Foals verscheen langzaam door een gordijn van gifgroene spots. Perfect sfeertje voor 'Prelude', de instrumentale opener van zijn laatste album Holy fire. Mysterieus echoënde gitaren, een stonede groove. De toon was gezet.

De Britse postpunkers zwengelden het partysfeertje op gang met 'My number', bleke funk, links van P.I.L., rechts van Gang Of Four. Straffe ritmegitarist toch wel, die frontman Yannis Philippakis, Grieks bloed in een kort, gespierd Oxfords lijf. Op Werchter switchte hij van Afrikaanse hi life-riedeltjes naar zwarte rhythm & blues over zwalpende shoegazegitaren tot bij furieus punkgeram.

Het Jerommeke wisselde dan nog eens weemoedige treurzang af met uitzinnig gekrijs. In de eerste categorie hoorden we 'Spanish Sahara', ijzige gebrokenharten-rock, tussen Radiohead en - wij slikken even moedig - Coldplay. Maar Foals ontbeert het popinstinct van die laatste, met een stuk minder radiovriendelijkheid tot gevolg.

Het zou de fans worst wezen. Foals bricoleerde met sound op een wijze die alleen hedendaagse bands kunnen: met open vizier, wars van wat cool of fout wordt genoemd. Het verleende zijn prikkeldraadpop een verrassend emotionele toets.

De heren letten goed op de dynamiek in hun set. Woeste gitaarsongs met een wild rammende Philippakis sloten aan op introspectievere liedjes waar al eens een elektrische piano de bovenhand kreeg.

Het was smullen van 'Inhaler', één helft bleekschetendisco, de andere Rage Against The Machine, met een gitaarriff die politieke regimes kan omver werpen. Heerlijk. 'Hummer' was dan weer een springerig postpunkdeuntje dat Bloc Party vast graag had geschreven. U lustte er duidelijk pap van. Een retestrakke masterclass.