Een wijze vrouw krijgt haar kind niet gauw
‘De beste leeftijd om kinderen te krijgen, is de leeftijd waarop vrouwen nu kinderen krijgen: zo rond de dertig.’ Foto: Ivan Put

Terwijl een vrouw biologisch gezien haar kind het best rond haar zestiende krijgt, ligt dat ideaal sociologisch gezien rond de vijfendertig. Dat de gemiddelde vrouw nu rond de dertig moeder wordt, is voor Luc Bonneux een bewijs van hoe ze het perfecte compromis sluit.

Wie? Arts, epidemioloog en publicist.

Wat? Dat vrouwen gemiddeld 1,7 kinderen krijgen, is een voorbeeld van hoe de gezinsplanning de dag van vandaag best goed verloopt.

Vrouwen overal ter wereld moeten de biologie van de voortplanting doen rijmen met de sociologie van een complexe leeftijd. Het is wonderlijk hoe goed moderne vrouwen, ondersteund door goede contraceptie, daarin slagen.

Kleine waarschuwing evenwel: de cijfers zijn gemiddelden. Tienermoeders en éénoudergezinnen kunnen zeer goede ouders zijn, maar statistisch is het beter voor de gezondheid van je kinderen om ze rond de dertig te krijgen, samen met een betrouwbare partner. Gynaecologen die pleiten voor zwangerschappen op jongere leeftijd, herleiden vrouwen tot baarmoeders. Er komt meer kijken bij succesvol ouderschap.

Laat me eerst twee mythes weerleggen.

1. ‘Vroeger waren moeders veel jonger bij de geboorte van hun eerste kind’.

Jonger wel, veel jonger niet. In ons land bedroeg de gemiddelde leeftijd bij het eerste kind in de negentiende eeuw 27 jaar. Ook vroeger deden vrouwen er alles aan om niet te vroeg zwanger te worden. Na de Tweede Wereldoorlog nam de leeftijd bij het eerste kind een diepe val. Jonge vrouwen vochten zich seksueel vrij, maar kregen geen toegang tot de pil. Ze werden geacht zich van seks te onthouden of een kind te nemen. Toen dook de gemiddelde leeftijd bij het eerste kind tot 24 jaar in Vlaanderen, in Nederland was het nog een jaar jonger. Dit beleid heeft veel ellende veroorzaakt, en verdient als enige beschrijving ‘misdadig’.

2. ‘Tegenwoordig krijgen meer vrouwen op oudere leeftijd nog een kind.’

Relatief gezien worden wel degelijk meer kinderen geboren bij veertigers dan vroeger, omdat er minder kinderen worden geboren op jongere leeftijd. Maar in absolute aantallen kregen oudere vrouwen vroeger veel meer kinderen dan nu: de ‘nakomertjes’. Vrouwen raakten zwanger op een leeftijd dat ze dat niet meer wensten, bij gebrek aan effectieve contraceptie. Dankzij de moderne contraceptie kunnen vrouwen hun zwangerschappen naar eigen inzicht regelen. Het is de meest indrukwekkende verwezenlijking van de moderne farmaceutische industrie, een schitterende vorm van medicalisering.

Wie de cijfers bekijkt door de ogen van een algemeen wetenschapper (helaas een uitstervende soort), is onder de indruk van de wijsheid van aanstaande moeders. Moderne vrouwen hebben een biologisch probleem. Deels komt dat door onze moderne supergezondheid. De Papoea kregen hun eerste maandstonden (de menarche) rond de 18 jaar. In de negentiende eeuw was dat op 16 jaar. Nu treedt de menarche op als ze 13 zijn. De moderne jonge vrouw van 16 is tot volle seksuele rijpheid gekomen. Dan zijn de resultaten van vruchtbaarheid, foetale gezondheid, zwangerschap en bevalling ook het allerbeste. Veroudering begint als de puberteit eindigt. Aanvankelijk zijn de veranderingen te klein om waar te nemen. Maar zo rond de vijfendertig jaar, als ook topsporters ontdekken dat hun lijf minder mee kan, moeten vrouwen er rekening mee beginnen te houden dat veroudering de kansen op onvruchtbaarheid merkbaar doet toenemen.

Het sociologische probleem van moderne moeders is zo mogelijk nog groter. Veel van wat ons in onze natuur onderscheidt van primaten, wijst op de noodzaak van een aanwezige vader. In onze moderne samenleving is een betrouwbare partner vinden, met wie de aanstaande moeder haar leven wil delen, een hele opdracht. Kinderen opvoeden is evenmin eenvoudig in een snel veranderende maatschappij met vele verleidingen. Oudere vrouwen lijken betere moeders. Hun kinderen zullen gezonder en ook langer leven. Terwijl je biologisch gezien het best zo jong mogelijk zwanger wordt, liefst rond je 16de, word je sociologisch gezien het best zo laat mogelijk zwanger, liefst rond de 35.

Laat u niet bang maken

De geboortecijfers tonen dat vrouwen, dankzij moderne contraceptie, deze oefening met veel wijsheid maken. Moderne moeders optimaliseren biologie en sociologie. De beste leeftijd om kinderen te krijgen, is de leeftijd waarop vrouwen nu kinderen krijgen: zo rond de 30. Jongere moeders (onder de 23) krijgen het vaker kwaad in het leven, met hun kinderen als medeslachtoffer. Oudere moeders (boven de 36) moeten er rekening mee houden dat het vaker niet meer zal lukken.

Maar laat u niet bang maken: de kans op een dot van een baby is nog steeds veel hoger dan de kans dat het niet lukt of dat het fout loopt, zelfs bij de jongere veertiger. Wie geen risico wil nemen, mag geen moeder willen worden. Tot slot, gemiddeld 1,7 of 1,8 kinderen per vrouw, zoals in Vlaanderen of Nederland, is ook optimaal. Lagere geboortecijfers veroorzaken een sneller dalende bevolking, met meer instabiliteit door veroudering en een krimpende economie. Hogere geboortecijfers onderhouden de overbevolking, de bron van zowat alle wereldproblemen. Vrouwen bereiken dit ideaal overal ter wereld waar ze voldoende vrijheid krijgen, voldoende toegang hebben tot effectieve contraceptie en voldoende ondersteuning om hun kinderen op te voeden. Wij, mannen, beperken onze rol er het best toe hen daarin te ondersteunen.