In deze open brief richt Roger Seys, vader van Wouter die bij het ongeval in Zonhoven om het leven kwam, zich de voorzitters van de Vlaamse partijen.

OPEN BRIEF 

aan de voorzitters van Vlaamse politieke partijen

Mevrouw,

Mijnheer,

Precies twee maanden geleden was mijn zoon, Wouter, één van de zeven slachtoffers van het ongeval op de E314 in Zonhoven.

In deze open brief wil ik uw aandacht vestigen op de achterliggende sociale omstandigheden die zonder twijfel meespeelden bij dit tragische ongeval.

Het is geenszins mijn betrachting om iemand met de vinger te wijzen. Ik wil enkel een breed maatschappelijk debat creëren over de problematiek van strafkwijtschelding door celstraffen om te zetten in enige maanden ‘enkelband’, vaak zonder strikte omkadering of begeleiding.

Naar mijn mening is dit, zeker bij drugdelicten en geweldplegingen geen ideale oplossing.

Mijn ervaring leert me namelijk dat veel van deze jonge delinquenten elektronisch toezicht niet als een straf beschouwen. De enkelband wordt stoer in de vriendengroep getoond. Er wordt mee opgeschept. Het is een graad van ‘coolness’.

De enkelband als statussymbool, als het ware!

In de praktijk lopen die ‘enkelband-gasten’ dus vrij rond. Ze worden niet gecontroleerd op hun doen en laten. In de omgeving van mijn zoon bevond zich ook een jongere die actief met drugs ‘bezig is’ niettegenstaande dat hij een enkelband draagt.

Op een bepaald ogenblik ‘crasht’ deze man.

Een plaatselijke huisdokter besteed weinig tot geen aandacht. De jongere wordt naar het ziekenhuis in Heusden gebracht en wordt daar enige uren later weer op straat gezet.

Twee dagen later wordt hij opgenomen in de afdeling psychiatrie en krijgt hij het label ‘gevaarlijk’ opgeplakt, inclusief twee agenten aan zijn deur tijdens het onderzoek. Na enkele dagen vertrekt de delinquent weer. Niemand stelt zich vragen. Diezelfde dag nog krijgt hij weer een aanval en belandt hij terug in de psychiatrische afdeling om vijf dagen later doodleuk terug buiten te wandelen.

Conclusie: een enkelbanddrager die bij de politiediensten bekend is vanuit het drugsmilieu kan naar eigen goeddunken de psychiatrie in en uit lopen zonder dat iemand zich vragen stelt wat de aanleiding is of waar hij mee bezig is.

Ik vind dat men deze jongeren tegen zichzelf en tegen hun omgeving moeten beschermen.

Strikte opvolging en begeleiding is zonder meer noodzakelijk.

De situatie in Leopoldsburg was zelfs nog erger.

Twee jonge wetsovertreders, met een betrokkenheid in dezelfde zaak en die onder toezicht stonden, konden er in dezelfde woonblok verblijven. Ze konden vrij contact met elkaar hebben terwijl hun gebruik van drugs bekend was bij de politie. Dat ben ik een drietal weken vóór het ongeval zélf gaan melden bij de politie te Leopoldsburg.

De invloed die deze personen op andere jongeren hebben, is dus groot. Zeker als deze zich in de puberteit bevinden of het even moeilijk hebben, … dat hebben we helaas zelf kunnen ervaren.

De vraag of men met een gepaster optreden één en ander had kunnen voorkomen, zal bij ons altijd blijven.

En sterker nog, … wanneer je als verontruste ouder waarschuwt voor het gevaar en om hulp vraagt, geven de politiediensten te kennen dat ze je wel zouden willen helpen maar dat ze spijtig genoeg niet veel voor je kunnen doen.

'We zijn gehouden aan de wet ter bescherming van de privacy', luidt het dan.

Op 8 maart gold deze regel echter niet voor Wouter.

Aan Wouter en de andere onschuldige slachtoffers: 'Sorry dat ik niet meer heb kunnen doen om dit drama te vermijden.'

In de hoop op een goede ontvangst, verblijf ik,

Met vriendelijke groeten,

Roger Seys