FAQ. Wat u moet weten over de verkiezingen van 25 mei
Foto: Photo News
Waar gaan deze verkiezingen over? Moet de koning ook gaan stemmen op 25 mei? En wat gebeurt er als u niet opdaagt? De Standaard zocht een antwoord op deze en andere veelgestelde vragen.
Hoeveel keer moet u stemmen op 25 mei?

Op 25 mei vinden er drie verkiezingen tegelijk plaats. U kiest volksvertegenwoordigers voor drie parlementen: het Vlaams parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers en het Europees parlement. U zal dus drie keer bolletjes moeten inkleuren. Voor Brusselaars is dat zelfs vier keer, want die kiezen ook nog eens Brusselse vertegenwoordigers voor het Vlaams parlement.

Waar gaan deze verkiezingen over?

Sociaal-economische thema’s domineren de campagne. Op debatten krijgen de partijvoorzitters steevast vragen voorgeschoteld als ‘hoe gaat u de pensioenen betalen?’, ‘hoe wilt u bedrijven hier houden?’ en ‘hoe wilt u jobs en welvaart creëren?’.

Als we naar de Vlaamse verkiezingen kijken, valt op dat de onderwijshervorming beroert. Komt die brede eerste graad er nu, en stuur ik mijn kind in de toekomst nog naar het tso? Ook de woonbonus, die na 25 mei overkomt naar het regionale niveau, is een thema dat het publiek zorgen baart. En de wachtlijsten natuurlijk, een terugkerend thema dat maar niet opgelost raakt en dus weer een nagel is voor de oppositie om op te kloppen.

Wat is er speciaal aan deze campagne?

De cijfers van het 5-5-5-groeiplan, het plan-V en het 3D-plan vliegen ons om de oren: 3 miljard lastenverlagingen hier, 2 miljard bijkomende inkomsten daar. Voor het eerst goten de partijen die bedragen in een becijferd plan. De ene rekent op terugverdieneffecten van jobcreatie, de andere niet. Groen wil een vermogenswinstbelasting, CD&V voor een (niet-lineaire) verhoging van de btw.

U kunt het allemaal zelf achterhalen op hun websites, in grafieken en tabellen. De Standaard heeft ook zelf, samen met de KU Leuven, VRT en De Tijd, de impact van de partijprogramma's becijferd in Rekening14. De resultaten van die berekeningen vindt u hier.

Een tweede opvallende trend van deze campagne zijn de sociale media. Vooral de N-VA zet er op in, de anderen houden sterker vast aan de klassieke methoden. De N-VA investeerde 300.000 euro in een precampagne via Facebook, Twitter, Google Ads,... Een investering voor de toekomst, bleek achteraf. Door de airplay kreeg de partij extra volgers op Twitter en Facebook, en die zullen op 24 mei een soort ‘bombardement’ van de N-VA-communicatie moeten creëren via de applicatie ‘thunderclap’.
SP.A werkt met een sociaal platform, ‘social seeder’, dat in Vlaanderen werd ontwikkeld. Het is geen reclame, zoals bij de N-VA, maar een manier om via de ambassadeurs van SP.A een boodschap te verspreiden op sociale media.

Op wie kan ik (niet) stemmen?

De zesde staatshervorming betekent voor u als kiezer één duidelijke verandering: stemmen voor de Senaat is verleden tijd. Door de zesde staatshervorming is het geen rechtstreeks verkozen orgaan meer. Dat betekent heel concreet dat de Vlaamse kieskring verdwijnt. Ter vergelijking: vroeger kon elke Vlaming op Yves Leterme stemmen, nu kunnen enkel Antwerpenaren op Bart De Wever stemmen.

Niet dat het in het parlement een verschil zou mogen maken. Stel: u woont in Oost-Vlaanderen en stemt Alexander De Croo in de Kamer. Dan vertegenwoordigt hij, van zodra hij de eed aflegt, alle Belgen, en niet alleen de inwoners van ‘zijn’ provincie. Het is in principe trouwens perfect mogelijk dat een politicus buiten zijn woonplaats opkomt. Politiek is dat, gezien het gebrek aan achterban, meestal niet zo interessant.

Als u wil weten op wie u precies kan stemmen op 25 mei, kan u de officiële kieslijsten raadplegen. Daar vindt u overigens ook een overzicht van de vorige kiesresultaten.

Stem ik ook voor ministers, de minister-president en de premier?

Zondag 25 mei stemt u voor parlementsleden, niet voor ministers of hun leiders. Niet zelden levert de grootste partij de premier of de minister-president. En ook stemmenkanonnen krijgen vaak een ministerpost. Maar maak u verder weinig illusies: het zijn de partijen die beslissen wie welk ‘postje’ krijgt. Dat levert meer dan eens verrassingen op. Zo dacht in 2011 iedereen dat Gwendolyn Rutten minister zou worden in de regering-Di Rupo I. Maar het was Maggie De Block die beloond werd voor jarenlang parlementair werk. Een slimme zet van Open VLD, bleek achteraf, toen de populariteit van 'Mega Maggie' de lucht in schoot.

Wat als ik niet stem?

Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 zei minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) dat thuisblijvers niet zouden worden gestraft. De boodschap lijkt toen aangekomen, want in Vlaanderen waren er precies 400.003 absenteïsten, ongeveer 8 procent van de ingeschreven kiezers. In Brussel bleef 17,1 procent van de ingeschreven kiezers thuis, in Wallonië ruim 12 procent.

Nochtans zegt de wet dat wie niet gaat stemmen een boete riskeert van 5 tot 1.000 euro. In de praktijk vervolgen parketten niet-stemmers amper of niet.

Kan ik iemand anders in mijn plaats sturen?

Als u niet in het stembureau geraakt, maar toch uw stemplicht wilt uitoefenen, vergeet dan de volmacht niet. Enkele geldige excuses om uw broer of moeder bij de kraag te vatten en naar het stemhokje te sturen: u bent student en hebt examens, u ligt ziek in bed, u kunt om religieuze redenen niet stemmen, u verblijft om beroepsredenen in het buitenland of in België maar te ver van het stembureau. Een exhaustieve lijst van redenen om een volmacht te geven, vindt u in dit PDF-bestand.

Moet de koning ook gaan stemmen?

In principe bestaat in België voor iedereen de stemplicht, dus ook voor de koning en de koningin. Maar omdat de vorst verwacht wordt ‘boven de politiek’ te staan, bestaat al jaren de gewoonte dat hij en zijn echtgenote op de verkiezingsdag thuisblijven.

Koning Albert en koningin Paola zijn al meer dan 35 jaar niet meer gaan stemmen, maar zullen dat dit jaar wél doen. Het is nu de beurt aan hun opvolgers koning Filip en koningin Mathilde om het stemhokje te laten voor wat het is.

Mogen buitenlanders stemmen?

Niet-Belgen mogen stemmen, maar enkel voor de gemeenteraadsverkiezingen. En die vinden op 25 mei níet plaats. De volgende zijn pas in 2018. Voor de gemeenteraadsverkiezingen moeten niet-Belgen zich, in tegenstelling tot Belgen, inschrijven voor de verkiezingen. In 2012 hebben een kleine 660.000 stemgerechtigde niet-Belgen, de gemeenteraadsverkiezingen aan zich voorbij laten gaan.

Europeanen die in België verblijven op 25 mei mogen overigens deelnemen aan de Europese verkiezingen. Zij kunnen dan stemmen voor de kandidaten op de Belgische lijsten, tenminste als ze zich voor 29 februari 2014 hebben ingeschreven. 68.771 EU-burgers hebben dat gedaan. Er zullen dit jaar ook 128.954 Belgische kiezers die in het buitenland wonen, deelnemen aan de verkiezingen.

Wat betekent de kiesdrempel van 5 procent voor een partij?

Sinds de paarse regering-Verhofstadt er zo over besliste, moet een partij in elke kieskring vijf procent van de stemmen veroveren om aanspraak te kunnen maken op een zetel. Dat heet de kiesdrempel.

Maar er bestaat ook zoiets als de werkelijke kiesdrempel. In Limburg ligt die minstens op zes procent. De kieskring is kleiner en de zetels zijn dus duurder. Limburg blijft een moeilijke provincie voor de kleinere partijen om door te breken. In tegenstelling tot Antwerpen waar de werkelijke kiesdrempel tussen de 2,5 en 3 procent ligt. Had de kiesdrempel in 2003 niet bestaan, dan had Bart De Wever als lijsttrekker in Antwerpen een zetel behaald in de Kamer.

Kan ik Guy Verhofstadt voorzitter van de Europese Commissie maken?

Niet rechtstreeks. Elke Europese fractie heeft voor het eerst een ‘Spitzenkandidaat’ naar voor geschoven voor dat postje. Voor de liberalen is dat Verhofstadt, voor de socialisten Martin Schulz, voor de christendemocraten Jean-Claude Juncker en voor de groenen zijn het er twee, José Bové en Ska Keller. Wie de grootste fractie levert, maakt het meest kans om José Manuel Barroso op te volgen. Maar zeker is dat niet, ook de lidstaten hebben nog wat in de pap te brokken.

Belangrijker is dat, door de toetreding van Kroatië, Vlaanderen één zetel minder te verdelen heeft. De zetels worden nu wel heel duur, want ook bij de verkiezingen in 2009 verloor België er al twee: één Nederlandstalige en één Franstalige. Zowel SP.A, CD&V als Open VLD moeten vrezen voor een zetel. Zeker omdat N-VA als kaper op de kust ongetwijfeld zetels afsnoept van de ‘traditionele partijen’. Op de strijdplaatsen staan alvast Saïd El Khadraoui voor SP.A en Steven Vanackere voor CD&V. Met Verhofstadt als lijsttrekker behoudt Open VLD mogelijk twee zetels, maar de derde op de lijst, Karlos Callens, heeft minder kansen. Positief voor hen is dan weer dat LDD, momenteel goed voor één zitje in het EP met Derk-Jan Eppink, past voor de Europese verkiezingen. Met Verhofstadt als lijsttrekker behoudt Open VLD wellicht twee zetels. Lijstduwer Karel De Gucht springt mogelijk naar boven om een derde binnen te rijven.

Zijn er na deze verkiezingen vijf jaar geen meer?

‘Vijf jaar geen verkiezingen meer, hét moment voor sociaal-economisch beleid’, u hebt het wellicht al uit de mond van een politicus gehoord. Maar klopt het wel? Een zeer ingewikkelde vraag, zo blijkt.

Sinds het Vlinderakkoord (de zesde staatshervorming) verkiezen we zowel het Vlaams Parlement als de Kamer voor een periode van vijf jaar. Voorheen was dat voor de Kamer vier jaar. Maar in tegenstelling tot het Vlaams Parlement is het federale geen legislatuurparlement - zo’n legislatuurparlement kan niet vroegtijdig ontbonden worden voor het einde van de bestuursperiode. Dat is vooral van belang wanneer de regering het voor het einde van die vijf jaar voor bekeken houdt. Een voorbeeld daarvan is 2010 - herinner u alea iacta est, toen Open VLD de stekker uit de regering trok.

Het volgende federale parlement kan een regeling stemmen die deze complicatie oplost. De nieuwe legislatuur zou dan doorlopen tot de eerstvolgende Europese verkiezingen. Een bijkomende complexiteit is dat die regeling enkel gestemd mag worden als de deelstaten tegelijkertijd de mogelijkheid krijgen om de verkiezingen toch op een ander moment te organiseren.

Samengevat: de kans bestaat dat er vanaf nu altijd samenvallende verkiezingen zijn, en we dus telkens om de vijf jaar naar de stembus gaan. Maar zeker is dat niet.