Hoezo IS heeft niets met de islam te maken?
Als we jongeren willen wapenen tegen de sirenenzang van de IS-terreur, moeten we hen adequaat informeren.’ Foto: Mohammed Jalil

Het klinkt wel netjes om uit te roepen dat IS helemaal niets met de islam van doen heeft, maar dat klopt niet helemaal, schrijft Patrick Loobuyck. Meer zelfs, het is contraproductief om de islam als eenzijdig positief voor te stellen.

Wie? Hoofddocent levensbeschouwing (UA) en auteur van ‘De seculiere samenleving. Over religie, atheïsme en democratie’ (Houtekiet)

Wat? Net als bij andere religies zijn er in islamitische heilige teksten elementen te vinden die niet bepaald democratisch of vredelievend zijn. Je kan die beter duiden, dan ze te verzwijgen.

De oproep van Bart De Wever aan de moslimgemeenschap in België om zich openlijk te distantiëren van IS en de gruweldaden die zij daar in het nieuwe kalifaat in de naam van Allah verrichten, leidde tot controverse. Kunnen we er niet gewoon vanuit gaan dat elke redelijke mens – dus ook de moslims hier – het gedachtegoed, de doelstellingen en de praktijken van Islamitische Staat (IS) veroordelen? Waarom zouden de moslims die hier leven en op geen enkele manier verantwoordelijk zijn voor wat in Irak gebeurt daar explicieter moeten over zijn dan de rest van de bevolking? Dat was ook de eerste reactie van de Moslimexecutieve: we hebben er niets mee te maken. Bovendien zou IS haaks staan op de echte islam: ‘Als ijverige studente islamtheologie heb ik in de teksten nooit iets gevonden over de noodzakelijke vervolging van andersgelovigen of de creatie van een rijk dat gezuiverd is van alle andere religies’, zo schrijft Rachida Aziz (DS 16 augustus) exemplarisch.

Maar ondertussen doen de moslims toch waar Bart De Wevers toe aanspoorde: de Moslimexecutieve van België heeft zich gedistantieerd van IS en hun gruweldaden veroordeeld (DS 20 augustus) ; en we kunnen verwachten dat ook de Turkse imams – in navolging van hun hoogste geestelijke Mehmet Görmez – de wreedheden zullen veroordelen die IS in naam van de islam pleegt.

Geweldpotentieel

Het kan zeker geen kwaad dat de moslimgemeenschap zich openlijk van IS distantieert. Ze moet dat niet doen omdat De Wever dat vraagt, maar uit zelfrespect. Het is bovendien een belangrijk signaal, zowel naar moslims als naar niet-moslims in onze samenleving; er zijn immers ook uit onze samenleving moslimstrijders naar daar vertrokken. Maar de manier waarop de veroordelingen uitgesproken worden, is weinig accuraat. De rode draad blijft immers dat IS niets met de islam te maken heeft. Er wordt zelfs opgeroepen om het nooit voluit over de Islamitische Staat te hebben omdat hun ‘criminele handelingen niets te maken hebben met de waarden van de islam’. Dit is trouwens ook de teneur die we terugvinden in de reacties van bijvoorbeeld Obama na de moord op de Amerikaanse journalist James Foley.

Maar met zo’n politiek correct negationisme schieten we niets op. Hoezo IS en de strijd voor een kalifaat hebben niets met de islam te maken? Het heeft absoluut geen zin om te verdonkeremanen dat de islam – en dat geldt ook voor andere religies – een geweldpotentieel heeft. Religies zijn krachtige middelen om mensen te motiveren bepaalde handelingen te stellen. Ze zijn in staat om het mooiste, maar ook het lelijkste uit de mens te halen. Religies, en de islam is daar absoluut geen uitzondering op, zijn ambivalente fenomenen. In heilige teksten zijn vaak achtenswaardige dingen te lezen over naastenliefde, respect voor de schepping en het streven naar gerechtigheid, maar er zijn net zo goed dingen te lezen die moreel en democratisch gezien van hoogst twijfelachtig allooi zijn. Het is nu net zaak om mensen van die ambivalentie bewust te maken en hen daarmee te leren omgaan. We doen dat niet door bijvoorbeeld nu de islam eenzijdig als een positieve religie voor te stellen, maar door erop te wijzen dat er in bepaalde islamitische teksten, leerstellingen, interpretaties en strekkingen wel degelijk gevaarlijke kanten zijn. Reëel gevaarlijke kanten overigens – zo leren de geschiedenis en de realiteit.

Sirenenzang

Als we onze moslimjongeren willen wapenen tegen de sirenenzang van de IS-terreur en de droom van het kalifaat, dan moeten we hen adequaat informeren over de positieve en negatieve mogelijkheden van een religie als de islam. Ontkennen dat de idee van het kalifaat iets met de echte islam te maken heeft, is niet alleen onjuist, het is ook nefast. Jongeren komen er vanzelf wel achter dat dit desinformatie is, en trekken dan al gauw de conclusie dat hier in het westen een foute islam wordt beleden en ze voor de echte islam bij IS moeten zijn. In plaats van te ontkennen, moeten we duiden en mensen in staat stellen om het fundamentalisme te doorzien. Dat de idee van een kalifaat als islamitische staat onderdeel is van de islamitische traditie moet niet ontkend worden, maar uitgelegd: waar staat dat kalifaat voor, welke rol heeft het in de geschiedenis gespeeld, welke plaats was daarin voor andersdenkenden? Analoog moeten we niet verzwijgen dat de koran ook de zogenaamde ‘verzen van het zwaard’ bevat waarin wordt opgeroepen om te strijden tegen hen die niet in God geloven en niet volgens Gods verboden leven. Wel moet aangegeven worden waarom deze verzen in de Koran staan, op welke manier ze gebruikt en misbruikt zijn en op welke manier men nu met deze verzen wil omgaan door er een interpretatieve mouw aan te passen en ze in een andere context te plaatsen. Het heeft ook geen zin om te ontkennen dat er in de islam nogal wat elementen zijn die haaks staan op democratie en seculier samenleven. Wel moeten moslims in staat gesteld worden om die spanningen te zien en er op een zinvolle manier te leren mee omgaan. Dit vergt een moeilijk en zelfkritisch, maar niet onmogelijk leerproces.

Je hoeft de geschiedenis van de monotheïstische godsdiensten, en met name van de islam, maar een beetje te bestuderen om te weten dat ze vrij gemakkelijk in totalitaire ideologieën kunnen veranderen. Dat in de huidige context verzwijgen is laf en inefficiënt: het zal geen enkele toekomstige westerse Syrië- en IS-strijder op andere gedachten brengen. Als we jongeren willen tegenhouden, zullen we – en in het bijzonder de moslimvoorhoede zelf – met een inhoudelijk beter gestoffeerd verhaal moeten komen.