‘Het is een fucking art film!’ David Cronenberg is in Cannes in grote doen met een film over de claustrofobische, incestueuze wereld van Hollywood, Maps to the stars.

De bijtende ironie en de leegheid van het amaaaazing Hollywood doet denken aan de boeken van Brett Easton Ellis, maar het scenario is van zijn collega-romancier Bruce Wagner, die ooit nog limousinechauffeur was voor het befaamde Beverly Hills Hotel.

De rol van chauffeur is in de film weggelegd voor Robert Pattinson, die Agatha (een alweer schitterende Mia Wasikowska) moet oppikken aan een busstation – een leuke verwijzing naar Pattinson en Cronenberg vorige samenwerking, Cosmopolis (‘Alle limo’s waren bezet’). Ondertussen zien we hoe een kindster na een voortijdige drugsverslaving zijn carrière weer op de rails probeert te krijgen – Justin Bieber is niet ver weg. De jongen die Benjie speelt, Evan Bird, was zelf maar dertien tijdens de opnames. Julianne Moore speelt compromisloos en zonder enige schaamte een actrice die blind van ambitie is en een relatie heeft met haar broer (John Cusack), die schimmige praatjes over pyschotherapie verkoopt – via tv, uiteraard.

Het eerste deel van de film is beduidend grappiger, spitsvondiger en misschien ook interessanter dan de laatste helft. Maar dan nog is het genieten van een film die loopt langs hallucinaties, scheetgrappen, moord met een award, en geweldige quotes als ‘Maar ik bén de franchise!’. Hilarisch zijn de oppervlakkige gesprekken in Hollywood over Hollywood door Hollywood. Incest is overal.