BLOG. Braziliaans vlees: extreem lekker of extreem slecht
The Butcher Foto: rr
Net als veel dingen in Brazilië is vlees kopen een extreme gelegenheid: of je koopt het in een hoogdrempelige, dure slagerij of je gaat het halen in de supermarkt.

Ik ben geen grote vleeseter, nooit geweest. Maar het moet gezegd: in Brazilië eet ik graag een stukje vlees. Ik heb hier al onwaarschijnlijk lekker vlees gegeten. Tijdens een churrasco (barbecue) bij vrienden thuis of in een Argentijns restaurant om de hoek. Vlees eten is voor Brazilianen een must: populair zijn de churrascaria's waar je vlees eet tot je niet meer kan. Ik at een paar keer in een churrascaria maar hou er niet van: je eet er meer uit gretigheid dan uit honger. Na een avondje schrokken in een churrascaria heb je twee weken geen zin meer in vlees. Trop is te veel.

Thuis vlees bereiden is een uitdaging. Of vooral: kwalitatief en betaalbaar vlees vinden is een uitdaging. Kleine slagerijen verdwenen zo'n twintig jaar geleden, net zoals kruidenierszaakjes, drogisten, fruit - en groentewinkels en bakkerijen. Ze moesten de deuren sluiten door de komst van gigantische supermarkten die vaak 24 uur open zijn en de prijzen laag kunnen houden. In Vila Madalena heb ik nog maar één açougue of slager gevonden. De piepkleine slagerij ziet er niet aantrekkelijk uit. In de etalage liggen worsten en kippenborsten van grote industriële merken en zelfs voorverpakte hotdogs. Laat maar zitten.

Ik zou af en toe mijn vlees kunnen kopen in een chique, veel te dure slagerij in upscale wijken als Itaim Bibi of Jardins. Maar daarvoor moet ik de bus op (ik durf nog niet met de auto rijden in São Paulo). En een uur bussen om vlees te kopen: dat gaat niet gebeuren, ik ken mezelf. Dus: naar de supermarkt. Het enige biologische vlees dat je hier vindt, is kip. De rest van het vlees komt opnieuw van gigantische vleesverwerkers. Het vlees in de supermarkt is van wisselvallige kwaliteit: het kan heel lekker smaken, maar ook taai en smaakloos. Ik heb er al gehakt gekocht waar de bovenste laag in het pakje er mooi uitziet, maar onderaan was het vlees bruin en niet vers. Worsten uit de supermarkt komen mijn pan niet meer in. Na tien minuten bakken zien ze er nog altijd even roze uit als toen ze net uit de verpakking kwamen. Laat maar zitten.

De dag nadat ik met mijn echtgenoot het vleesprobleem besprak, wandel ik voorbij The Butcher. Een gloednieuwe zaak, met een grote plastic koe voor de deur, barbecues in de etalage. Een slager! De winkel is een initiatief van drie ondernemers - Denis, Leon en Caio - die zich baseren op het whole food-principe. Hun doelstelling: puur vlees aanbieden dat rechtstreeks van de producent komt, aan een eerlijke prijs. Ik laat me vertellen dat het vlees dat ze verkopen hetzelfde is dat geserveerd wordt in toprestaurants als D.O.M. en Fasano.

Ik sla een kilo everzwijnworst in die ik klaarmaak met mandiocapuree en pompoen. Mijn gerechtje smaakt heerlijk. Probleem opgelost. Ik betaal graag iets meer voor een stuk vers vlees waarvan ik min of meer weet vanwaar het komt. En om het huishoudbudget onder controle te houden, las ik met plezier twee of drie vleesloze dagen per week in. Dat is vooral moeilijk voor mijn man, die als Braziliaan gewend is aan zijn dagelijks stuk vlees. Maar ook hij beseft: kwaliteit gaat voor op kwantiteit.

Kim De Craene-Bombonati werd verliefd op een Braziliaan, trouwde met hem en schippert daardoor al twee jaar tussen Antwerpen en het goed 9.700 kilometer verder gelegen Braziliaanse São Paulo. Een stad waar de Belgen binnen drie maand aan zet zijn met hun voetbalkunsten, maar Kim neemt ons met haar blog nu al mee in de lifestylewereld van Brazilië.