REVIEW. Arctic Monkeys (*****) Helemaal aan de voeten van Alex Turner
Foto: koen bauters
Er zijn van die concerten waar je van minuut één weet: dit zou wel eens heel goed kunnen worden. Arctic Monkeys waren zo vriendelijk om dat vermoeden te belonen met een nagenoeg perfect optreden.

Het wordt iets gemakkelijker als je de meest begeerlijke frontman van het moment hebt - zodra Alex Turners silhouet uit de mist opdoemde, vielen de eerste vrouwen flauw, en mannelijke collega's twijfelden luidop aan hun geaardheid. Bovendien toert de groep met de zoveelste sterke cd, AM, en plukte hij daaruit en uit zijn ouder werk trefzeker een greatest hits-set waarmee hij 99 procent van de wei dolgelukkig maakte.

Voor mijn persoonlijk: blij dat ze 'Don't sit down cause I moved your chair' brachten, een song met een tekst zo hilarisch dat ik er altijd heel gelukkig van word. Turner zingt hem met uitgestreken gezicht, en alsof hij een sensueel gedicht aan het voordragen is.

Wat Arctic Monkeys op dit moment incontournable maakt, is de mix van ronkende, sexy ballads, ('Number one party anthem') en potige rock ('Library pictures') - van Britse popgevoeligheid met geweldige teksten en Amerikaanse power, zo u wilt. Ze hebben ook alles in huis om die mix perfect te brengen: ronkende, diepe gitaren, complex drumwerk van Matt Helders, die ook nog eens prima tweede stem zingt, vaak in falset. Dit was anderhalf uur genieten, met als enige potentiele pretbederver een gitaar die een paar nummers de hik had.

'Gaan jullie aan ons denken dit weekend? Zijn jullie van ons?' vroeg Turner plagend om 'R U Mine' in te leiden, de laatste van drie bissen. Wat is dat nu voor een retorische vraag, Turner? Wilde je nog een rode strik rond het publiek dat aan je voeten lag?