‘Twee procent GAS-boetes voor minderjarigen’
Foto: BELGA

‘De perceptie leeft dat GAS-boetes tegen jongeren zijn gericht, maar dat klopt niet’, zegt Binnenlandse Zaken.

‘Pas wanneer er geen andere maatregel mogelijk is, krijgt een minderjarige die verantwoordelijk is voor overlast een GAS-boete’, zegt Pierre Thomas, de directeur Integrale Veiligheid bij de FOD (federale overheidsdienst) Binnenlandse Zaken. ‘Alles in beschouwing genomen, zijn amper twee procent van alle GAS-boetes voor jongeren.’

Thomas komt tot die conclusie na een studiedag die uitgeverij Politeia organiseerde over de gemeentelijke administratieve sancties, waar hij dagvoorzitter was.

Leeftijdsverlaging

De nieuwe regels over de sancties werden bijna een jaar geleden goedgekeurd, sinds 1 januari zijn ze ook van kracht. Het meest opvallende is de leeftijdsverlaging tot 14 jaar en een verhoging van de maximale boete tot 350 euro. De gemeentes kregen ook meer mogelijkheden om op te treden tegen overlast en kleine criminaliteit.

De wijzigingen botsten op fel protest, zeker bij jongerenorganisaties. Zij kwamen twee keer op straat om te betogen tegen de GAS-boetes.

Maar de indruk dat de boetes gericht zijn tegen jongeren, klopt dus volgens Binnenlandse Zaken niet.

‘De wet zegt ook dat een boete pas de laatste optie kan zijn’, zegt Thomas. ‘Als een minderjarige een regel overtreedt, wordt eerst gekeken of er geen afspraak mogelijk is met de ouders, daarna of bemiddeling kan helpen. Als die twee opties zijn uitgesloten, kan de jongere nog altijd gemeenschapsdienst krijgen. Als ook dat niet baat, is er de laatste mogelijkheid: een financiële sanctie. Maar dat is zeer uitzonderlijk.’

Wanneer gemeenten een GAS-reglement opstellen, moeten ze daarvoor advies vragen aan de jeugdraad. ‘Dat voorkomt ook dat jongeren worden geviseerd’, zegt Thomas. Maar volgens de Vlaamse Jeugdraad gebeurt het lang niet altijd dat de lokale raden daarin worden betrokken.

Binnenlandse Zaken weet wel niet hoeveel gemeentes de minimumleeftijd voor een boete hebben verlaagd, of hoe vaak iemand in beroep gaat. Daarvoor is het wachten op een evaluatie.