België ontsnapt niet aan groeiende inkomensongelijkheid
Foto: rr
De voorbije 25 jaar is het inkomen in ons land sterk gestegen. Maar niet iedereen profiteerde evenveel van de inkomenstoename. De twintig procent rijkste huishoudens trokken ruim de helft van de inkomensgroei naar zich toe.

Dat blijkt uit een analyse van de fiscale aangiften vanaf 1973 tot 2011 door De Standaard. Ze geven een beeld van de evolutie van de bruto-inkomens die voor het gros uit arbeid worden gehaald. De cijfers tonen daarom vooral aan dat de toplonen in België weghollen van de rest.

Door de sterke toename van hun inkomen ontvangt de rijkste twintig procent vandaag iets minder dat de helft van het totale jaarinkomen. Wie in 2011 een netto belastbaar inkomen – na belastingaftrekken – van meer dan 40.399 euro had, behoort tot de rijkste twintig procent.

Ook binnen het kransje topverdieners is de koek erg ongelijk verdeeld. De ‘rijkste’ helft van de kopgroep zag haar aandeel in het totaal drie keer sneller stijgen dan de ‘armste’ helft. Die rijkste tien procent is nu goed voor ruim een derde van het totale inkomen. Leden van deze groep hebben elk een inkomen van meer dan 56.895 euro. De ‘one percent’, de één procent rijksten, ging nog sneller vooruit. Die één procent verdient 126.565 euro en rijft zo 7,5 procent van de totale inkomsten binnen, ruim een derde meer dan een kwarteeuw geleden.

Met de groeiende inkomensongelijkheid volgt België een internationale trend. Zoals onder anderen de Franse econoom Thomas Piketty aantoonde, stijgt ook in andere westerse landen de binnenlandse ongelijkheid.

Ongelijkheid is na het grensverleggende boek ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ van Piketty het meest spraakmakende economische thema van dit moment. Ook in ons land. Hoe ongelijk is België eigenlijk? De Standaard zocht het uit aan de hand van nooit eerder gepubliceerd statistisch materiaal, en gaat met de reeks 'De Kloof' een week lang in op deze cruciake vraag.