REVIEW. Rudimental (***) Pretentieloos feestje
Rudimental op Rock Werchter 2014. Foto: Koen Bauters
Rudimental had tien muzikanten in de gelederen. Tja, als je met koperblazers en achtergrondzangers de hort op wil, mag er al eens dieper in de geldbuidel worden getast.

Op die manier stelde de Britse danceband zich voor als een soort goedgeluimd Massive Attack: een stel producers plus een wisselende cast muzikanten.

Klonk behoorlijk op Werchter maar in eerste instantie weinig gefocust (wellicht te wijten aan een paar technische problemen). Rudimentals party-drum'n-bass beleven wij toch liever in een tent dan op een grote weide waar de beats verloren waaien.

Bovendien stond het publiek te wachten op de hits en reageerde het aanvankelijk onverschillig op de albumtracks die al bij al erg middelmatig klonken. Pas bij de hit 'Not giving in' schoot de weide wakker en gingen de handen in de lucht.

Het nieuwe 'Too cool' etaleerde vooral dat Rudimental straks ook weer bij zijn formule zweert: sensuele r&b die langzaam opbouwt naar opzwepende jungle, met een trompetje als organisch element tussen de breakbeats. Verrassend was het niet, maar het werkte, zeker op de Werchterweide.

Vanaf dan ging het stukken beter. Bij 'Free' klommen de meisjes in de nek van hun boyfriend. 'Waiting all night'  veranderde de wei keurig in een openluchtdiscotheek.

De zon brak door toen de band een likje reggae voorschotelde en in 'Original nutter' voor bonkende ragga-jungle koos (met een knipoogje naar 'Super sharp shooter' van Ganja Kru). Couleur Café was nooit ver af.

Megahit 'Feel the love' veranderde de weide in een enthousiast meebrullende hippiecommune. Pretentieloze fun.