Metronomy had zich in witte sixtiespakjes gehesen voor een decor van dromerige wolkjes waarop pastelroze en -blauwe kleuren werden geprojecteerd. Zijn laatste album, Love letters, is dan ook een blik romantische weemoed tussen soul en elektropop.

Maar kijk, de Britten staken stevig van wal met de pompende elektrodisco van 'Holiday' en 'Radio ladio'. Gbenga Adelekan ontpopte zich ook in 'Heartbreaker' en 'The bay' tot meest funky bassist van het festival. 

Metronomy verstaat de kunst om prettige hooks met melancholie te injecteren zonder klef te worden. 'Love letters', op plaat een zoemend sixtiespopdeuntje, had flink wat spieren gekweekt en groeide in The Barn uit tot een sexy motherfucker. 

'I'm aquarius', Kraftwerk meets The Zombies, was niet meer dan een drumsample en wat synths, afgezoomd met knapperige 'shoop shoops'. Bij het instrumentale 'Boy racers' moesten we aan Air denken - niet verwonderlijk, want muzikaal brein Joseph Mount woont tegenwoordig in Parijs.

Goed, Mount is geen grote zanger en is even aaibaar als een zachtaardige teddybeer. Maar dit was een prima concert. En een popgroep die durft te eindigen met een instrumental, heeft lef.