Journalistiek is  een politiek project
Honderd jaar na de oprichting is De Standaard een vrije krant dankzij zijn gevoel voor traditie. Te midden van alle hectische omwentelingen in de media is dat een uitzonderlijke eigenschap. Alles staat ter discussie: hoe, wanneer en in welke gedaante de krant moet verschijnen, wat ze als ‘nieuws’ beschouwt, wat lezers in de krant zoeken, en waarom ze ervoor willen betalen.

De komst van de rotatiepers maakte honderd jaar geleden mogelijk dat een krant goedkoop en snel verspreid kon worden. Smartphones, tablets en 4G verruimen dat bereik nu exponentieel. Voor krantenmakers zijn het historische tijden. De krant is letterlijk nieuwe vormen aan het zoeken. De Standaard is daarin een gretige pionier, al lang veel meer dan een krant. Technologie stuwt die revolutie voort.

Al zegt technologie ons natuurlijk niet welk soort krant we moeten zijn. Op de sneltrein van de techniek durven nieuwsmedia de essentiële vraag wel eens uit het oog te verliezen: waarom ze er zijn, waartoe ze dienen. Met andere woorden: welk journalistiek project ze hebben. Meer lezers bereiken, de wens van elk massamedium, kan nooit het enige doel zijn. Cijfers zijn een middel. Ook media moeten het cijferfetisjisme van zich afschudden dat gold in de wilde winstjaren.

Als De Standaard zijn gevoel voor traditie koestert, dan heeft dat te maken met zijn journalistieke project. De krant begon honderd jaar geleden met een militante agenda. Als Vlaamse maar nationaal gepubliceerde krant wilde ze een stem geven aan een Nederlandstalige intellectuele elite, ze promootte het Nederlands als cultuurtaal en ambieerde om vanuit de katholieke zuil ‘een der aanzienlijkste organen van de Belgische pers’ te worden. Dat is aardig gelukt.

Die politieke agenda is lang geschiedenis, weggedeemsterd met de toenmalige machtsverhoudingen. Toen vijftien jaar geleden het ‘AVV-VVK’ verdween, was dat logo al vele jaren nostalgie. De verwijdering was een laatste afscheidsritueel. De krant wilde de handen helemaal vrij hebben. Intussen zijn we twee journalistieke en drie politieke generaties verder.

En toch aarzel ik als hoofdredacteur niet om het journalistieke project van De Standaard opnieuw bij uitstek een politiek project te noemen, al is het helemaal geen partijpolitiek project. Van haar traditie heeft de krant overgehouden dat ze in het hart van de politiek en de economie speelt, centraal in de maatschappelijke en culturele gemeenschap. Ze heeft het over kwesties die ertoe doen, en ze moet daarin het toonaangevende medium zijn, een ‘eerste klassedagblad’, zoals medestichter Frans Van Cauwelaert schreef.

Het algemeen belang is haar leidraad. Sommige media zien hun lezers als consumenten en vertellen hen wat zij persoonlijk bij het nieuws te winnen of te verliezen hebben – hogere huisprijzen, lagere belastingen, grotere pakkans als ze te snel rijden. De Standaard ziet zijn lezers in de eerste plaats als burgers. Burgers die zich interesseren voor de publieke zaak en die het grotere plaatje willen zien, de impact, de verbanden, de krachtsverhoudingen. Hoe de bankencrisis ingrijpt in de Europese politiek, hoe de overheid hoge huisprijzen subsidieert, of die lagere belastingen de ongelijkheid vergroten dan wel verkleinen, hoeveel doden er vallen door te snel te rijden en wat eraan te doen.

De krant is in hoge mate eigendom van de lezers. Voor een redactie die van koers wil veranderen, zijn de verwachtingen van lezers het moeilijkste om bij te sturen. Het bijzondere succes van De Standaard heeft vooral te maken met de verwachtingen die zijn lezers zijn gaan koesteren. Van een krant die verslag doet van het publieke debat en het voedt, verwachten ze betrouwbaarheid. Bovenal betrouwbaar en op alle vlakken betrouwbaar. Partijdigheid verfoeien ze. De krant moet kritisch zijn. Liefst billijk. Altijd beredeneerd. Wat ze bepleit, moet duurzaam zijn en ten goede komen aan de gemeenschap. Daarnaast moet ieder voor zichzelf maar uitmaken hoe hij of zij voor zichzelf en de zijnen of haren het goede leven ziet. Vrijheid is cruciaal.

En natuurlijk is een krant er ook om ontspanning te bieden, om te raken en te ontroeren, om inkijk te geven in het leven van anderen, om advies en tips te geven. Een krant is er ook voor het plezier.

In welke vorm ze ook verschijnt, essentieel aan de krant is dat ze een bundeling is. De redactie maakt het verschil duidelijk tussen belangrijk en minder belangrijk nieuws en lezers vinden in de krant informatie waar ze zelf nooit naar op zoek zouden gaan, maar die ze toch interessant vinden, verrijkend, confronterend of prettig. Een krant is geen toevallig samenraapsel. Ze heeft een stijl en intelligentie. Ze biedt een min of meer consistent beeld op de wereld, al lukt dat de ene dag beter dan de andere.

Versnippering is de grootste uitdaging voor dat journalistieke project. Cultureel grijpt die versnippering hard om zich heen. Iedereen is broadcaster, elke niche heeft zijn bloggers, helden, volgers en discussies. Dat is niets om over te jammeren. Maar een en ander compliceert het idee van het gemeenschappelijke. En dan gaat het niet zozeer om de ‘verbeelde gemeenschap’. Het is niet omdat je je koptelefoon opzet en een apart circuit van digitale gelijkgestemden betreedt, dat je kan stoppen met belastingen te betalen of geen GAS-boete meer kan krijgen.

Sommige media omarmen de versnippering en segmenteren hun nieuws. Nieuwe digitale nieuwsmedia genre Huffington Post streven niet meer naar een algemeen gedeelde nieuwservaring, op die paar trending topics na die op de golven van sociale media bovendrijven. Maar dat staat haaks op het project van De Standaard. Met elke volgende technologische stap zal deze krant herdenken wat ze dan over de wereld en vanuit het algemeen belang precies moet vertellen en hoe ze dat moet doen – visueler, interactiever, misschien toch meer op maat van een individuele lezer.

Maar algoritmes zullen nooit een redactie vervangen. Het engagement van lezers om de journalistiek van De Standaard te lezen én ervoor te betalen, zal staan of vallen met de rol die de krant speelt in de publieke opinie. Snippers en fragmenten voeden geen publieke opinie. Daar is oprechte nieuwsgierigheid voor nodig, en volgehouden betrokkenheid, van het soort dat kritische burgers opbrengen wanneer iets collectiefs op het spel staat.