Onwezenlijke en daardoor relevante beelden
Tom Naegels Foto: rr
Beelden publiceren van slachtoffers van vlucht MH17, het is een delicate oefening. Tom Naegels legt uit hoe deze redactie te werk is gegaan, welke deontologische regels spelen en waarom hijzelf de publicatie ervan kan verdedigen.

Als er ergens ter wereld gruwelijke taferelen plaatsvinden, dan vinden veel lezers het onnodig en schokkend dat de krant foto’s afdrukt waarop die gruwel ook te zien is. Dat was niet anders na de publicatie in de meest recente weekendkrant (19 juli) van drie foto’s van Magnum-fotograaf Jérôme Sessini, waarop lichamen te zien waren van inzittenden van de gecrashte vlucht MH17. 

‘Het zal maar je zoon zijn die je plots dood, toegetakeld in zijn vliegtuigstoel in een veld ziet liggen, of de afgerukte voet van je vriendin’, schreef een lezer.

‘Eerst de fiere titel “Onze fotograaf op de plaats van de ramp” en dan “Magnum fotograaf én De Standaard-medewerker Jérôme Sessini was een van de eersten....” Is dit een wedstrijd of zo?’, stelt een andere lezer, die zich afvraagt of De Standaard ‘ook foto’s van de kinderlijkjes in de bus in Sierre zou gepubliceerd hebben?’

Een lezer die lid is van dezelfde vereniging van ondernemers als een van de Belgische slachtoffers, stelt: ‘Een kind laten zien in Gaza, doormidden gereten, raakt al diep. Maar ik begrijp ook dat Gaza ver van het bed is, en dat op zo’n manier mensen misschien worden wakker geschud. Maar dit, iemand die je misschien kent?’

Verscheidene lezers verwezen naar de populairdere kranten en tijdschriften, als zijnde de plaatsen waar je dit soort foto’s zou verwachten. 

Sensatie

‘Voor mij zijn deze beelden niet sensationeel’, zegt chef beeld Jan Desloover. 'We hebben getracht foto's te kiezen die recht deden aan wat er gebeurd was, zonder nodeloos te choqueren.'

Desloover maakt een reconstructie van de besluitvorming op de redactie: ‘Donderdag kreeg ik bericht van Sessini – met wie ik ten tijde van de protesten op het Maidan-plein een overeenkomst had gesloten dat hij zijn beelden uit Oekraïne eerst aan ons zou aanbieden en pas na 24 uur aan andere media – dat er een vliegtuig was gecrasht. Donderdagavond laat stuurde hij al foto’s van slachtoffers aan ons door. We hebben toen besloten om die niet in de krant te publiceren, omdat er nog te veel onduidelijkheid was over de identiteit. De volgende dag zag je dat zijn beelden internationaal opgepikt werden. Time plaatste online een photo essay van Sessini met daarin twee van de foto’s die wij ook geplaatst hebben: de man in het veld en het lichaam dat door het dak was gevallen.’ (Bij Time werd dat essay wel voorafgegaan door de waarschuwing dat er schokkende beelden bij waren, Tom Naegels.)

‘Omdat Sessini ter plaatse was als onze foto-correspondent, hebben we ook besloten om hem te interviewen. Hij zei: "Ik ben in Syrië geweest, ik ben in Irak geweest, maar wat ik hier heb gezien is veel gruwelijker omdat ik me met de slachtoffers kan identificeren. Ik heb genoeg doden gezien.” Als dat de boodschap van je artikel is, dan horen daar beelden bij, vind ik, die dat illustreren. De meeste beelden die Sessini had doorgestuurd, waren te gruwelijk voor de krant. Ik heb ze allemaal bekeken, ik kan je verzekeren: aangenaam is dat niet. We hebben dus een selectie gemaakt die recht deed aan wat er gebeurd was en die toch niet nodeloos choquerend was. Sessini beschreef ons hoe hij de wandeling had gemaakt van tien kilometer, en hoe hallucinant het was dat hij, in het koren en tussen de zonnebloemen, restanten vond van het geweld dat had plaatsgevonden. Dat is wat die beelden oproepen.’ 

Desloover: ‘Over de enige foto waarop een lichaam op de voorgrond ligt, is uren nagedacht. Het gaat om een man die schijnbaar ongeschonden in zijn vliegtuigstoel vastgegespt ligt, verloren in een korenveld. Zijn gelaat is niet zichtbaar. Hij draagt een blauwe broek en een wit T-shirt: hoeveel neutraler kan een beeld zijn? Ik heb de foto op mijn computer vergroot tot zeker zes keer de afmetingen die hij in de krant had. Die vlek op zijn arm: was dat een tattoo waardoor hij geïdentificeerd zou kunnen worden? Het was geen tattoo, maar een schram. Natuurlijk weet ik dat de mensen die deze man naar de luchthaven hebben gebracht, en weten welke kleren hij droeg, hem wellicht zullen herkennen. Dat moet je dan afwegen tegen de nieuwswaarde van het beeld.’

Deontologie

Er is vrijdag ook naar mij gebeld voor advies. Adjunct-hoofdredacteur Bert Bultinck beschreef me aan de telefoon de foto van de man in de vliegtuigstoel. (Ik heb die niet vooraf gezien.) Ik heb geantwoord dat inderdaad het risico bestond dat nabestaanden, hoewel het aangezicht niet herkenbaar was, hun geliefde zouden herkennen en daardoor geschokt zouden zijn. En ik heb in een e-mail de relevante richtlijn uit de deontologische code gestuurd, die zegt: 

‘Volledige identificatie en herkenbare beelden kunnen alleen onder een van volgende voorwaarden, die de redactie moet kunnen motiveren:
1. Een gewichtig maatschappelijk belang, 
2. De ernst van de feiten, 
3. De bekendheid van het slachtoffer,

4. De instemming van het slachtoffer of van zijn nabestaanden.’ 

Ik heb daarbij als commentaar geschreven dat de redactie zich zou kunnen beroepen op de eerste twee voorwaarden, en dat ‘niet herkenbaar zijn in strikte zin (geen aangezicht) ook helpt.’

Nu ik de beelden heb gezien, heb ik daar geen spijt van. ‘Nieuwswaarde’ is natuurlijk, net als ‘het recht op informatie’ of ‘het maatschappelijk belang’ een vrij vaag concept dat gevoelig is voor interpretatie. Het leed van de nabestaanden is onloochenbaar, het belang van het brede publiek om deze beelden te mogen zien is moeilijker objectiveerbaar. Zou dit nieuws minder nieuwswaardig geweest zijn als de situatie enkel met woorden was beschreven? Hadden mensen dan niet precies dezelfde informatie gekregen? Ik begrijp dat lezers zo redeneren.

Maar ik ben het niet met ze eens. Nieuws is meer dan de feitelijke mededeling van wat er gebeurd is: ‘Er liggen lichamen verspreid in het koren.’ Ook de manier waarop telt. In mijn bibliotheek staat een boek met foto’s van gelynchte zwarten in de VS. Ook voor ik dat boek las, was ik ervan op de hoogte dat bendes van verder fatsoenlijke huisvaders het recht in eigen handen namen en zwarte mannen, die er soms enkel van verdacht werden te hebben gefloten naar een blanke vrouw, zonder proces ophingen. Ik kende Billie Holiday’s ‘Strange Fruit’, en de nog beklemmendere versie van Nina Simone. Niettemin zijn het de beelden van aan boomtakken bengelende jonge mannen, met eromheen een menigte blanken die poseren voor de foto en die die foto’s als ansichtkaarten verstuurden, die op mijn netvlies gebrand staan. Pas toen ik die zag, begreep ik wat daar gebeurd was. 

Hetzelfde geldt voor de foto van Tyler Hicks, die op 16 juli in The New York Times stond, en waarop je een man over het strand van Gaza ziet lopen met een kind in de armen, terwijl op de voorgrond een verhakkeld kind in het zand ligt. Het geldt zelfs voor de screenshot van een executie door Isis-strijders in Irak, die op 17 juni in De Standaard stond. Ook daar protesteerde een lezer tegen, omdat bij een van de geëxecuteerden, je ziet het pas op het tweede gezicht, het bloed uit het hoofd gutste. Het zijn beelden die je een stomp in de maag geven. Beelden waarbij je denkt: moet ik dit wel zien, ik kan het me toch ook gewoon inbeelden? Maar voor mij geldt alvast: ik kan het me niet op dezelfde manier inbeelden. 

Sierre

Betekent dat nu dat De Standaard ook verkeerslachtoffers zal tonen of de lichamen van de slachtoffers in Sierre? Ik zou denken: nee, omdat die niet symbool staan voor een groter verhaal. Sierre was een ongeval. De crash van MH17 is mogelijk een keerpunt in een mondiaal geopolitiek conflict. In de afweging tussen het leed van de nabestaanden en het maatschappelijk belang, krijgt het laatste meer gewicht, waardoor de balans overhelt.

En betekent het dat De Standaard de weg opgaat van de populaire kranten? Eerder integendeel, want die plaatsten foto’s van de slachtoffers in betere tijden, lachend, gelukkig, en met bijschriften die benadrukten hoe goed hun levens wel liepen. Je zou kunnen zeggen dat dat een meer sentimentele keuze is.

Ieder van ons zoekt een eigen toegang tot verhalen waar we niet persoonlijk bij betrokken zijn. Vinden we die niet, dan blijven we onverschillig. Worden we daarentegen te sterk betrokken, dan keren we ons in afschuw af. Omdat beelden directer tot ons spreken dan het geschreven woord, is het evenwicht daar onstabieler. De afweging is subjectiever. De reacties van lezers zijn heftiger. Opnieuw: ik begrijp dat de foto’s van afgelopen weekend sommige lezers geschokt hebben. Mij betrokken ze evenwel net sterker bij dit verhaal.