Vrederechter: ‘Boete voor stemfie? Kan niet’
Foto: Novum ERALD VAN DER AA

Erevrederechter Jan Nolf gelooft niet dat je voor een ‘stemfie’, een ‘selfie’ in het stemhokje, de boete van 3.000 euro kan krijgen, zoals hier en daar werd verteld.

Nolf overloopt vijf wetsartikels die zogezegd zouden kunnen worden ingeroepen voor een verbod, maar ziet nergens een echte juridische basis.

‘De stemming is geheim’ (artikel 62 van de Grondwet)

Nolf: ‘Dat artikel mag echter niet op zijn kop gezet worden. Het geheim van de stemming is een recht, en geen plicht.’

‘Boete van 500 tot 3.000 euro voor wie het geheim van de stemming kenbaar maakt’ (artikel 192)

Nolf: ‘Dat artikel betreft echter uitsluitend de voorzitter, bijzitter of secretaris van een bureau en iedere getuige’

‘Het is verboden in het stemlokaal wanorde te veroorzaken’ (artikel 111 en 203)

Nolf: ‘Dit gaat om een verbod op het voeren van visuele propaganda voor een bepaalde partij.’

‘Feitelijkheden die de stemming vertragen zijn verboden’ (artikel 193)

Nolf: ‘Het maken van een stemfie in een stemhokje neemt voor de modale gsm-gebruiker niet meer tijd in beslag dan het opbergen van een bril door een bijziende.’

‘Het is voor de kiezer verboden zijn stembiljet bij het verlaten van het stemhokje op zodanige wijze open te vouwen dat de door hem uitgebrachte stem bekend wordt’ (artikel 143)

Nolf: ‘In dat geval kan de voorzitter van het stembureau de stem weigeren en de kiezer verplichten opnieuw te stemmen. Een stemfie mag dus alvast niet buiten het stemhokje genomen worden.’

Het volledige betoof van Nolf kan u hier lezen.