De coalitie heeft woensdagavond in Syrië nieuwe luchtaanvallen uitgevoerd tegen de terreurbeweging Islamitische Staat (IS). Dit keer werden kleine raffinaderijen geviseerd die gebruikt worden om de jihadisten te financieren.

Onder andere Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten namen aan de luchtaanvallen deel, zo hebben de Amerikanen laten weten. Aangezien het een lopende operatie betreft, wil het Pentagon voorlopig geen verdere details vrijgeven.

Minstens 14 IS-militanten zijn omgekomen bij de luchtaanvallen, meldt het Syrian Observatory for Human Rights dat vanuit Groot-Brittannië opereert. Er zouden ook minstens vijf burgers zijn omgekomen.

De jihadisten controleren in Irak en Syrië verschillende raffinaderijen waarmee ze hun financiering verzekeren door de gesmokkelde olie via tussenpersonen in Turkije, Irak, Iran en Jordanië te verkopen.

Sinds 8 augustus hebben de Verenigde Staten al bijna tweehonderd luchtaanvallen uitgevoerd tegen doelwitten van IS in Irak. Dinsdag werden die bombardementen tegen IS, met de steun van vijf Arabische landen, uitgebreid naar Syrië. Over de precieze bijdragen aan de recente luchtaanvallen van Jordanië, Qatar, Saoedi-Arabië en Bahrein werd door de Amerikanen niet gecommuniceerd.

De VN-Veiligheidsraad heeft woensdag ook unaniem een resolutie aangenomen waarin de lidstaten worden opgeroepen om de vijs aan te spannen ten aanzien van de buitenlandse terreurstrijders. Ze hebben zich geëngageerd tot strengere grenscontroles en tot toezicht op reisplannen.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in