COMMENTAAR. Van die soort, maken ze er geen meer
Dehaene wordt gevierd tijdens een CVP-congres (mei 1999). Foto: Eric Peustjens
Hij kleineerde zichzelf de laatste tijd wat door zich ‘een politicus van de vorige eeuw’ te noemen. De snelheid en de openheid van de politiek in het twittertijdperk, waren niet de biotoop waarin hij zichzelf nog leiding zag geven aan het land.

Onderhandelingen waarbij de kern van wat op tafel ligt, de wereld rond ge-sms’t wordt nog vóór de onderhandelaars het goed en wel van elkaar gehoord hebben, neen, daarin kon hij niet meer mee. En dat klopte ook wel. Maar het omgekeerde geldt ook. De politiek zoals die anno 2014 bedreven wordt in dit land, kan ook niet meer omgaan met politici van het kaliber van Jean-Luc Dehaene. En dat soort politici, dat soort leiders, maakt ons politiek systeem ook niet meer. De nieuwe politici moeten snel renderen en snel stemmen halen. En blijven halen. Elke dag quotes halen.

Jean-Luc Dehaene had als specialiteit niet te antwoorden op vragen. Hij had een afschuwelijke reputatie toen hij aan de politiek begon. Hij was een ongelikte beer, droeg geen das maar een trui met rolkraag. Stemmen halen hoefde niet, hij mocht zich en zijn beleid en zijn compromissen ontwikkelen, zolang de elite, aanvankelijk in zijn partij, later in heel de politiek, vertrouwen had in hem. Later haalde hij stemmen, ondanks de onsympathieke dingen die hij toen aan het doen was: de begroting en de economie saneren.

Ik hoor niet bij degenen die laatdunkend doen over de politici van vandaag. Ook in de huidige generatie politici zit heel wat talent. Maar hoevelen daarvan zullen zich meer dan 20 jaar aan de top kunnen handhaven? Eén? Twee? Wellicht géén. De meesten hebben die ambitie zelfs niet meer.

Ze hebben wel ambitie, om dit of dat te doen, of om één keer of een tijdlang iets groots te doen. Maar een roeping, zoals Dehaene, hebben ze niet meer. Voor hem was politiek een engagement, een plicht. Hij wou de politiek verlaten, na de nederlaag van zwarte zondag en de doorbraak van het toenmalig Vlaams Blok in 1991, maar de plicht riep hem terug en hij werd nog bijna een decennium premier.

Visie

Dehaene was een man met visie. Met een visie op vele thema’s, en een man die niet elke dag van visie veranderde. Integendeel. Hij was een man die desnoods twintig jaar geduld had om die visies te realiseren. En vaak wist hij ze ook te realiseren.

Hoe? Hij wist hoe hij zijn einddoel in tussenstapjes kon opdelen, hij wist wat zijn partners nodig hadden om daarin mee te stappen, en hij kon hun vertrouwen winnen. Dat laatste was superbelangrijk. Ze wisten dat hij vaak al drie straten verder dacht dan zij zelf, maar ze aanvaardden dat omdat ze erop vertrouwden dat hij dat niet zou misbruiken.

Dehaene was de man die in de jaren zestig, samen met kompaan Wilfried Martens, voor het federalisme koos en dat ook realiseerde.

Hij was de man die midden de jaren tachtig de sociale zekerheid wist te saneren, en toen al een boekje schreef dat zei dat langer werken spoedig nodig zou worden, dertig jaar vóór de regering Di Rupo de minimumleeftijd voor het pensioen optrok tot 62 jaar.

Hij was de man die ons land in de jaren negentig budgettair saneerde en het toch de Europese Unie in loodste.

Hij was ook de man die achter de schermen mee de uitgroei van de Europese Unie van na 2010 voorbereidde.

Van de soort die dat allemaal kan, zo’n lange periode, maken ze er geen meer, of alleszins niet veel meer.