‘Ik pleit nog steeds voor Grexit’-’Dan hadden we nu al geen euro meer’
Foto: Bart Dewaele

Moet Europa harder zijn, meer besparen? Een tweederdemeerderheid van het publiek in de zaal vindt van wel. Het is meteen ook het onderwerp van de tweede ronde van het Europees debat van De Standaard. Staan lijnrecht tegenover elkaar: Guy Verhofstadt (Open VLD), Johan Van Overtveldt (N-VA) en Kathleen Van Brempt (SP.A).

Hoewel een groot deel van het publiek harde besparingen bepleit, vinden steeds meer politici en economen dat het stilaan welletjes is. Was het economisch zinvol van de Europese Unie om de lidstaten zo hard te laten besparen?

‘Ja, het bezuinigingsbeleid is noodzakelijk’, vindt Verhofstadt. ‘Olli Rehn (eurocommissaris voor Economische en Monetaire Zaken, red.), heeft zijn job gedaan, het Stabiliteitspact toegepast, iets wat al veel langer had moeten gebeuren. Maar we moeten nu ook voor een tweede pad kiezen: een groeipad. Niet opnieuw schulden maken, zoals de socialisten voorstellen, maar door de interne markt in een hogere versnelling te brengen. De energiemarkt is bijvoorbeeld nog niet eengemaakt. Gevolg: de prijzen zijn in Europa veel hoger dan in de VS.’

Een andere voorstander van strenge besparingen is Van Overtveldt, die Olli Rehn een ‘excuustruus voor België’ noemt. ‘We moesten sowieso besparen’, aldus Van Overtveldt, die vooral inhakt op het schuldig verzuim van de politici in de jaren negentig om de euro niet beter te stutten tegen ‘onvermijdelijke crisissen’. ‘Zonder bankencrisis was er ook een eurocrisis gekomen. Nu halverwege de monetaire unie vormgeven, dat werkt niet.’

Grexit?

Moest een land als Griekenland de euro weer laten vallen, om de monetaire unie te redden? Ja, daar pleit ik nog steeds voor, aldus Van Overtveldt. ‘Ik mag er niet aan denken’, repliceert Van Brempt, die net het omgekeerde bepleit: ‘We hadden zelfs meer solidariteit moeten tonen.’ Ook Verhofstadt staat lijnrecht tegenover Van Overtveldt: ‘Als we Griekenland eruit hadden gezet, hadden we nu al geen euro meer. Het systeem zou als confituur in elkaar zijn gezakt. De fout is dat we niet meteen tegen Grieken gezegd hebben om intern zaken op orde te stellen.’

Maar Van Brempt wil de kritiek van Verhofstadt op het ‘lakse begrotingsbeleid’ van de socialisten nog pareren: ‘De begroting op orde stellen, is niet hetzelfde als besparen, besparen, besparen. Vijf jaar geleden hebben wij al gezegd: pas op, zorg ook voor een pad dat de economie zuurstof geeft. We hebben 1.600 miljard euro in de banken gestoken om ze te redden, en nu gaan opnieuw besparen op kap van dezelfde mensen? Daar doe ik niet aan mee.’

Economisch kerkhof

Een eengemaakte vennootschapsbelasting, dat kan zuurstof geven aan de economie in Europa, vindt Van Brempt. ‘Je kan geen sociaal paradijs creëren op een economisch kerkhof’, pareert Van Overtveldt. ‘Kleine lidstaten hebben die instrumenten nog nodig om te concurreren met landen als Duitsland.’ Maar Verhofstadt ziet er wel wat in, tenminste toch in een gemeenschappelijke basis voor de vennootschapsbelasting. ‘Dan kiest elke lidstaat nog of ze 15, 20 of 25 procent kiest’. Waarop Van Brempt heftig van ‘nee’ schudt.

Dat er ook wat schort aan de democratische legitimiteit van Europa, daar zijn ze het wel over eens. De oplossing? Meer betrokkenheid door burgers rechtstreekse belastingen voor Europa te laten betalen, vindt Verhofstadt. ‘Niet zolang er geen democratische legitimiteit is’, aldus Van Overtveldt. Alle drie pleiten ze voor het idee van econoom Thomas Piketty, vandaag te lezen in De Standaard: een Tweede Kamer van nationaal verkozen parlementsleden, die mee beslissen over de Europese constructie.