‘Jack the Ripper was een Pool’
Aaron Kosminski

Jack the Ripper heette eigenlijk Aaron Kosminski en hij was een Pool. Zo ontmaskert de Britse krant The Mail on Sunday naar eigen zeggen exclusief de dader van het grootste moordmysterie aller tijden. En dat dankzij DNA-bewijzen die beschreven worden in een gloednieuw boek over de zaak.

Russell Edwards, een zakenman die geobsedeerd raakte door de zaak, kocht enkele jaren geleden op een veiling een sjaal met bloedvlekken die volgens de eigenaar bij een van de slachtoffers van de seriemoordenaar gevonden werd. Hij sloeg de handen in elkaar met dokter Jari Louhelainen, een wereldautoriteit op het vlak van sporenonderzoek bij historische misdaden. Dankzij DNA van afstammelingen van zowel slachtoffers als van de Poolse immigrant vond de dokter een match, maar liefst 126 jaar na de moorden en drie jaar nadat de testen startten. Kosminski, die meteen na de moorden al bij de hoofdverdachten gerekend werd, is de dader. Hij zou een zwaar geestelijk gestoorde jongeman geweest zijn.

Jack the Ripper vermoordde in de herfst van 1888 minstens vijf prostituees op gruwelijke wijze.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig