Online gesprekken voor speurders een 'blinde vlek'
Foto: rr
Door gebrekkige wetgeving terzake kunnen speurders nog steeds geen conversaties via het internet afluisteren. De Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid (DSB) bevestigt dat er dringend nood is aan meer gerichte tapmogelijkheden dan de onderzoeksrechters vandaag hebben. Alleen zo kunnen ze ‘het gros van de relevante gesprekken tussen criminelen’ onderscheppen. ‘Een telefoon afluisteren is voorbijgestreefd’, zeggen speurders.

‘Neen, wacht, aan de telefoon geen details over de levering’, zegt de verdachte. ‘We schakelen over op Skype.' Speurders die onder meer in zware drugsdossiers een telefoon afluisteren, krijgen die zinnen vaker te horen dan hen lief is. Tot hun grote frustratie kunnen ze die gesprekken immers niet volgen.

Conversaties via het internet afluisteren, behoort niet tot hun mogelijkheden. Skype, WhatsApp, Blackberry Messenger, zelfs een simpele e-mail: voor de speurders is het een blinde vlek. De wet die speurders toelaat om vlotter op het internet te tappen, bestaat al sinds 2011. Alleen zijn daar geen uitvoeringsbesluiten op gevolgd. Daardoor hebben de speurders niet de technische mogelijkheden om het internet te ‘beluisteren’.

Bijgevolg zien politie en gerecht zich genoodzaakt dan de telefoon tappen van mensen uit de omgeving van de verdachte. Zijn broer, zijn moeder, zijn vrienden, enzovoort. Maar dat is peperduur en weinig efficiënt.

Vorig jaar ging het om 14,4 miljoen euro, in 2011 om 25,4 miljoen. Gerichter online afluisteren zou betekenen dat gerecht en politie minder telefoontaps moeten inzetten om verdachten te lokaliseren. ‘Investeren in de mogelijkheden op het internet zou de gerechtskosten terugdringen’, luidt het.