REVIEW. John Newman (***)
Foto: Koen Bauters

John Newman komt als Ella Eyre naar de School of Rudimental, en dat merk je aan alles. Newmans band is gestyled in snedig zwart en wit, het publiek wordt opgevrijd tot zelfs de hardvochtigste zielen smelten en op het podium staat niets stil.

Minst van allemaal Newman zelf, die eindeloos pirouetten draait, kniezwengelt en een paar gemene kungfu-trappen onder de leden heeft. (Als je vecht tegen een onzichtbare vijand, is het dan lucht-kungfu?)

Newman is trouwens een haantje, Britse stijl: een souljongen met suede loafers, een paar zware zegelringen (als je er maar een draagt: aan de pink), een verguld digitaal horloge en een foute gouden armband. Alleen de knieën van zijn grijze pak waren wat zakkig, maar we wisten snel waarom: als Newman ‘I can’t do this again” moest zingen, zakte hij gezwind op de knieën, tot plezier van de meisjes.

Dit was het dertigste van 38 festivaloptredens, wist hij ook te vertellen, en dat merkte je ten goede en ten kwade aan een zekere routine. Newmans band en zijn twee backingzangeressen zijn gesmeerd: hij heeft een soulstem, maar de dansbare nummers kregen een rockjasje met donderende elektrische piano en nadrukkelijke gitaarriffs. De vele dramatische valse stops kwamen dan weer recht uit een ouwe soulrevue.

Het bracht enorm veel volk op de been, dat zich liet charmeren door Newmans jongensachtige branie: ‘We hebben al vijftig procent meer vibe dan toen we begonnen. Zijn jullie daar achteraan ook mee?’ Hij had zijn vijftig procent meer vibe wel bereikt met zijn minder opzienbarende nummers, dus we gunden het hem. Toen hij naar het einde van de set Rudimentals ‘Not giving in’ coverde, met een kirrend orgel en blazers uit het toetsenbord, en zich een weg schopte door “Love me again”, wisten we het zeker: John Newman is een crowdpleaser. Nog wat meer sterke songs en hij wordt een vaste waarde op festivals.