Doe-het-zelf-samenleving
Foto: Joris Snaet

Was Nederland ook gidsland toen het Vlaams regeerakkoord werd geschreven? Luc Huyse ziet in elk geval parallellen. Toch als het erop aankomt mensen meer zelf verantwoordelijk te maken voor hun leven. Alleen schuilen er bij zo’n op zich aantrekkelijke boodschap adders in het gras, ook dat zie je in Nederland.

Net voor Kerstmis 2011 stuurde de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken Liesbeth Spies (CDA) een brief aan de Raad voor het Openbaar Bestuur, een adviesorgaan van de regering. Zij vroeg om bijstand bij de uitwerking van de door het kabinet Rutte-I geplande ‘compacte overheid’. Het regeerakkoord wil immers, aldus de minister, ‘een krachtige, kleine en dienstverlenende overheid, met minder belastinggeld, minder ambtenaren, minder regels en minder bestuurders tot stand brengen’. Viermaal minder staat dus.

Een jaar later was het advies van de Raad klaar. Titel van het document: Loslaten in vertrouwen. Buzzwoord is ‘vermaatschappelijking’: laat de mensen ‘zelf het heft in handen nemen, omdat die vaak beter dan de overheid in staat zijn om maatschappelijke problemen op te lossen’. Die boodschap dook in september 2013 met kracht weer op in de eerste troonrede van koning Willem-Alexander: ‘Het is onmiskenbaar dat mensen in onze huidige netwerk- en informatiesamenleving mondiger en zelfstandiger zijn dan vroeger. Gecombineerd met de noodzaak om het tekort van de overheid terug te dringen, leidt dit ertoe dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.’

Nederlands model, Vlaams vervolg

Loslaten in vertrouwen, het Vlaams regeerakkoord wemelt van beloften in die richting. Er wordt in het document meer vertrouwen beloofd aan ‘de burgers’, ‘de ambtenaren’, ‘de gemeentelijke overheden’, ‘de verenigingen en het middenveld’, ‘de ondernemers’, ‘de erfgoedeigenaren’, ‘de schooldirecties en de leerkrachten’, ‘de sportfederaties’. Als bewijs daarvan wil de regering ‘een verregaande inperking en vereenvoudiging van de bestuurlijke regels’. Want regeldrift is het wapen van wie wantrouwt. In de plaats komt ‘regelluwte’ in de omgang met de lokale besturen, met het verenigingswezen, met het bedrijfsleven, in de sector van wonen en welzijn. ‘Het maximaal verhogen van zelfredzaamheid’, derde punt van verwantschap, is de Vlaamse versie van wat de Hollandse meesters de invoering van de participatiemaatschappij noemen. Bourgeois I wil ‘zelfredzaamheid stimuleren, ondersteunen en faciliteren’ in steden en gemeenten en in de geplande ‘volwaardige Vlaamse Sociale Bescherming’ (armoedebestrijding, thuiszorg). In een essay in deze krant vatte Bart Sturtewagen de verhalen over ‘zelfredzaamheidsbevordering’ (sic) in zeven woorden samen: ‘Verantwoordelijkheid wordt de regel, ondersteuning de uitzondering’ (DS 26 juli).

Op het eerste gezicht ogen twee van de Vlaamse plannen veelbelovend en zou het zonde zijn om de regering niet op haar woord te nemen. Het vertrouwen dat zij de burgers en hun verenigingen wil geven is verantwoord en broodnodig. Nogal wat mensen willen coproducent van het overheidsbeleid zijn. Ze zijn bovendien heel vaak bijzonder goed geëquipeerd. (Dat hebben onder meer de mensen van Ringland en van Straten-generaal in Antwerpen bewezen.) Ruimte geven aan steden en gemeenten is al even onmisbaar. Zij zijn de ideale laboratoria in de zoektocht naar een meer eigentijdse democratie en een modern burgerschap. Ten tweede, iets doen aan de regeldrift is zeker toe te juichen. Wie zoals Bourgeois I minder overheid wil, heeft met de aanpak van het juridisch overgewicht al een hele klus. (CD&V-voorzitter Wouter Beke merkte in een gesprek met deze krant (DS 26 juli) wel fijntjes op dat de N-VA vijf jaar lang de twee departementen met juridische buikloop – Binnenlands Bestuur en Ruimtelijke Ordening – heeft bezet.)

Meer vertrouwen, minder middelen

Als Holland voor politiek Vlaanderen gidsland is, laat dat toe om al even vooruit te kijken. Loslaten in vertrouwen? Het Nederlandse Sociaal en Cultureel Planbureau ging na hoe groot de afstand daar is tussen droom en daad. Het rapport (Een beroep op de burger. Minder verzorgingsstaat, meer verantwoordelijkheid?, november 2012) zegt onder meer: ‘In veel gevallen betekent meer eigen verantwoordelijkheid dat de overheid de burger de plicht oplegt te handelen zoals de overheid vindt dat dit het beste zou zijn.’

Er is bij beroepspolitici en ambtenaren het hardnekkige geloof dat zij het best weten wat goed is voor de bevolking. Zulke huiscultuur verander je niet zomaar. Daar is veel tijd voor nodig. Elders in het land zijn vragen gerezen over zelfredzaamheid als draagvlak voor een nieuw type van zorg. Het driegeneratiegezin, het gezin waarin grootouders en kinderen en kleinkinderen onder één dak wonen, is al lang niet meer. En dat was in het verleden juist de ankerplaats voor de opvang van zieken en ouderen en gehandicapten. Ook de popular knowledge, de kennis die in eeuwenlange omgang met armoede, ziekte, sterven en mentale defecten was verworven, is weg. In de plaats kwam een vérgaande verdeskundiging van de zorg om ‘de mensen met een schrammetje’, zoals men in Nederland de meest kwetsbare klanten van de verzorgingsstaat heeft genoemd. Kan die klok zonder schade teruggedraaid worden? Of zet falende zelfhulp de poort open voor commercialisering van de zorg en dus voor toenemende sociale ongelijkheid?

Pijnlijker nog is het besef bij velen dat achter de façade van mooie woorden (vertrouwen, verantwoordelijkheid, regelluwte) de kerstwensen van de minister van Binnenlandse Zaken schuilgaan: ‘minder belastinggeld, minder ambtenaren, minder regels en minder bestuurders’. Onder Rutte I heeft de opgelegde zelfredzaamheid van de cultuursector, bijvoorbeeld, geleid tot een halvering van de overheidssubsidies. Meer ruimte voor de lokale besturen is gepaard gegaan met een drastische reductie van hun middelen.

Meer vertrouwen, minder participatie

In het Vlaams Parlement riep minister-president Bourgeois, bij de presentatie van de regeringsverklaring: ‘Leve de Vlaming aan wie we vertrouwen geven. Die willen we de ruimte geven om zichzelf te organiseren.’ Wie je vertrouwt betrek je in het beleid. Die geef je inspraak. Die nodig je uit om groepsgewijze te participeren in de besluitvorming. De tekst van het regeerakkoord stemt daarover niet optimistisch. Het document telt zo’n 60.000 woorden. Slechts vijfmaal komt het woord ‘inspraak’ voor. Als er sprake is van ‘participatie’ gaat het bijna uitsluitend om de bedrijfseconomische betekenis ervan. En groepsgewijs betrokken worden in het beleid? De term ‘dierenwelzijn’ is even vaak te lezen als ‘middenveld’: tienmaal, en met meer toelichting.

Bart Sturtewagen schreef: ‘Niets is wat het lijkt, zei N-VA-onderhandelaar Geert Bourgeois vorige week, toen het er even naar uitzag dat een crisette een snelle vorming van een Vlaamse regering met CD&V verhinderde’ (dS Avond 22 juli). Ook voor het regeerakkoord geldt dat niets is wat het lijkt.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in