Het visitekaartje  van de Vlaams Bouwmeester
Verdickt&Verdickt architecten, Park Spoor Noord, Antwerpen. Foto: rr

De Vlaams Bouwmeester – of hij nu Van Reeth, Smets of Swinnen heette – heeft Vlaamse architectuur internationaal op de kaart gezet, dankzij expertise, inzicht en adequate ondersteuning. Met de nieuwe plannen van de Vlaamse regering vreest Christophe Van Gerrewey het ergste: terugkeer naar de middelmaat en naar de vreselijke uitschuivers.

Wie? Schrijver. Hij maakte aan de UGent een doctoraat over de architectuurkritiek van Geert Bekaert.

Wat? Architectuur gaat over ideeën, niet over cijfers. Daarom is het een gigantische faux pas om ze onder te brengen bij Ruimtelijke Ordening. Het zijn juist openbare gebouwen die visie en engagement vergen.

De Vlaams Bouwmeester afschaffen? Dat slingert Vlaanderen veertig jaar terug in de tijd. Dit besluit van de nieuwe Vlaamse regering vernietigt in één klap een halve eeuw pionierswerk. België was eeuwenlang een land zonder noemenswaardige architectuur, Victor Horta en Henry Van de Velde uitgezonderd. De federalisering bracht daar verandering in: vanaf de jaren negentig keken de Waalse architecten met bewondering en zelfs jaloezie naar de architecturale realisaties in Vlaanderen. Zo kon het dat in het Britse tijdschrift The Architectural Review Vlaanderen in 2012 ‘een van de meest vooruitstrevende architectuurculturen ter wereld’ werd genoemd, die ‘tijdens het afgelopen decennium een generatie van architecten heeft voortgebracht met wereldklasse’. Hoe was die omslag mogelijk? Het antwoord is eenvoudig: die ommekeer heeft zich voltrokken omdat de Vlaamse overheid bereid was om architectuur belangrijk te vinden, om aan architectuur een culturele waarde toe te kennen, en om te beseffen dat vooral goede architectuur kansen moet krijgen.

Eerst was er het Instituut, toen de Bouwmeester

Een van de betrokken politici was Wivina Demeester (CD&V): in de jaren negentig, grotendeels achter de schermen, was zij het die mee gedaan kreeg dat in 2001 het Vlaams Architectuurinstituut opgericht werd, en dat in 1999 b0b van Reeth werd aangesteld als Vlaams Bouwmeester. Zes jaar lang heeft Van Reeth honderden gemeentebesturen en overheden bijgestaan om een goed ontwerp te vinden, een opdracht juist te omschrijven en de bouwkundige verlangens te definiëren. De procedure van de Open Oproep werd in het leven geroepen: vijf bureaus maken een totaal verschillend ontwerp voor één opdracht. Voor veel burgemeesters en mandatarissen ging er een wereld open: de wereld van de architectuur, niet gebaseerd op naakte cijfers en technische kwesties, maar op spannende verhalen, afwijkende beslissingen, moeilijke keuzes en onverwachte toekomstperspectieven.

Publieke bouwopdrachten toekennen werd door Van Reeth geduldig gemoderniseerd: niet langer op basis van politieke kleur of financiële overwegingen werd er een keuze gemaakt. De bouwheer moest nadenken – overigens samen met een externe jury – over wat hij precies wou en hoe een zwembad, een bibliotheek of een museum eruit zou kunnen zien.

In De Standaard gisteren noemt Bart Huybrechts, adviseur bij het kabinet van Geert Bourgeois, b0b van Reeth een ‘planoloog’ (DS 25 juli). Is het niet verontrustend dat de man die nu over de Vlaamse architectuur beslist niet weet dat Van Reeth geen ‘planoloog’ is, maar een van de grootste, meest veelzijdige en productieve Vlaamse (en Europese) architecten van de afgelopen halve eeuw?

Regels volgen of keuzes maken

Het geeft aan hoe nefast het is om het Bouwmeesterschap ‘in te kantelen’ in de dienst Ruimtelijke Ordening. Waarom moet architectuur onder de hoede van de administratie en de ambtenarij worden gezet, alsof het geen culturele maar een bureaucratische aangelegenheid betreft? Ruimtelijke Ordening gaat over regels naleven en percelen inkleuren. Architectuur gaat over discussie en keuzes, over veelbesproken, noodzakelijkerwijze bekritiseerde en nooit helemaal objectieve beslissingen. De vergelijking klinkt absurd, toch bezit ze een grond van waarheid: de ontwikkeling van de overheidsarchitectuur toevertrouwen aan een ambtelijke dienst is even ridicuul als literatuur of kookkunst onderbrengen op een ministerieel kabinet.

Of gaat de Vlaamse regering voortaan ook bepalen wie de Gouden Boekenuil wint of wie in de Michelingids mag staan? Of zal het nieuwe Bouwmeestercollege er met de rekenmachine op toezien dat alle Vlaamse architecten even veel kansen en opdrachten krijgen? Zijn er nu vijf verschillende Bouwmeesters die samen het ‘middenveld afdekken’ en om beurten opdraven, zodat uiteindelijk de middelmaat overheerst, of de macht van het getal? Openbare gebouwen zijn te belangrijk om ze aan om het even wie toe te vertrouwen, en er is wel degelijk een groot verschil tussen goede en slechte architectuur (zoals weinigen de catering op hun huwelijksfeest zouden toevertrouwen aan McDonald’s).

Dat verschil valt nooit te objectiveren of transparant te maken. Het heeft te maken met ‘vertrouwen’ – een van de drie sleutelbegrippen van het nieuwe Vlaamse regeerakkoord: vertrouwen in de ervaring, het inzicht en de expertise van één Bouwmeester die professioneel, globaal en intellectueel met architectuur bezig is, en die een tijdelijk mandaat krijgt om zelfstandig en zonder betutteling accenten te leggen, keuzes te maken en voor goede Vlaamse architectuur te ijveren. Dat hebben na Van Reeth ook Marcel Smets en Peter Swinnen gedaan. Zouden ze dat op een andere manier hebben kunnen doen? Natuurlijk – maar ze wisten en weten wat kwaliteit is, waar de echte noden liggen, en wat moet ondersteund worden omdat het niet vanzelf tot stand zou kunnen komen.

Met politieke kleur heeft dat niets te maken, wel met gezond verstand en inzicht. ‘In de markt leeft de perceptie dat de toewijzing van publieke bouwopdrachten niet transparant verloopt’, zegt Bart Huybrechts. Wat is er transparanter dan een autonome Bouwmeester die vanuit een persoonlijke en professionele visie publieke bouwheren bijstaat in het vinden van goede architectuur? En wat is het alternatief? Het alternatief is een terugkeer naar het bouwbeleid uit de twintigste eeuw, dat voornamelijk uitschuivers van formaat heeft veroorzaakt. Die worden blijkbaar snel vergeten – in tegenstelling tot de Vlaamse architectuursuccessen van het afgelopen decennium halen ze de internationale pers niet. Maar de Vlamingen moeten er helaas wel mee verder.