Defensie heeft zijn nieuw transportvliegtuig in gebruik genomen. Het gaat om een gehuurde Airbus A321 die in de plaats komt van de grote A330, die sinds november 2009 bij dezelfde Portugese maatschappij werd gehuurd. Het nieuwe toestel kan minder passagiers en vracht vervoeren en legt kortere afstanden af, maar zou moeten volstaan om de overgebleven opdrachten te vervullen.

Het grijskleurige toestel voerde vorige donderdag zijn eerste operationele vlucht uit richting Bamako, de hoofdstad van Mali. Dinsdag stelde minister van Defensie Pieter De Crem het met de nodige trots voor aan de pers. Hij benadrukte daarbij de besparing (4,3 miljoen euro) die Defensie realiseert met het nieuwe contract.

De A321-231 krijgt Melsbroek, het militaire deel van de luchthaven van Zaventem, als uitvalsbasis. Het toestel kan 152 passagiers vervoeren over 4.300 kilometer. Dat is een eind minder ver dan de vroegere A330, die in één ruk naar Kinshasa of Washington kon vliegen met meer dan 270 mensen aan boord. De Airbus kan 10,3 ton vracht vervoeren, wat eveneens lager uitvalt dat bij zijn voorganger.

De kleinere afmetingen hebben echter ook zo hun voordelen, legden militaire gezagsdragers dinsdag uit. De prijs voor het gebruik ligt meer dan 4 miljoen euro per jaar lager. De maatschappij die het contract in de wacht sleepte, het Portugese Hi-Fly, garandeert een beschikbaarheidsgraad van 97 procent. Ze biedt ook een vervangingstoestel aan voor het geval de A321 onbeschikbaar is of indien er een groter toestel nodig is.

Diezelfde nood kan ook worden gelenigd door een beroep te doen op een vliegtuig van een partnerland binnen het “European Air Transport Command” (EATC), dat in Eindhoven is gevestigd.