‘Begrijpelijk’ racisme bestaat niet
Mia Doornaert

Jodenhaat harder bestrijden is in ons aller belang, schrijft Mia Doornaert.

Een Antwerpse arts weigert een 90-jarige vrouw met een gebroken rib te behandelen, omdat ze Joodse is. Ze moet maar naar Gaza gaan, zegt hij. Een mandataris van CD&V, Hassan Aarab, betreurt dat Hitler niet alle joden heeft vermoord. In de plaats van stante pede uit de partij gezet te worden, komt hij ervan af met een ‘spijtbetuiging’, die druipt van de onoprechtheid. In België en de rest van West-Europa nemen aanvallen op Joodse instellingen en mensen toe. In betogingen weerklinkt weer de lieflijke kreet ‘Hamas, Hamas, joden aan het gas’ – hielp die kreet misschien inspireren tot de obscene term ‘Gazacaust’?

Het angstwekkende is dat die toenemende uitingen van jodenhaat zo weinig protest en veroordeling uitlokken. Als je de meeste van onze politici en media hoort, dan zijn ze een zaak van de ‘Joodse gemeenschap’.

Maar stel dat een dokter aan een zieke vrouw uit de moslimgemeenschap gezegd had dat ze maar naar Irak moest gaan, waar een genocide bezig is. Of naar Pakistan of Afghanistan waar meisjes – en hun ouders - gruwelijk verminkt of gedood worden omdat ze naar school willen gaan. Of naar Nigeria met zijn islamitisch geweld tegen ‘ongelovigen’. Kamerbreed zou de verontwaardiging geweest zijn. Niemand zou gedaan hebben alsof zoiets alleen de moslimgemeenschap aanging.

Evenmin haalt ook maar iemand er de Shoah bij als in Irak tienduizenden leden van de Jezidi-gemeenschap opgejaagd in een kaal berggebied zitten, met de ‘keuze’ tussen omkomen van honger en dorst of vermoord worden door de soennitische IS die hen omsingelt.

Dat zal evenmin gebeuren na de genocide-waarschuwing van aartsbisschop Athanasius Toma Dawod van de Syriaakse Orthodoxe kerk, en van de oudste bevolkingsgroepen en kerken in het Midden-Oosten. Hij zei zaterdag dat de verovering door IS van Qaraqosh, de grootste christelijke stad van Irak, een dramatisch keerpunt vormt. ‘Nu is er een etnische zuivering, een genocide bezig. Ze vermoorden onze mensen in de naam van Allah en zeggen aan hun volgelingen die iedereen die een christen vermoordt recht naar de hemel gaat.’ Wedden dat de reactie veel lauwer zal zijn dan over Gaza?

En wat Gaza betreft, natuurlijk is het geweld daar heel erg. En ja, de Israëlische reactie op de raketaanvallen van Hamas is disproportioneel. En ja, natuurlijk mag en moet Israël daarvoor kritiek krijgen. Maar mag er ook aan herinnerd wordt dat Hamas de aanvallen opzettelijk uitlokt door Israëlische burgerdoelwitten te beschieten en bestanden te verbreken? En dat het opzettelijk manschappen en wapens in of bij scholen en ziekenhuizen plaatst? Die tactiek werkt uitstekend, gezien de disproportionele en eenzijdige galm in onze media over Gaza. Die is beangstigend, want als iedereen hetzelfde zegt, betekent dit dat niemand nog nadenkt. En dat we in het domein van de emotie zitten, van een gevaarlijke emotie.

Niemand zou aanvaarden dat het wijd verspreide en gruwelijke geweld in zoveel moslimlanden ingeroepen zou worden als excuus of vergoelijking voor racisme tegen islamitische landgenoten. Maar haatboodschappen en agressie tegen onze Joodse medeburgers worden wel vergoelijkt, of toch ‘begrijpelijk’ genoemd, wegens ‘Gaza’.

Wel, we moeten die helemaal niet begrijpen. Wie in een democratisch land wil wonen, hoort de grondwettelijke, democratische waarden van dat land te respecteren. En die waarden bannen elke vorm van rassenhaat. We zitten op een gevaarlijk hellend vlak als we een onderscheid maken tussen fout en ‘begrijpelijk’ racisme.

Nu al circuleert een enorme propaganda van jodenhaat, met name in een deel van de allochtone bevolking. ‘Vuile Jood’ is in sommige wijken van onze grote steden weer een vaak gehoord scheldwoord. Waarop wachten we om dat anti-Joods racisme veel ondubbelzinniger en harder te bestrijden? Dat is niet alleen in het belang van de Joodse gemeenschap. Dat is in het belang van ons democratisch bestel. Want de geschiedenis toont het: waar Joden vervolgd worden is de democratie in gevaar.