Twee dagen van raketaanvallen in het oosten van Oekraïne hebben zeker twintig burgers het leven gekost.

Elf mensen kwamen dinsdagochtend om toen in Snizjne, een stad tussen Donetsk en de grens met Rusland, een huis instortte. Daarbij vielen ook acht gewonden, zo meldde het bestuur van de regio Donetsk. Waarom de woning instortte, meldde dat bestuur niet. Volgens de separatisten was het huis gebombardeerd door het Oekraïense leger.

Later gaf Kiev de luchtaanval toe, maar schreef die aanval toe aan een ‘niet geïdentificeerd’ vliegtuig. Woordvoerder Andriy Lysenko van Defensie had het over “een provocatie” (vermoedelijk verwijzend naar Rusland, nvdr).

De rebellen meldden voorts dat tien burgers zijn doodgeschoten door Oekraïense troepen of leden van de Nationale Garde in Dmytrivka, een dorp ten oosten van Smizjne.

In Loehansk zijn de voorbije 24 uur acht burgers, onder wie een kind, bij beschietingen omgekomen en 52 anderen verwond. Dat meldde de stedelijke overheid. Defensie in Kiev wimpelde de verantwoordelijkheid af: de separatisten kiezen bewust burgers uit als doelwit om ‘de regeringstroepen in diskrediet te brengen’, luidde het. Loehansk is de voorbije dagen het toneel geweest van verwoede gevechten tussen separatisten en Kievgetrouwe troepen, die de controle over de stad willen heroveren.

Op het politiek-diplomatieke vlak blijft vooralsnog alles bij intenties steken. Zo wil president Petro Porosjenko wel via overleg een nieuw staakt-het-vuren bereiken, maar wil hij anderzijds geen directe dialoog met de Pro-Russische opstandelingen. En Europa blijft het Oekraïense conflict beperken tot een kwestie van ‘Russische invloed’. Ook dinsdag werd vanuit Brussel weer gedreigd met nieuwe sancties tegen Moskou.