Het klopt dat de Menenpoort baadt in een traditie van patriottisme en militarisme, schrijven Tomas Baum en Wies De Graeve, maar dat betekent nog niet dat je ze moet herbouwen. Vrede betekent immers respectvol omgaan met diverse stemmen.

We moeten de bestaande Menenpoort afbreken en vervangen door een universeel Europees vredesmonument, vinden Henk Vandaele en Benedict Wydooghe (DS 7 augustus) . Tenminste ‘als we in de komende jaren de vrede serieus willen nemen’. Dat willen we zeker, maar de Menenpoort afbreken is net daarom geen goed idee.

Vooreerst hebben Vandaele en Wydooghe gelijk: de Menenpoort is een symbool van de Britse herdenkingstraditie die baadt in een sfeer van heroïek, patriottisme en militarisme. De Britse traditie is in het algemeen dominant aanwezig in de voormalige frontstreek, niet het minst in de vorm van de vele oorlogskerkhoven. Die liggen er allemaal gedisciplineerd en uniform in het gelid met ‘the sword of sacrifice’ prominent in beeld. De imperialistische boodschap die de Britse traditie vaak expliciet uitdraagt mag ons dan niet zinnen, het is nog geen reden om de sporen ervan uit te wissen. Zeker niet als we ons willen richten op een vredesgezinde herdenking van de Eerste Wereldoorlog.

Meerstemmigheid

Naast de Britse zijn er in ons land nog vele andere herdenkingstradities die naargelang van de plaats meer of minder zichtbaar zijn: de Vlaams-nationalistische (en pacifistische) onder de IJzertoren, de Belgisch patriottische in de Dodengang, de ingetogen, donkere Duitse in Langemark, de inleving via re-enactment,… Er is ook een opmerkelijke van onderuit gegroeide traditie die met de oorlog omgaat in de vorm van het vertolken en verzamelen van persoonlijke verhalen die op een heel organische manier de oorlog herdenkt. Dat is een aanpak die in het spoor van het In Flanders Fields Museum vandaag overigens terecht veel navolging kent.

De Menenpoort is met andere woorden een heel belangrijk, maar lang niet het enige symbool van de herdenking van de Groote Oorlog. En die waaier aan symbolen en tradities brengen elk een eigen stem in het herdenkingslandschap. Sommige van die stemmen gaan tegen elkaar in of leven op gespannen voet. In die zin heeft Erwin Mortier het over ‘de onderhandelingstafel van de geschiedenis’. Aan die onderhandelingstafel kun je krachtig je eigen stem laten horen, maar je snoert anderen niet de mond.

Irak

In die zin moet een herdenking van de Eerste Wereldoorlog in het licht van vrede in de eerste plaats zélf vredevol zijn. Dat betekent ieder zijn plaats erkennen aan de onderhandelingstafel van de geschiedenis en het gesprek aangaan. Zo’n open blik brengt reflectie op gang over herdenken en herinneren, en over oorlog en vrede. Bij de invasie van Irak in maart 2003 was er bijvoorbeeld een spontane samenkomst onder de Menenpoort in een mengeling van verontwaardiging, respect en hoop op vrede. Het is juist, zoals Vandaele en Wydooghe aangeven, dat de Europese stem aan die onderhandelingstafel te stil klinkt. Brede projecten voor publieksgeschiedenis en enkele krachtige symbolen zouden op Europees niveau meer dan welgekomen zijn. Ze zouden het debat over wat vrede en oorlog voor Europa betekende en betekent ten goede komen.

Vrede is echter niet een toestand die in Europa is neergedaald en de sporen van vroeger beter uitwist. Vrede is een constant omgaan met conflicten en spanningen, op een geweldloze manier. Net zo is een vredesgezinde herdenking van de Eerste Wereldoorlog een herdenking die omgaat met de spanningen die er zijn en daardoor onze reflectie over oorlog en vrede naar een hoger niveau tilt. De goed verwoorde kritiek op bepaalde aspecten van de Britse herdenkingstraditie, is tegelijk de reden waarom de Menenpoort best blijft staan. De sloophamer bovenhalen, en in de plaats een monument neerpoten dat iedereen top-down de opdracht geeft om Europees en vredesgezind te herdenken, zou contraproductief zijn.