Met of zonder partner: de gevolgen voor uw aangifte
Hebt u de stap gezet om wettelijk samenwonend te worden, of te trouwen? Of bent u gescheiden of is uw partner overleden? Dan zult u dat ook merken aan uw belastingaangifte. De belangrijkste gevolgen op een rij.

Net getrouwd of samenwonend?

  • De fiscus maakt geen onderscheid tussen wettelijk samenwonend en gehuwd.
  • Voor feitelijk samenwonenden zijn er geen speciale regels. Zij worden door de fiscus gewoon als alleenstaanden beschouwd.
  • Wie in 2013 huwde of ging samenwonen vult dit jaar voor het eerst een gezamenlijke aangifte in. Wie deze stap pas in 2014 zette vult dit jaar voor het laatst een aparte aangifte in. (meer voor wie in 2014 trouwde hier)
  • Wie voor het huwelijk wel al wettelijk samenwonend was had wel al een gezamenlijke aangifte, en dus wijzigt de situatie de facto niet. Al moet u nu wel het vakje 'getrouwd' aankruisen in plaats van 'wettelijke samenwonend'. 

Geen cumul maar wel een gezamenlijke aanslag

Gehuwden en wettelijk samenwonenden krijgen een gemeenschappelijke aanslag. Dit wil echter niet zeggen dat ze ook samen belast worden. Sinds het doorvoeren van de integrale decumul gebeurt de berekening van het belastbaar inkomen en de verschuldigde belasting immers per belastingplichtige; dus per partner apart. Pas daarna worden de bedragen van beiden (te betalen belasting of terug te krijgen som) samengeteld en in de gemeenschappelijke aanslag opgenomen.

Wat na een scheiding?

Echtgenoten die feitelijk gescheiden zijn – maar officieel nog gehuwd – ontvangen het eerste jaar nog een gezamenlijke aanslag. Het jaar volgend op de feitelijke scheiding krijgen ze opnieuw elk hun eigen aanslag.

Wat bij een overlijden?

Voor het jaar van het overlijden van één der echtgenoten heeft de langstlevende de keuze tussen één gemeenschappelijke aanslag, dan wel twee aparte aanslagen (voor hem/haar en de overleden partner). Als beide partners tijdens hetzelfde jaar overlijden, komt deze keuze toe aan de erfgenamen.

Zelfde belastingvrije som als alleenstaande

Vroeger kregen gehuwden een lagere belastingvrije som dan alleenstaanden. Dit verschil is nu weggewerkt, doordat iedere echtgenoot apart belast wordt. Iedereen heeft dus recht op minstens dezelfde basis belastingvrije som. Die kan dan eventueel wel verhoogd worden omwille van een handicap van de belastingplichtige, of voor personen ten laste.

Huwelijksquotiënt

Eén van de grote voordelen voor gehuwden en wettelijk samenwonenden is dat zij het huwelijksquotiënt kunnen toepassen. Een deel van het inkomen van de ene partner kan dan fiscaal toegerekend worden aan de andere. Als de ene echtgenoot geen beroepsinkomen heeft, mag de andere 30 % van zijn inkomen aan de eerste toerekenen met een maximum van 10.200 euro (aj. 2015). 

Deze techniek wordt gebruikt als één van beide echtgenoten geen, of slechts een zeer beperkt, eigen inkomen heeft. Zo kunnen zij maximaal gebruik maken van hun belastingvrije sommen. Daarnaast wordt progressiviteit van de belasting hiermee wat getemperd: beide echtgenoten zullen dan immers onder een lagere belastingschijf vallen. Het huwelijksquotiënt wordt enkel toegepast als dat in het voordeel is van de echtgenoten. Als de toepassing zou leiden tot een hogere gemeenschappelijke aanslag, zal de administratie die zelf buiten toepassing laten.

Meewerkende echtgenoot

Een zelfstandige (ondernemer of vrije beroeper) kan aan zijn partner ook een bezoldiging alsmeewerkende echtgenoot betalen. Voorwaarde hiervoor is dat de andere  geen eigen beroepsactiviteit heeft die hem een sociaal statuut geeft. Als meewerkende echtgenoot vallen zij dan ook onder het sociaal statuut van de zelfstandigen, met alle daarbij horende verplichtingen en rechten (bv. betalen sociale zekerheidsbijdragen, pensioenrechten opbouwen, kinderbijslag, …).

Het huwelijksquotiënt en de meewerkende echtgenoot: combineren?

Beide systemen combineren mag: zolang van beide de voorwaarden gerespecteerd worden. Zo kan in totaal nooit meer dan 10.200 EUR aan de andere echtgenoot toegekend worden (= de grens van het huwelijksquotiënt).

De verhoogde belastingvrije som

Aangezien echtgenoten in het jaar van hun huwelijk ‘fiscaal’ nog niet als gehuwd worden beschouwd, kunnen zij in dat jaar het huwelijksquotiënt niet toepassen. Dat kan een nadeel zijn, als één van de echtgenoten geen of een laag beroepsinkomen heeft. Bovendien kan de echtgenoot zonder inkomen niet ten laste zijn van de andere echtgenoot…

Om daaraan tegemoet te komen, heeft de echtgenoot met het inkomen recht op een toeslag op de belastingvrije som (zoals je een verhoging krijgt voor personen ten laste). Die som bedraagt 1.500 EUR (aj. 2015). Voorwaarde is dat de andere echtgenoot maximaal 3.110,00 EUR (aj. 2015) eigen nettobestaansmiddelen heeft.

Let wel: verder kunnen geregistreerde partners nooit ‘ten laste’ kunnen zijn van elkaar. Dit wordt gecompenseerd door de mogelijkheid het huwelijksquotiënt toe te passen.