is veel langer zoeken naar onderwijsmensen die een stuk willen én kunnen schrijven.’

De opinieredactie zoekt namelijk in grote mate proactief naar mensen die een opiniestuk willen schrijven – spontane inzendingen worden minder geplaatst. Daarvoor hanteert ze een mix van criteria, waarbij veel aandacht gaat naar spitsheid, leesbaarheid, dwarsheid. Stilistische criteria dus: een opiniestuk moet, net als andere stukken in de krant, lezers aanspreken, prikkelen, aanzetten tot lezen en achteraf laten nadenken. Ook het profiel van de schrijver heeft belang: de krant werkt niet graag met ‘institutionele’ contacten, zoals vakbonden of belangenverenigingen, omdat wat zij schrijven vaak stroef klinkt en weinig verrassend is. Een spitsvondig en dwars individu met voldoende autoriteit, maar toch niet institutioneel, dat lezers op een andere manier naar een kwestie kan doen kijken, draagt de voorkeur weg.

Dat zijn natuurlijk criteria die sterk in het voordeel spelen van mensen uit de culturele sector. ‘Het is moeilijker om onderwijsmensen te vinden die hetzelfde kunnen’, zegt Van Landeghem. ‘Leraars zijn vaak huiverig om zich uit te spreken, ik kan niet elke keer dezelfde pedagoog aan het woord laten. Ik ben heel blij dat ik in de woensdagkrant lezersbrieven van een paar leraars kan bieden. We hebben gezocht bij de VRT, maar daar wil niemand spreken.’

Nu, als je naar redactionele aandacht kijkt (de hoeveelheid artikels in de nieuwssecties van de krant), dan ligt het zwaartepunt wel bij onderwijs. Een beetje als je het aantal stukken in rekening neemt (vijf over de besparingen in het onderwijs, drie over die bij cultuur, twee over De Lijn en twee over de VRT), maar meer mocht je punten toekennen aan de prominentie ervan: onderwijs haalde één keer de voorpagina (‘Uur extra les voor zelfde loon’, 26 september) met een dubbele pagina binnenin, en één keer de ‘tweede voorpagina’ op pagina’s 2 en 3 (‘Besparingen brengen onze werking in gevaar’, 25 september). Ook dS Avond wijdde een voorpagina aan onderwijs (24 september). De besparingen bij cultuur zitten alleen vooraan in de krant als het gaat om de politieke impact (interview met Sven Gatz, ‘Dit is een vorm van contractbreuk’, 25 september) en worden redactioneel alleen groot behandeld in de cultuurbijlage dS2 (‘We zitten met zijn allen in de stront’, 26 september).

Het is mogelijk dat de onderwijssector liever werkt via de klassieke binnenland-berichtgeving, mogelijk omdat institutionele bronnen daar net een voetje voor hebben (omdat ze machtiger zijn, en dus meer impact hebben, dan de dwarsdenkers die zo spits kunnen schrijven). Maar het weerspiegelt ook het bestaan van subculturen in de samenleving, cirkels van macht ook, die hun weerslag kennen in de secties van een krant. De ‘culturo’s’ voelen zich als een vis in het water als ze een opiniestuk schrijven, maar hebben het lastig om een voorpagina voor zichzelf te versieren. Vakbondslieden of voorzitters van werkgeversorganisaties komen dan weer bij mij klagen omdat hun spontaan ingezonden opiniestukken niet verschijnen, maar vergeten dat ze makkelijker toegang hebben tot redactionele aandacht.

Welke sectie – if any – van de krant meer impact heeft op de reële besluitvorming, daar heb ik geen idee van. Maar als er al een mattheuseffect speelt, dan speelt het op verschillende plaatsen.

INFO

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)