Nieuwe Snaar neemt afscheid met Vlaamse kermis
Foto: Koen Bauters

In een nagenoeg vol Sportpaleis tracteerde De Nieuwe Snaar zijn publiek op een drie uur durend afscheidsfeest dat de legende zal ingaan. Een Vlaamse kermis met feestmuziek en emoties, circusclowns en acrobaten, fanfare en koor. Een warm eerbetoon aan de ambachtelijkheid die de groep altijd hoog in het vaandel voerde.

Wie zich Urbanus als opwarmer kan permitteren, heeft goeie kaarten in huis. Een Urbanus die meteen de toon zette toen hij de dames adviseerde hun beha alvast uit te trekken en hun tieten tegen elkaar te klapperen, want ‘dat gaat hier subiet ontploffen’.

Juist, volkomen ‘over the top’, en dat werd de avond ook. In tegenstelling tot andere Nekka-nachten, waar de centrale acts braafjes hun gasten verwelkomen in een liedjesavond, trok De Nieuwe Snaar alle mogelijke registers open. De avond was een Breugeliaans feest, een parade van Vlaamse kermisklassiekers, bijeen gehouden door de muziek van Jan en Kris De Smet, Geert Vermeulen en Walter Poppeliers, de vier snaren die na 32 jaar dienst afscheid namen.

Al vanaf Beste Corset was het knipperen met de ogen toen een weelderige meute danseressen het podium opdartelden, om te swingen op een soort comboyfanfare. Waarna Jan Becaus, in de rol van een soort kosmische presentator, zijn opwachting maakte en de frivoliteit counterde met een plechtige lofrede. Waarna een kanon afgevuurd werd. Het schetst de sfeer nog niet eens ten volle.

Er stevig over

‘Het zal er stevig over zijn’, had Geert Vermeulen ons vooraf verteld, ‘maar voor één keer mag dat wel’. Hij kreeg gelijk. Het publiek werd geen seconde rust gegund. Een veertigtal songs uit het oeuvre van de groep passeerde de revue en daar zaten pareltjes bij die we intussen vergeten waren. Zoams een hortend en stotend Blinkend van trots, waarbij we weer bedachten dat De Nieuwe Snaar al ‘wereldmuziek’ speelde voor het woord werd uitgevonden. Om dat kracht bij te zetten voerden de vier, met alle danseressen in een rij naast zich, een Zuid-Afrikaanse gumboot-dans uit.

Was het een kleurrijke en spectaculaire show, dan was alles toch overdacht en volkomen binnen de geest van de groep. De Nieuwe Snaar heeft jarenlang inherent gepleit voor ambachtelijkheid, eerlijk zweet, het belang van tradities en humor, vakmanschap, en heeft met de jaren een stijl geboetseerd waarvan de groep eigenlijk de enige vertegenwoordiger is. Dat is meteen ook het grote verlies: het vuurwerk waarmee we afscheid namen, was zowel feest als begrafenis.

De vele gasten sierden de filosofie. Hans Mortelmans kwam Django Reinhardt en Wannes Van de Velde, twee grote inspiratiebronnen van het kwartet, eren. Acteur Stefan Degand zong zowaar klassiek, met het Hildebrand Consort achter zich en twee dochters van Kris Desmet naast zich. Er hingen acrobaten in de lucht, er schoven meerdere koren aan, Kris Wouters kwam Een muzikant kan niet dansen zingen en ineens stroomden daar een paar honderd kinderen de podia op om te bewijzen dat je niet vroeg genoeg kan beginnen met het lichaam vrij baan te geven in zijn veldslag tegen de geest.

Zo’n gul feest was het dat we Jean Blaute pas ontwaarden toen we ons afvroegen wie dan wel piano speelde in Hoezen van Julie.

Van wielerclub tot goochelaar

En toen reed ineens een complete wielerclub de gewezen sporttempel binnen voor een ereronde, en zong volksmenner Wim Opbrouck de ballad Bijna nabij, culminerend in een Hey Jude-moment waarop het publiek eindelijk eens rechtkwam en zich helemaal liet meeslepen als belever, en niet als toeschouwer.

Na de pauze ging het feest gewoon door. Mentalist Gili liet zich weer even zien als goochelaar, maar daarna stapten de kinderen van de Snaren naar voor om de song Gedachten een ruige rockversie te geven, met een koor erbij, én de fantastische blazers van ’t Schoon Vertier, en een complete topsportschool. Het leek er soms een beetje op dat alle mogelijke ideeën voor hun plaatsje vochten, maar het resultaat was een wonderlijke orgie van fantasie, humor en emotie. Dit was een avond die blij maakte.

Tussendoor had Geert Vermeulen zijn bekendste trucs een laatste keer getoond: de betonmolen, de plafondwandeling, de skiviool. Maar hij zong ook een prachtig ecologisch pleidooi Redden dat, alweer met jeugdkoren achter zich, als verstild antwoord op de passage van Circus Ronaldo, dat in tien dolle minuten een mini-versie serveerde van zijn Cucina dell’arte en de pizzabodems door de zaal liet vliegen. Wellicht wist een deel van het publiek tegen dan al niet goed meer wat er nu precies gebeurde.

Zo ging het naar het finale einde, met stotende rock-’n’-roll, zigeunermuziek, een hilarische farao-act van Wim Opbrouck, de noodzakelijke hommage aan Bob Dylan, een ereronde van de vier in een koets met wulpse sirenes als drijvers. Toen stond de zaal al een kwartier recht en zag iedereen hoe de vier heren elkaar als mannen lachend de hand schudden. En ineens waren ze weg en viel de zaal stil, helemaal murw.

Gouden erepenning

Zij waren De Nieuwe Snaar, een uniek kwartet dat 32 jaar lang zijn eigenzinnige ding deed, met hoogtes en laagtes, maar zonder de minste knieval voor trends, modes, snel gewin of geforceerde vernieuwingsdrift. De gouden erepenning die de Vlaamse Gemeenschap hen ergens tussendoor in de handen duwde, kwam onverwacht en rijkelijk laat, maar is oververdiend.