Besparingen zijn blijkbaar het gedroomde excuus om de openbare omroep eindelijk te kortwieken, schrijft Marc Hooghe. Nochtans is een sterke VRT is nog altijd de best mogelijke investering in de Vlaamse cultuur en de Vlaamse samenleving. En is dat niet wat de Vlaamse beweging wil?

Wie? Gewoon hoogleraar ­politieke wetenschappen (KU Leuven).

Wat? Een afgeslankte VRT betekent dat honderdduizenden Vlamingen geen ­fatsoenlijke nieuwsuitzending meer zullen krijgen. Schijnbaar zijn er politici die dat een aanlokkelijk idee vinden.

We hadden dit jaar een Amerikaanse hoogleraar communicatiewetenschappen te gast, en de man was stomverbaasd over het aanbod van de Vlaamse televisiestations. Een volledige speelfilm, zonder onderbreking voor reclame. Elke avond twee uur nieuws en duiding, in volle primetime. Wat hem nog het meest verwonderde: de Vlaamse televisie kan ook vier uur aan een stuk wielerwedstrijden uitzenden, zonder ook maar één onderbreking voor advertenties.

De verbazing van onze Amerikaanse collega toont aan hoe uitzonderlijk een sterke openbare omroep is geworden. In de Verenigde Staten bestaat er ook wel zoiets, maar dat is niet veel meer dan een marginale getto-zender voor intellectuelen. De vraag is hoelang Vlaanderen nog zo’n sterke openbare omroep zal blijven koesteren.

Hakbijl

Op zich is het normaal dat alle overheidsdiensten de volgende jaren zullen moeten besparen, maar als je het geheel bekijkt, dan is er veel meer aan de hand. Sommige diensten moeten niets of heel weinig inleveren, terwijl andere instellingen de volle laag krijgen. Zoals het er nu naar uitziet, behoort de openbare omroep tot die slachtoffers die expliciet in het vizier genomen worden, ondanks het feit dat hij de afgelopen jaren al heel sterk heeft moeten besparen. Bart Tommelein (Open VLD) zegt dat ook met zo veel woorden: hij droomt er al jaren van het bereik van de openbare omroep terug te dringen, en de algemene besparingen zijn het ideale excuus om er eens flink de hakbijl te zetten. Het uur van de vergelding is voor hem nu eindelijk gekomen.

Toch is de positie van de openbare omroep ook niet zo uitzonderlijk binnen Europa. In geheel noordelijk Europa heb je sterke openbare zenders, met marktaandelen tussen de 30 en 60 procent. In het zuiden en het oosten van Europa ligt dat eerder rond de 15 procent. Opvallend: in landen waar de openbare omroep zwak staat, is de politieke kennis van de bevolking beperkter, is er meer politiek wantrouwen en krijgen populistische en racistische partijen meer kansen. Er valt dus wel wat te zeggen voor een samenleving die blijft investeren in een goed functionerende openbare omroep.

Te veel succes

Maar de mantra is nu blijkbaar dat de ­Reyerslaan té succesvol is, waardoor er te weinig ruimte overblijft voor de commerciële firma’s. Dat is een eigenaardig verwijt: er zijn geen andere overheidsinstellingen die afgestraft worden omdat ze hun werk goed doen. Als dat het belangrijkste argument is, dan is er slechts één advies voor de VRT-medewerkers: maak voortaan heel slechte en hermetische programma’s, zodat enkel nog de happy few kunnen volgen, en dan zal Open VLD tevreden zijn.

Het argument van de concurrentieverstoring is al even absurd. Natuurlijk heeft de openbare omroep een heel specifieke opdracht, namelijk de best mogelijke nieuws- en cultuuruitzendingen brengen. Maar alleen voor de VRT zegt men dan dat de overheid zich daartoe zou moeten beperken. Het is alsof men aan de NMBS zou zeggen dat ze niet meer mag rijden op de drukke en winstgevende lijn tussen Gent en Brussel, en alleen nog maar treintjes mag laten rijden op marginale en verlieslatende lijnen naar Poperinge en Neerpelt.

Het argument van de concurrentievervalsing moet juist omgedraaid worden. Er zijn nu commerciële stations die alleen entertainment uitzenden en niet investeren in nieuwsuitzendingen. Goede nieuwsuitzendingen maken kost nu eenmaal veel geld. De VRT biedt wel de volledige waaier van maatschappelijke dienstverlening. Ook wie graag ontspanningsprogramma’s meepikt, krijgt intussen een flinke dosis betrouwbaar nieuws mee. Blijkbaar hoeft ook dat niet meer van de regering-Bourgeois, en een zender als MNM mag gerust naar de privé gaan. In de praktijk wil dat zeggen dat honderdduizenden Vlamingen geen fatsoenlijke nieuwsuitzending meer zullen krijgen. Blijkbaar vinden sommigen in de Wetstraat dat een heel aanlokkelijk vooruitzicht. Hoe minder mensen afweten van de politiek, hoe kleiner de kans dat politici worden afgerekend op het beleid dat ze voeren.

Vlaamse cultuur

De openbare omroep heeft de afgelopen halve eeuw Vlaanderen gemaakt tot de samenleving die het nu is. Zelfs het Nederlands dat we spreken is tot stand gekomen door de VRT, en de openbare omroep heeft daarin altijd veel mensen en middelen geïnvesteerd. De Vlaamse Gemeenschap wordt nu voor het eerst in de geschiedenis geleid door een Vlaams-nationalistische minister-president. Het is ronduit verbijsterend dat uitgerekend die regering een omroep wil decimeren die zoveel betekent voor de Vlaamse cultuur en de Vlaamse samenleving.