Een facelift voor het hoorspel
Inne Eysermans (linkse hoofd) en Saskia De Coster (rechts): een schrijfster en een muzikante werken samen. Foto: Athos Burez

Luister: met hun klankverhaal Heinz hebben Saskia De Coster en Inne Eysermans elkaar gevonden op de breuklijn tussen woord en geluid. ‘Dit is een nieuwe manier van verhalen vertellen.’

Voor het Studium Generale van de Hogeschool Gent maakten ze samen al 21: Saskia De Coster, schrijfster, en Inne Eysermans, frontvrouw van Amatorski. Het was een performance, of een hedendaagse update van het hoorspel, of een verhaal met een soundscape: noem het hoe je wilt, het gaf hen vooral zin om meer dingen te creëren op de breuklijn tussen woord en muziek. Het eerste resultaat daarvan heet Heinz, en het begon toen De Coster een vracht cassettes vond die haar oom Heinz in de jaren 80 had gemaakt.

‘Mijn oom heeft echt van alles en nog wat opgenomen, het zijn dus geen audiobrieven of memoires’, zegt ze. ‘Er staat muziek op, impressies van reizen naar Hamburg of China, en ook veel “halve” opnames, songs waarvoor hij net te laat op “rec” had geduwd.’

Ze houden allebei van het onaffe, het zelfgemaakte van cassettes. ‘In Duitsland vond ik ooit een cassette op een plek waar we overnachtten’, zegt Eysermans. ‘Een opname die iemand waarschijnlijk met een dictafoontje heeft gemaakt. Je hoort hem stappen en dichter bij de radio komen als het refrein begint. Dat is zo mooi.’

Ze schreef haar scriptie over de cassette, maakt zelf ook wel eens audiobrieven als ze op reis is (‘Je moet gaan zitten om ze te beluisteren, het is veel minder vluchtig dan beelden’) en koopt cassettes op rommelmarkten. ‘Ik heb een collectie gekregen van een overleden man, voornamelijk muziekcassettes. Op een ervan staat een radiofragment over de invoering van de euro, de gevaren voor de Europese Unie, voor België ook. Dat stukje hoorde ik in volle eurocrisis: er zat twintig jaar tussen die momenten, maar toch waren ze verbonden.’

Aan de hand van de cassettes probeerden ze het leven van Heinz te reconstrueren. ‘Al is het natuurlijk sterk gefictionaliseerd’, zegt De Coster. ‘We hielden het verhaal over van een onmogelijke liefde. Oom Heinz was blijkbaar een hele grote kattenliefhebber, en de vrouw waar het om draait moest niks van katten weten. Tragisch.’ (lacht)

Het was niet de bedoeling dat Eysermans voor muzikale intermezzo’s zorgde. ‘Ik bespeel geen instrumenten, werk niet met synths om extra lagen geluid toe te voegen. Het is ook geen muzikale voorstelling. Wat ik doe, is echt sound design: ik creëer plekken met de klanken die ik op de cassettes vond.’

Heinz heeft Alzheimer en is zijn geheugen min of meer kwijt. ‘Op een gegeven moment is hij gestopt met cassettes opnemen’, zegt Eysermans. ‘Wat blijft er dan over van die man? Dat heb ik met geluid proberen in te vullen. Het geluid wordt wazig, een echo van wat er ooit was.’

‘We gebruiken ook “Crying” van Roy Orbison’, zegt De Coster, ‘dat nummer keert vaak terug op zijn cassettes. Zoiets laat je natuurlijk niet liggen. Er is niet veel uitleg bij; iemand die steeds weer naar hetzelfde nummer luistert, dat spreekt voor zich. Het verhaal en het geluid vormen echt een geheel. Dat werkt enorm goed om de sfeer van de jaren 80 neer te zetten: de klank van die cassettebandjes, Cyndi Lauper, de val van de Muur… alleen het geluid van plakoorbellen hebben we niet gevonden.’

‘Een geschreven verhaal heeft daar veel woorden voor nodig: ‘Het plein is zonnig en er waait een beetje wind en blablabla’. Klank heeft een directheid die je niet vindt in woorden. Dat is soms mijn frustratie als schrijver: woorden appelleren aan je ratio, je maakt altijd dat sprongetje naar het verstand. Klank komt onmiddellijk aan. Hoor je een ambulance, dan krijg je daar meteen een gevoel bij.’

‘Klanken werken ook heel erg op je herinneringen’, zegt Eysermans. ‘Je creëert een ruimte met je eigen geheugen, dat is wat geluid zo sterk maakt, waardoor het ook blijft hangen. Je verbeelding wordt meer aan het werk gezet dan bij film, waarbij je meer gestuurd wordt in je denken.’

‘Gewoon luisteren is een verademing’, zegt De Coster. ‘Het triggert je verbeelding. We zeggen expres niet hoe oom Heinz eruit ziet. Dit is een film zonder beeld.’

Storyscape

Want ja, wat hebben ze nu gemaakt? Een film zonder beeld? Een hoorspel? ‘We hebben er al veel over gepraat en een term die de lading wel lijkt te dekken, is klankverhaal, of in het Engels: storyscape’, zegt De Coster. ‘Hoorspel’ is misschien niet helemaal de juiste benaming omdat het geen bestaand verhaal is, ondersteund door geluid.’

‘Onlangs ben ik gaan kijken naar een voorstelling van Felix Kubin, een Duitse geluidskunstenaar’, zegt Eysermans. ‘Die maakt fantastisch werk, hij is qua sound design een voorbeeld voor ons. Zijn werk werd toen lecture performance genoemd. Je ziet, benamingen genoeg.’

Er was een tijd toen luisterspelen op de radio zo populair waren als televisiesoaps nu: de BRT had Het koekoeksnest, Orson Welles veroorzaakte algemene paniek met zijn veel te realistische War of the worlds. ‘Maar dat werkt totaal niet meer’, zegt De Coster nuchter. ‘Wij willen een soort geüpdatete versie maken van zo’n hoorspel. Ik snap ook wel dat veel mensen het niet direct begrijpen, want er is bij ons eigenlijk niets voor in de plaats gekomen. Er moet een nieuwe traditie op gang getrokken worden.’

Ze noemen Heinz allebei een pure live-voorstelling. ‘We kiezen er voor om ons niet vast zetten’, zegt Eysermans. ‘Het hoeft niet iedere keer hetzelfde te zijn.’ De Coster: ‘Onze vorige voorstelling, 21, is meer geschikt om met een koptelefoon te beluisteren’. Maar Heinz heeft een publiek nodig dat reageert, omdat er een vorm van reconstructie plaatsvindt waar iedereen zijn eigen vragen bij heeft.’

‘Die ervaring van een voorstelling waarbij je enkel hoeft te luisteren is iets unieks, iets wat ik eigenlijk nergens anders mee kan vergelijken’, zegt Eysermans. ‘Ik heb de smaak daarvoor te pakken gekregen door de luisteravonden die Katharina Smets (radiomaakster voor VPRO, Klara en Radio 1, red.) sinds enige tijd organiseert. Zij leerde de internationale radiogemeenschap In the dark in Londen kennen en bracht het concept mee naar Vlaanderen. Heel bijzonder.’

Een audioverhaal van een uur is misschien moeilijk te verkopen aan een gemiddeld radiopubliek, maar De Coster en Eysermans zien andere mogelijkheden. De Coster: ‘We luisteren allebei graag naar de Witness-documentaires van de BBC, die duren zes minuten, dat is ideaal. Mij lijkt het dat je voor radio ook verhaaltjes zou kunnen maken die de lengte hebben van een song. Mensen bellen graag naar de radio. Ze vertellen graag. Je kunt aannemen dat ze ook graag naar kleine verhalen zullen luisteren. Voor Gone West, het literaire herdenkingsprogramma over de Eerste Wereldoorlog, gaan Inne en ik weer samenwerken. Daarvan willen we wel een podcast maken of een ander format dat op de radio te beluisteren is.’

Werk met mij

Hebben ze nu iets gedaan dat ze anders nooit hebben gedaan? Zijn ze op elkaars terrein gekomen? ‘Ik denk dat jij dat meer hebt met muziek dan ik met tekst’, zegt Eysermans tegen De Coster. ‘Dat is niet waar’, zegt die. ‘Ik weet nog dat ik in het begin echt aan het preken was, dat ik dingen inlas en dat duurde ellenlang. Jij me er wel toe gebracht om terug tot de essentie te komen.’

‘We denken allebei ruimtelijk’, zegt Eysermans. ‘Als ik een liedjestekst heb, dan wil ik die ook in arrangementen omzetten. Als er vogels vliegen in de tekst, dan wil ik dat in het arrangement laten horen.’

Ze kenden elkaar al, toen De Coster werd gevraagd om een lezing over ‘tijd’ te geven. ‘Het ligt voor de hand om dan een verhaal te schrijven en dat te gaan aframmelen, maar daar had ik dus geen zin in. Ik hield sowieso erg van Amatorski: dat sferische dat je helemaal inpalmt. Dus toen heb ik gebeld en min of meer geëist dat ze met mij zou werken.’ (lacht) ‘Ze antwoordde: wanneer repeteren we?’

‘Ik was ook fan van Saskia’s werk’, zegt Eysermans.

‘Aah, dat wilde ik horen!’

‘Nee, echt. Ik heb Wij en ik vorig jaar gelezen in Denemarken en het is lang blijven hangen. Het is een zwaar, maar ook hoopvol boek. Dat wilden we ook in onze plaat From clay to figures.’

‘Dat is natuurlijk een heel mooi compliment’, vindt De Coster. ‘Ik denk dat sfeerschepping iets is waar we elkaar vinden. Maar Inne is ook heel secuur, bijna minimalistisch. Terwijl het bij mij allemaal wat absurdistischer mag, het spat alle kanten op. Dat geeft wel een mooi evenwicht.’

Wat is het mooiste dat nu met Heinz kan gebeuren? ‘Dat we het in het Chinees vertalen’, zegt De Coster. ‘Nee, dit is geen eenmalig experiment voor mij: het is een deur die open is gezet. Ik schrijf mijn boeken, dat is een eigen cocon, maar dit is een nieuwe manier van verhalen vertellen, daarvan ben ik overtuigd. Heinz zou nooit werken als kortverhaal: ‘Toen sprak hij in op een cassette...’ Dat gaat niet. Ik hoop nog meer klankverhalen te maken, met andere mensen, hiphopartiesten bijvoorbeeld. Hopelijk stapt de VRT erin mee, dat die luistercultuur een nieuwe injectie krijgt. Voor muziek heb je immers geen radio meer nodig: daarvoor heb je Spotify of Deezer.’

‘Heinz’ en ‘21’, 31 juli op M-idzomer, Leuven; van 1 tot 6 augustus, Theater aan Zee, Oostende. Dit najaar op tournee.