Jean-Luc Dehaene: architect van federaal België
Oud-premier Jean-Luc Dehaene. Foto: Belga
Jean-Luc Joseph Marie Dehaene zal de geschiedenisboeken ingaan als één van de grootste staatslieden uit de Belgische naoorlogse periode. Dehaene wist ons land door moeilijke economische wateren richting euro te loodsen en tekende mee de contouren van het huidige federale België uit. Een portret van een geduldig onderhandelaar met een typische 'recht door zee'-stijl die het land boven water hield in de nadagen van de affaire-Dutroux.

Jean-Luc Dehaene zag het levenslicht op 7 augustus 1940 in Montpellier als zoon van een Brugse arts. In Brugge zou hij ook het grootste gedeelte van zijn jeugd doorbrengen. Hij wordt er actief in een aantal jeugdbewegingen en zal uiteindelijk verbondscommissaris worden van het Vlaams Verbond van Katholieke Scouts.

Aan de universiteiten van Namen en Leuven behaalde de jonge Dehaene licentiaatsdiploma’s in de rechten en de economie. In 1965 verhuisde Dehaene naar Brussel waar hij huwde met Celie Verbeke. Ze kregen samen vier kinderen en tien kleinkinderen.

Jean-Luc Dehaene rolde in het politieke bestel via het ACW, de koepelorganisatie van de Belgische Christelijke arbeidersbeweging, en de CVP jongeren, waar hij ondervoorzitter van werd. Vanaf 1971 bekleedde Jean-Luc Dehaene verschillende functies op ministeriële kabinetten, eerst als medewerker, later als kabinetchef. In 1981 werd hij voor de eerste maal minister, van Sociale en Institutionele Zaken, in de regering Martens V.

‘Sire, geef me honderd dagen’

In 1987 werd Belgische politieke landschap verscheurd door de zaak Happart, die zorgde voor de val van de regering-Martens VI. Franstaligen en Vlamingen stonden met getrokken messen tegenover elkaar, een volgende staathervorming leek ver weg. Dehaene werd als informateur het mijnenveld in gestuurd om de uitzichtloze klus te klaren. Uit die dagen dateert de gevleugelde uitspraak: ‘Sire, geef me honderd dagen’.

Hij zou er uiteindelijk 106 dagen voor nodig hebben maar Jean-Luc Dehaene toverde een oplossing uit de hoed. Er kon een nieuwe regering Martens VII uit de startblokken schieten met een stevige staatshervorming in de achterzak. De ster van Jean-Luc Dehaene aan het politieke firmament steeg nu stilaan naar een absoluut hoogtepunt. In 1990 zette hij, samen met zijn collega’s in de regering, zijn handtekening onder de beruchte abortuswet.

Dehaene ontwikkelde zich steeds meer tot een kundig en geduldig onderhandelaar die onverwachts de meest onmogelijke compromissen uit zijn mouw kon toveren. Het leverde hem de bijnaam ‘loodgieter-staatsman’ op. Via zijn zogenaamde ‘helikopter-standpunt’ leerde hij verder kijken dan zijn eigen standpunt en overschouwde hij wat op het politieke veld bewoog.

Dehaene neemt het voortouw

‘Zwarte zondag’, de verkiezingsdag waarop de regeringspartijen met lede ogen moesten toekijken hoe het Vlaams Blok met de verkiezingswinst ging lopen, betekende aan het begin van de jaren ‘90 de doodsteek voor de regering Martens IX.

Wilfried Martens wordt opzijgeschoven en Jean-Luc Dehaene neemt het voortouw. Een ‘noodregering’ van christendemocraten en socialisten onder leiding van Dehaene moet ons land uit het economische slop halen. Met zijn typische rechttoe rechtaan stijl worden de overheidstekorten, die tot de hoogste in West-Europa hoorden, grondig aangepakt en wordt er duchtig gesaneerd. Uiteindelijk wordt de zogenaamde ‘Maastricht-norm’ gehaald en mag ons land participeren in de euro.

In 1992 kan Jean-Luc Dehaene de vierde staatshervorming op de rails te krijgen. Het respect voor Dehaene als politiek figuur is nu dermate groot dat hij erin slaagt om het Sint-Michielsakkoord door het parlement te loodsen met steun vanuit de oppositie van Volksunie en Groenen. België werd in 1995 definitief een federale staat.

Woelige wateren

In de jaren ‘90 laveert een autoritaire Dehaene ons land door een aantal woelige wateren. Na de dood van koning Boudewijn in 1993 regelde hij meteen de opvolging tegen de wens van de overleden koning in. Een jaar later vond de genocide in Rwanda plaats en de moord op de Belgische blauwhelmen.

In 1996 breekt de Dutroux-affaire uit en wanneer diezelfde Dutroux twee jaar later nog eens de benen neemt, zakt het vertrouwen van de Belgen in het justitiële apparaat volledig onder nul. Het vertrouwen in de ‘loodgieter-staatsman’ krijgt een deuk. Toch slaagt Dehaene er met de ‘Octopushervorming’ de politiediensten een te maken, justitie te hervormen en het federale parket voor grote misdaaddossiers op te richten.

De dioxinecrisis in 1999 blijkt de horde teveel. Met dioxine besmet veevoeder komt in de voedselketen terecht en in de naweeën van de affaire Dutroux kan de regering Dehaene het broze vertrouwen in de nationale veiligheid niet meer herstellen. De CVP kent de zwaarste verkiezingsnederlaag uit de naoorlogse geschiedenis.

Europa lonkt

Na de verkiezingsnederlaag van 1999 trekt Jean-Luc Dehaene zich terug uit de nationale politiek. Hij blijft in het parlement als senator maar blijft eerder op de achtergrond. Op lokaal vlak kan hij zich in Vilvoorde de burgemeestersjerp toeëigenen.

Een jaar later wordt de ex-premier vicevoorzitter van de Europese Conventie die in 2002-2003 een voorstel van een Europese grondwet uitwerkte. Met de Conventie wilden de Europese leiders de hervorming van de EU op een meer democratische manier voorbereiden.

In 2004 werpt Jean-Luc Dehaene zich met succes in de Europese verkiezingsstrijd. Het levert hem 650.000 voorkeurstemmen op. Dehaene zetelde tot op vandaag nog steeds in het Europese Parlement voor de Europese Volkspartij (EVP).

Déjà vu

In 2007 is de communautaire impasse opnieuw compleet. Net zoals in de jaren ‘90 vliegen Franstaligen en Vlamingen elkaar in de haren. Net zoals de Volksunie in 1991, trekken nu de liberalen de stekker uit de regering. In het communautaire gekrakeel wordt Dehaene als vanouds opnieuw het terrein opgestuurd om de zaak te ontmijnen. Ook in 2010 moet hij als koninklijk verkenner de weg plaveien voor een formateur.

Bezige bij Dehaene zetelt ook in tal van raden van bestuur, onder meer bij AB Inbev, Lotus en Umicore. Later wordt hij door toenmalig premier Yves Leterme verzocht om 'puin te ruimen' bij bank-verzekeraar Dexia, een passage die niet iedereen als een onverdeeld succes beschouwt. Volgens Dehaene was hij 'niet verantwoordelijk voor de gecreëerde puinhoop', enkel voor de manier waarop het puin geruimd werd. 

Kanker

Begin 2014 stellen de dokters bij Dehaene pancreaskanker vast. De oud-premier wordt met spoed geopereerd, maar zijn gezondheid blijft met rasse schreden achteruit gaan. Toch blijft Dehaene positief. ‘Het was een beginnend gezwel, zonder uitzaaiingen. Met preventieve chemo bestaat de kans dat ik er niets aan overhoud. Op mijn insuline-inspuitingen na ga ik dan vrij gewoon kunnen leven’, zei Dehaene daarover in een interview met onze krant.

Dehaene werd donderdag onwel en kwam ten val net voor hij een bedrijf ging bezoeken in Frankrijk. Hij was er op vakantie met zijn echtgenote en vrienden. Jean-Luc Dehaene stierf ten gevolge van die val. Hij werd 73 jaar.