Duitsland is aan zet
Het Europese kopstukkendebat van vorige donderdag. Saaier wordt televisie niet, vindt Timothy Garton Ash. Foto: afp

Vergeet de drukte over de kandidaten voor het voorzitterschap van de Europese Commissie, schrijft Timothy Garton Ash. ‘Oekraïne is het aambeeld van Europa. Duitsland is de hamer.’

Wie? Doceert Europese studies aan Oxford University en is de auteur van ‘Facts Are Subversive: Political ­Writing from a Decade ­Without a Name’.

Wat? Meer democratie in de EU is zeker nodig. Maar eerst de problemen in Oekraïne aanpakken.

Deze week vinden in Europa dertig verkiezingen plaats: 28 nationale voor het Europees Parlement, één pan-Europese voor een ‘Spitzenkandidat’, en de presidentsverkiezing in Oekraïne op 25 mei. Tenzij alle opiniepeilingen zich vergissen, zullen de 28 nationale verkiezingen een succes worden voor een bonte verzameling van ‘antipartijen’, van Ukip in Groot-Brittannië tot Jobbik in Hongarije, het Front National in Frankrijk en Syriza in Griekenland. De meeste horen thuis in het xenofobe rechtse kamp, maar van Syriza of de Movimento 5 Stelle van Beppe Grillo in Italië kun je dat niet zeggen. Het enige wat ze allemaal gemeen hebben, is dat ze tegen zijn. Tegen de gevestigde orde, tegen de traditionele partijen, tegen de EU in haar huidige vorm. Tegen de werkloosheid, bij links en bij rechts. Tegen de immigratie, vooral bij rechts. Tegen de verveling ook – en de meeste traditionele Europese politici zijn oervervelend.

De antipartijen zullen veel stemmen krijgen omdat ze de woede en de ontgoocheling van veel Europeanen weerspiegelen. Veel mensen hebben het gevoel dat hun leven slechter wordt en dat Europa geen oplossing maar een deel van het probleem is. Sinds 1979 is de opkomst in elke opeenvolgende verkiezing voor het Europees Parlement gedaald en is het wantrouwen tegenover dat parlement toegenomen. Toch krijgt het door het Verdrag van Lissabon meer macht dan ooit. Formeel gesproken moeten de meeste beslissingen van de EU nu door het parlement worden goedgekeurd.

Saai debat

Euro-idealisten hebben een logisch antwoord op dat probleem: meer democratie. Vandaar het idee van Spitzenkandidaten: de kandidaten voor het voorzitterschap van de Europese Commissie die de grote politieke blokken in het Europees Parlement zullen voordragen. Hebt u vorige donderdag naar hun televisiedebat op Eurovisie gekeken? Echt waar? En bent u wakker gebleven? Zeg wat u wilt over het Eurovisiesongfestival: het was een spectaculaire show en nummers als de wulpse Poolse melkmeisjes en de Oostenrijkse travestiet Conchita Wurst waren grappig. Het lijkt ongelooflijk dat dezelfde Eurovisie dit saaie debat op het scherm bracht, onder een blauw gedrapeerd plafond dat eruitzag alsof het elk ogenblik op de kandidaten kon neerzakken. De kandidate van de Groenen, Ska Keller, stak met haar voorkomen en haar kordate stijl af tegen de mannen in de grijze pakken, tot ze dingen begon te zeggen als ‘jammer genoeg hebben we in de jongste raming voor een meerjarenbegroting de boot gemist’.

De combinatie van Spitzenkandidaten en meer macht voor het Europees Parlement zal niet volstaan om het vertrouwen van de burgers in de EU te herstellen. De Spitzenkandidat die het haalt, zal trouwens niet noodzakelijk de beste persoon zijn om de Commissie te leiden, want de voorzitter hoort boven het partijpolitieke gekrakeel te staan. En als de nationale regeringen beslissen om iemand anders te kiezen, wat best mogelijk is, dan is heel het gedoe een maat voor niets geweest. Een klucht.

Het is hoogst onwaarschijnlijk dat deze 28+1 verkiezingen de creatieve schok zullen voortbrengen die onze Unie nodig heeft om wakker te schrikken en effectief iets te doen voor haar 500 miljoen burgers. En intussen is het weer oorlog in Europa. Geen grote oorlog, zoals in 1914 of 1939, maar een bloedig klein conflict zoals in ex-Joegoslavië in de jaren 1990. De neerwaartse spiraal van paramilitair geweld in het oosten van Oekraïne herinnert griezelig aan het begin van het Bosnische conflict.

Verbluffend eenvoudig

De belangrijkste Europese verkiezing van deze week is er dan ook een die niet in de EU plaatsvindt. Als Oekraïne er zondag in slaagt om op zijn volledige grondgebied een democratische presidentsverkiezing te houden, dan bestaat er een kleine kans op een terugkeer naar een vreedzaam, onderhandelingsproces. Dat zou een onafhankelijk, soeverein Oekraïne moeten opleveren, met een grote mate van zelfbestuur voor zijn sterk verschillende provincies.

Maar wie in de machtige EU, de grootste economie van de planeet, kan dat proces beïnvloeden? Niet de Spitzenkandidaten, die weinig zinnigs vertelden over Oekraïne (’We hebben veel dialoog nodig’, vond Keller; ‘We kunnen daar geen fascisten hebben’, verklaarde Alexis Tsipras van Syriza – aan wie dacht hij precies?). Het Europese Parlement evenmin. Alleen de nationale regeringen kunnen het. De EU kan slechts een ondersteunende rol spelen, door in het beste geval een gemeenschappelijke strategie uit te stippelen.

Het zal vooral van Duitsland afhangen, het enige Europese land waar Vladimir Poetin naar luistert en het enige dat een potentieel sterke Europese mix van straffen en beloningen kan verzamelen. Nog niet zo lang geleden verklaarden de Duitse leiders dat zij bereid waren om de internationale verantwoordelijkheid op te nemen die de macht van hun land met zich meebrengt. Die kans is er sneller gekomen dan ze hadden verwacht, op een pijnlijke manier.

De huidige Europese politiek is dus zowel verbijsterend complex als verbluffend eenvoudig. Duizenden woorden zouden niet volstaan om ze te vatten, maar vier zijn al genoeg: Duitsland is aan zet.