Waarom Adolphe Max een oorlogsheld werd (en een boulevard in Brussel kreeg)<br><i>DE HOOFDROLSPELERS</i>
Adolphe Max. Foto: Library of Congress
Hoe tegendraads kan je als burgemeester zijn voor de Duitse bezetter ingrijpt? Brusselaar Adolphe Max zocht de grens op en betaalde cash. De Duitsers deporteerden hem maar hij kwam als oorlogsheld terug.

Wie in Brussel rondloopt, weet dat de centrale laan langs de beurs eigenlijk drie namen heeft. Aan het noordeind is er de Adolphe Maxlaan, halfweg wordt dat plots de Anspachlaan om aan het eind opnieuw te veranderen in Maurice Lemonnierlaan (als we er ook de afsplitsing naar de Emile Jacqmainlaan bijnemen, zijn het er zelfs vier). 

Vervelend is dat, want waar eindigt de ene straat en waar begint de andere? En zijn zoveel namen voor een laan echt nodig?

De namen verwijzen - u raadt het al - naar grote Brusselse politici. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog bestond de Anspachlaan al, genoemd naar de burgemeester Jules Anspach. Hij was het die de Zenne eind 19de eeuw liet overkappen en Brussel zijn centrale boulevards gaf. 

Voor de anderen moeten we terug naar de Groote Oorlog.

INTOCHT

Toen de Duitsers in augustus 1914 aan de rand van Brussel waren gesignaleerd, liet de toenmalige Brusselse burgemeester Adolphe Max overal aanplakbiljetten met de rechten van de Brusselaars verspreiden. Onderaan het pamflet stond deze opvallende zin: 'ZOOLANG IK ZAL LEVEN EN IN VRIJHEID VERKEEREN, ZAL IK UIT AL MIJNE KRACHTEN DE RECHTEN EN DE WAARDIGHEID MIJNER MEDEBURGERS VERDEDIGEN.' Adolphe Max liet toen al blijken dat hij de bezetting niet zo maar over zich heen zou laten gaan. Hij wist ook dat hij daarmee zijn vrijheid op het spel zette.

Op 20 augustus 1914 trokken de Duitsers Brussel binnen. Hun opmars werd geen strobreed in de weg gelegd. De hoofdstad was geen militair bolwerk zoals Antwerpen of Luik en was dan ook nauwelijks verdedigbaar. Langs de Brusselse boulevards had de doodstille menigte zich wachtend verzameld. 'En toen arriveerde, vanuit het oosten, opmarcherend onder de triomfboog van het Jubelpark en langs de Wetstraat, een vloedgolf van Feldgrau. De hele dag en de hele nacht weerklonken de laarzen op de kasseien, en de volgende ochtend marcheerden ze nog steeds', beschrijft Sophie De Schaepdrijver de intocht. Drie volle dagen en nachten duurde de intocht in Brussel. Dat maakte indruk.

MAX PROTESTEERT

De Duitse militaire staf palmde het stadhuis op de Grote Markt in en hees er de Duitse vlag. Maar ook burgemeester Max zelf bleef standvastig in het stadhuis, hij bracht er zelfs enkele nachten door om de controle over het gebouw niet te verliezen. Max probeerde intussen het moreel van de Brusselse bevolking hoog te houden. Hij protesteerde tegen de eis om Belgische vlaggen te verwijderen en liet ook nieuwe aanplakbiljetten bevestigen zonder voorafgaande Duitse toestemming. 

Hij dacht er niet aan te wijken, hoe moeilijk zijn positie ook. Voor de Duitsers was hij een lastige vlieg die rond hun hoofd bleef brommen. Een confrontatie kon niet uitblijven. 

Die kwam er al op 24 september, nauwelijks een maand na de Duitse intocht in Brussel. Bij het begin van de bezetting had het Duitse bevel van Brussel een oorlogsschatting van 50 miljoen frank geëist, een voor die tijd absurd hoog bedrag. Hoewel de Brusselse gemeenten uiteindelijk over de brug kwamen, vonden de Duitsers dat de betaling niet snel genoeg ging. Ze stopten met de uitbetaling van opeisingsbonnen die de bevolking in ruil voor opgeëiste goederen had gekregen. Daarop liet Max op zijn beurt de resterende miljoenen die nog betaald moesten worden, blokkeren. 

Het was de druppel die de Duitse emmer liet overlopen. Wegens zijn verzet werd de Brusselse burgemeester aangehouden en afgevoerd. Adolphe Max had het nauwelijks een maand onder de bezetter uitgehouden. Hij zou de rest van de oorlog in Duitse gevangenschap doorbrengen. 


Duitse troepen op de Grote Markt in Brussel. (A.S.B.)

LEMONNIER & JACQMAIN

Zo werd schepen Maurice Lemonnier plaatsvervangend burgemeester van de stad. Hij heronderhandelde de oorlogsschatting en verkreeg dat er 5 miljoen afging. Tegelijk ging ook Lemonnier de weg van geweldloos verzet op. Zo verwierp hij de Duitse eis dat er een belasting op 'afwezigen' (mensen die aan het begin van de oorlog uit het land gevlucht waren) zou komen, een eis die weer werd ingetrokken. Ook weigerde hij een lijst met werklozen te geven omdat die naar Duiste werkplaatsen gedeporteerd zouden worden. 

Voor Lemonnier brak de kruik in april 1917 toen het Duitse bevel wilde dat alle ijzeren omheiningen rond de huizen zouden worden afgebroken (Duitsland vond steeds moeilijker grondstoffen om zijn oorlogsmachine draaiende te houden). Lemonnier weigerde maar dit keer lieten de Duitsers het daar niet bij. Lemonnier werd op zijn beurt aangehouden, veroordeeld en naar Duitsland afgevoerd.

Intussen zat ook Emile Jacqmain in gevangenschap. Jacqmain was Brussels schepen van Onderwijs tijdens de bezetting. Toen de Duitsers in februari 1917 alle scholen wilden sluiten om zo op steenkool te besparen, stelde hij voor er toch een paar open te houden. Dat was niet naar de zin van de bezetter. En zo werd ook Jacqmain gearresteerd en in een werkkamp gezet.

DRIE HELDEN

Max, Lemonnier en Jacqmain waren drie helden van de Brusselse politiek die niet wilden buigen voor 'den Duitser'. Toen ze aan het eind van de oorlog naar Brussel terugkeerden, werden ze gefêteerd door de hele stadsbevolking. Hun onverzettelijkheid verdiende een ereplaats in de geschiedenisboeken. Brussel ging op zoek naar een gepaste manier om hen te eren en vond die in zijn stratenplan.

Vanaf nu zou de centrale Anspachlaan niet langer aansluiten op de Noordlaan, de Henegouwenlaan en de Zennelaan. Die straatnamen werden voorgoed geschrapt en vervangen door die van de nieuwe helden: de Adolphe Maxlaan, de Maurice Lemonnierlaan en de Emile Jacqmainlaan.

 

Bronnen:
  • Dictionnaire historique et anecdotique des rues de Bruxelles (Jean d'Osta)
  • Brussel 14-18. Een stad in oorlog, dag na dag (Serge Jaumain, Valérie Piette, Gonzague Pluvinage)
  • Brussel, groei van een hoofdstad (diversen)
  • De Groote Oorlog. Het koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog (Sophie De Schaepdrijver)