Het is de weg naar Vlaanderen  die langs Zweden loopt
‘De N-VA hoopte dat de PS zich zou terugplooien op het Waals Gewest in geval van een herstelbeleid, en zo gebeurde.’ Foto: Dieter Telemans

Dat de in de steigers staande Zweedse coalitie België zou kunnen versterken omdat ze het communautaire achterwege laat, lijkt Nicolas Bouteca nogal sterk. Want de premisse dat de oppositie wegblijft uit Vlaams-Waalse denkbeelden, staat nu al onder druk.

Wie? Politicoloog (UGent).

Wat? Het plan van de N-VA om de PS terug te dringen naar het gewest en ze daar te confronteren met een besparingsregering, komt uit. En zo zou ze weleens kunnen aantonen dat haar basisstelling klopt.

De opvallende samenstelling van de Zweedse coalitie, met een sterke ondervertegenwoordiging van de Franstaligen in de federale regering, confronteert ons met de fundamenten van onze Belgische democratie. Als je het uitzicht en het ontstaan van het zeer specifieke Belgische federalisme bekijkt, kun je niet anders dan concluderen dat er wat wringt aan de Zweedse constructie. Dat geldt zeker voor die partijen die de Belgische eenheid belangrijk vinden.

Gisteren verscheen een interessante bijdrage over de ‘kamikazeconstructie’ die momenteel federaal in de steigers wordt gezet (DS 26 augustus) . De auteurs beweren dat regeren met een serieuze Franstalige minderheid legitiem is en dat dit het einde van België niet dichterbij brengt. Integendeel zelfs, het kan volgens de auteurs zelfs versterking betekenen, want eindelijk wordt federaal een ideologisch project op poten gezet, wars van communautaire tegenstellingen. Daar zijn evenwel serieuze kanttekeningen bij te plaatsen.

Spiegelbeeld Brussel

Ten eerste. Is het problematisch om federaal te besturen op basis van een meerderheid die slechts op de steun van 20 Franstalige kamerleden kan rekenen terwijl je er eigenlijk 32 nodig hebt om een Franstalige meerderheid te hebben? Dat is het volgens mij wel, sterker nog, ik denk dat het ook voor het merendeel van de onderhandelaars rond de tafel een probleem is. Wettelijk is het in orde en er is zelfs sprake van een zekere vorm van legitimiteit omdat er sowieso een meerderheid is. Maar het moeilijke aan die ondervertegenwoordiging van de Franstaligen wordt voor een Nederlandstalige goed duidelijk als je naar Brussel kijkt. Brussel is het spiegelbeeld van België: de Nederlandstaligen zijn er in de minderheid en de Franstaligen ruim in de meerderheid. Om de belangen van de Nederlandstaligen te beschermen, is in Brussel een meerderheid nodig aan Nederlandstalige kant om een regering te vormen. Dat maakt van de Nederlandstalige Brusselaars volgens sommigen de best beschermde minderheid van het land, want op het federale niveau bestaat die vereiste niet ten voordele van de Franstaligen. Je zou dan ook de vraag kunnen stellen wat de onderhandelaars van de Zweedse coalitie tegenhoudt om komaf te maken met die Brusselse regeling als het op federaal niveau blijkbaar geen probleem is om met een Franstalige minderheid te regeren? Zijn de N-VA en CD&V bereid die discussie te voeren of blijven ze in deze legitimiteitsdiscussie liever met twee maten en twee gewichten wegen? Alleen al daarom is het denk ik onjuist om geen graten te vinden in de Zweedse coalitie.

L’état Belgo-Flamand

Ten tweede. Is de Zweedse constructie problematisch voor de Belgische eenheid? Gisteren werd hier beweerd van niet, maar zonder een uitspraak te doen over het belang van het voortbestaan van ons land, denk ik dat dit wel een probleem kan zijn. De redenering dat de Zweedse coalitie tot meer België zal leiden is immers gebaseerd op de veronderstelling dat de oppositie het sociaal-economisch beleid niet communautair zal kaderen. Laat dat nu net zijn wat aan het gebeuren is. De grondwetspecialisten Francis Delpérée en Marc Uyttendaele komen uit de Franstalige oppositiestal en stellen letterlijk dat ‘la Suédoise’ de belangen van de Franstaligen in het gevaar zal brengen. Nochtans is het voor iedereen duidelijk dat de Zweedse coalitie alleen een sociaal-economisch programma zal hebben en geen communautair. Daarmee is de leuze ‘L’état Belgo-Flamand’ uit de tijd van de socialistische vakbondsleider André Renard terug van weggeweest. In de nasleep van de Eenheidswet (1961), waarmee de toenmalige regering van christendemocraten en liberalen wilde besparen, werd toen het beeld gecreëerd dat het ‘linkse’ Wallonië bestuurd werd door het ‘rechtse’ Vlaanderen en dat de Walen dus niet het beleid kregen waar ze voor gestemd hadden. Die stelling was dodelijk voor het unitaire België omdat daardoor ook aan Franstalige kant de roep om zelfbestuur luid ging weerklinken. Dat bracht de gewestvorming op gang en versnelde als nooit tevoren het einde van het land.

De bocht van Bracke

Dat is wellicht ook waarom de N-VA nu, zelfs zonder onmiddellijke staatshervorming, bereid is om federaal mee te regeren. De partij heeft de strategie achter de zogenoemde bocht van Bracke nooit onder stoelen of banken gestoken. De klemtoon zou op het sociaal-economische verhaal komen te liggen in de hoop dat de PS zou terugplooien op het Waals Gewest zodra die partij geconfronteerd werd met het rechtse ‘herstelbeleid’. De N-VA wil dan ook niet aantonen dat het Belgische model werkt, maar vooral aangeven dat haar basisstelling klopt, namelijk dat Vlaanderen en Wallonië twee compleet tegenovergestelde werelden zijn.

Je kan dus hopen dat de Franstalige oppositie het beleid van de Zweedse coalitie niet communautair zal framen, maar zowel het verre als het recente verleden lijkt aan te geven dat dat wel het geval zal zijn. Dat de Zweedse coalitie een goede zaak zou zijn voor het Belgische weefsel is dan ook veeleer droom dan werkelijkheid. De Belgische fundamenten worden door deze regeringssamenstelling wellicht een stukje minder stevig. Het brengt de N-VA dan ook een stapje dichter bij het fameuze artikel 1 van haar statuten. Maar voor partijen als CD&V, Open VLD en MR, die de Belgische eenheid belangrijk vinden, moet het Zweedse experiment tot nadenken stemmen.