Koningin Elisabethwedstrijd dag 2. Wagner zingen vergt meer dan drie haren op de borst
De Franse Sarah Laulan Foto: Photo News

Wat de vocale editie van de Elisabethwedstrijd zo moeilijk maakt: een juiste schatting maken van wat de jury horen wil. Met welke aria’s laat je bloed warm stromen en wat raakt de koude kleren? Enig houvast biedt de repertoirelijst, die kandidaten helpt aan hun gerief voor het finaleprogramma. Schrale troost: de fine fleur van de zangkunst is er samengepakt in een excel sheet van ruim zevenhonderd nummers. Wie daaruit iets origineels wil baggeren, moet diep spitten.

Veel zangers zetten de klassieke ingrediënten in: tremulerende snikken, dramatische oorvijgen en virtuoze spurtjes op betekenisloze lettergrepen. Sommigen maken sier met een veeltalige gidsbeurt door de uithoeken van de geschiedenis. Maar af en toe doen finalisten gewoon waar ze zin in hebben. Het heel erg interessante aan de tweede finaleavond was dat alledrie de opties verdedigd werden. Met succes.

Klankvisioen

Eerst aan zet was de Franse Sarah Laulan, die haar soepele mezzo toepaste op een complex samengesteld programma waarin alleen maar sterke vrouwen aan het woord kwamen. Duits, Engels, Russisch, Italiaans of Frans: Laulan had het woordenboek in de coulissen gelaten. Ze opende knap verrassend met Mahlers Ich hab’ ein glühend Messer, een lied dat nogal wat mannelijke agressie uitstraalt. Laulan smeet zich meteen in de noten en trok zich de zelfbeschadigende woorden veel aan. Even ging haar stem kopje onder in een orkestrale springvloed, maar in de slotmaten kon ze in alle klaarte zieltogen.

Wagner zingen op een concours, er zijn meer dan drie haren op de borst voor nodig. Maar met een welluidende keelklank als die van Laulan kan het. Van de – zwaar gecoupeerde – monoloog van Waltraute maakte ze een klankvisioen in helder Duits. Alles was er: de schaduwzijde van Wotan, de speer die breekt, de gerooide wereldes en de wachtzaaldepressie van Walhalla. Minder geslaagd was de orchideeënaria uit Brittens Rape of Lucretia, waarin Laulan met veel vocale gestiek en dikke tong de precieuze tekst ontsierde.

In Moesorgski’s Wiegenlied verhief Laulan het rollenspel – tussen de moeder en de dood die haar kind in slaap wiegt – tot een drama in miniatuur. De dood zong ze als een omgestoten lijmpot, met dikvloeibare lijnen en sluwe decrescendo’s. Van de moeder wist ze de ijle paniek te vangen die naar de keel slaat. In de Rossini die volgde, gaf Laulan aan ook smoel te kunnen verlenen aan vocale capriolen. Als Carmen ten slotte trakteerde ze het publiek op een heerlijk manmoedige Habanera: geen sensuele lokzang, maar astrante vrijheidsmuziek.

Slowmotion

De Koreaanse sopraan Hyesang Park doet meteen denken aan Haeran Hong, winnares van de vorige editie. Dat ze lichaamslengte en nationaliteit met elkaar delen, is daar niet vreemd aan. Maar ook in de stem zit iets ‘déjà entendu’. Beide keeltjes zijn gekneed door Edith Bers aan de Juilliard School. Een verrukkelijke hoogte, een frisse maar compacte klank en stembandbeheersing: het zijn kwaliteiten die mooi scoren op het juryrapport. Neem daarbij een matig inventief programma en hoge punten liggen binnen handbereik.

Park opende met een totaal onverstaanbare vertolking van Strauss’ Ständchen. Met veel charme en zwevende noten werkte ze zich doorheen de feeërieke verzen. Het lichte gefluister, de koele deurklink, de huppende elfenpasjes, het mysterieuze geritsel in de lindenboom: niets van dat alles was waarneembaar. Gelukkig pakte ze in de openingsscène van La sonnambula uit met een krachtiger stemgeluid. Weinig kerngedachten en veel jubelnoten: de meisjespoppenrol van Amina lijkt haar op het lijf geschreven. Park gleed bekwaam en vrolijk doorheen het belcanto, lokte nu en dan een leuke kriebel los maar verliet zich te vaak op glijnoten om haar vocale salto’s te nemen. Overigens: gek toch dat ze niet de kans kreeg om elke herhaling te zingen. Die staan er in dit soort muziek namelijk niet voor niks. De vorm waarin Park haar Bellini moest brengen bezat daardoor de hulpeloze charme van een Ikea-bouwpakket waarvan de inhoud nog niet in elkaar steekt.

Ook nadien koos Park voor opera, helaas voor rollen die ze muzikaal wel, maar inhoudelijk niet aan kan. In tegenstelling tot Laulan, die nu al een heuse Carmen is en ooit een doortastende Waltraute zal zijn, is het moeilijk in Park een Manon of Violetta te zien. Massenet zong ze met genoeg Franse brille, maar over Manons zonnige toekomstdroom hing een druilerige slagschaduw. Als Violetta verwarde ze vertwijfeling met droefheid en ontbrak het haar aan de ruwe mond die nodig is om zich af te zetten van Alfredo. Conclusie: kundig en fluks gezongen, ruim voldoende om een jury te imponeren. Maar wie interessante zang wilde horen, moest de pauze over.

De Duitse sopraan Daniela Gerstenmeyer heeft al sinds de eerste ronde alle aandacht op zich. Toen pakte ze ijzersterk uit met een atonaal, maar loepzuiver a cappella-lied van de moderne componist Aribert Reimann. Haar finaleprogramma was even curieus en riskant, op het suïcidale af: alleen maar peinzende slowmotion-aria’s, grotendeels in humorloos Duits en vaak met religieuze ondertonen. Gerstenmeyer opende met Cleopatra’s aria uit Giulio Cesare. Er stak trots in het verdriet en zelfs de virtuoze vonkjes in het midden zette ze subtiel en nobel neer.

Gerstenmeyer wist een lumineuze trek te maken over haar diepgravende programma, dat nergens verslapte of vermoeide. Brahms’ Ihr habt nun Traurigkeit bracht ze heerlijk vertellerig en meeslepend, met aandacht voor troostende boodschap die aan de woorden weegt. Zerfliesse mein Herze was ontroerend, al was er net niet genoeg kleur in de diepte om Christus’ dood te openbaren. Als Pamina zong ze een beangstigend mooie Ach, ich fühl’s, waarin geen enkele noot gekneusd werd. Höre, Israël, uit Mendelssohns Elias, was een atypische afsluiter. Mindere zangeressen kunnen de aria in schoonheid laten versuffen, maar Gerstenmeyer nam haar rol als Oudtestamentische God serieus: in het tweede deel van de aria was er zowel toorn als troost.

Mocht de wedstrijd nu afgelopen zijn, dan stond dit drievrouwschap vooraan in de top. Bijna hadden we geschreven: en dan mag Daniela Gerstenmeyer het concours winnen. Maar daar heeft niemand iets aan. Liever anders dus: het is de Duitse die we het snelst opnieuw willen horen. Welke programmator doet ons dat plezier?