The National was nog aan zijn laatste stuiptrekking bezig op het hoofdpodium toen The War On Drugs in de Club aftrapte met het majestueuze 'Under the pressure'. En kijk, de tent zat meteen knalvol. Niet zo gek, want Adam Granduciel en co hebben met Lost in the dream een van de platen van het jaar gemaakt. Iederéén wilde de band uit Philadelphia zien.

In de Rotonde van de Botanique eerder dit jaar zaten de breed geschilderde indierocklandschappen van de Amerikaan nog wat gewrongen. Zo dicht op de huid soleerde de bescheiden frontman zelfs met zijn rug naar het publiek. Niks daarvan voor de Pukkelpop-meute, dat hem gretig in de armen sloot. Granduciel genoot.

Voor die gulheid werd het publiek beloond met succulente versies van oud en nieuw werk. 'Baby missiles' denderde voort als een onder stoom geraakte goederentrein, 'An ocean between waves' hypnotiseerde met gitaarlijnen die zich glinsterend tegen de strakke beat schurkten. Lange solo's priemden door een dik deken van saxofoon en toefjes elektronica.

Granduciels recept is verleidelijk. Van Springsteen leent hij de wall of sound, nerveuze drumpatronen à la Suicide geven de songs een onpeilbare urgentie, en van John Lennon leerde hij zijn ziel open te gooien. Lost in the dream is de weerslag van een liefdesbreuk, de eenzaamheid die de toerende muzikant versmacht en de daaruit groeiende paniekaanvallen.

The War On Drugs' atmosferische klankpalet greep je langzaam bij het nekvel, om je niet meer los te laten. 'Burning' steeg boven zichzelf uit, en het machtige 'Red eyes', hun beste song, bracht de hele tent in vervoering. 

'Lost in the dream or just the silence of a moment', zong de frontman hoog en vertwijfeld in de laatste song. Zonder twijfel is dit zijn moment, Granduciel zit op een wolk.