REVIEW. Trixie Whitley (***) Soulsirene viert zwiepende rockgitaren
Trixie Whitley. Foto: Koen Bauters
Trixie Whitley had haar blonde lokken ingeruild voor een donkere coupe. Ze oogde een stuk minder braaf, en zie, ze klonk ook een stuk dreigender. De Belgisch-Amerikaanse haalde meteen vocaal uit, terwijl haar uitstekende band, met neef Alan Gevaert op bas, een dikke bluesgroove opbouwde.

We zagen een vrouw vol zelfvertrouwen. Dat dankt ze aan het vele toeren met haar vorig jaar uitgebrachte succesvolle debuut, Fourth corner. In het verleden speelde onwennigheid haar weleens parten, die was goeddeels weg, al waren haar bindteksten nog steeds niet geweldig.

De vurige gospelsoul van 'Need your love' werkte zich naar een vroeg hoogtepunt. De zangeres heeft ondertussen goed geleerd om te doseren, maar soms loerde bombast om de hoek. Broos en teder kon gelukkig ook, zoals ze aan de piano bewees met 'Pieces'.

In 'Gradual return' speelde Whitley heerlijk nonchalant op een gruizige akoestisch gitaar. 'Ça va me jullie?' vroeg ze. 'Merci om hier te blijven in de hitte.' Inderdaad. Haar bluesy soul moet traag onder de huid kruipen, maar dat werkte hier niet altijd even goed.

We kregen enkele nieuwe songs geserveerd, waaronder  'Surrender', een zwiepende rocker. Het gebrek aan nuance werd mooi gecounterd door dynamiek. Wat later moesten we zelfs aan Crazy Horse denken. Dat wordt een heftige nieuwe plaat, maar hopelijk poetst ze daarmee de soul niet weg.