Libische overgangsregering vecht om te overleven
De Libische interim-premier Abdullah al-Thini (r.) roept de milities in het land op om de wapens neer te leggen. Foto: EPA

Na recent dodelijk geweld in Libië met vecht de overgangsregering om te overleven. Maandag riep ze de milities in het land op meningsverschillen niet meer de wapens te beslechten.

De onlusten waren vrijdag in Benghazi begonnen en waaide zondag ook over naar de Libische hoofdstad Tripoli. Uiteindelijk vielen 77 doden.

In Tripoli bestormden gewapende bendes zondag het parlement. Eerder waren in Benghazi bewakingsposten van islamistische milities aangevallen.

Enkele uren voor de verklaring van de overgangsregering had een hoge legerfunctionaris nog de ontbinding van regering en parlement aangekondigd op televisie. Daarover maakte de overgangsregering in haar verklaring echter geen enkele allusie.

Speelplaats van terroristen

De baas van de militaire politie, Mocktar Fernana, zei dat een nieuw opgerichte commissie een grondwet zal schrijven en tijdelijk de taken van de wetgevende macht zal overnemen. ‘Het Libische volk zal niet toelaten dat het land een speelplaats van terroristen en extremisten wordt’, motiveerde Fernana zin mening met het oog op het zwakke beleid in Tripoli.

Bij de aanvallers gaat het om afvallige soldaten, die door milities uit de stad Zintan worden gesteund. Vermoedelijk worden zij gesteund door generaal op rust Khalifa Haftar. Hun doel is de verdrijving uit het land van islamistische milities, die zich sinds de val van wijlen kolonel Moammar Kadhafi in 2011 daar hun standplaats hebben uitgebreid.