Ronde 2: wat hebben cultuur en gemeenschap met elkaar?
Foto: bdw
Na een warm pleidooi van theatermaker Alain Platel voor meer metisssage – vermenging van kleuren en culturen – als de enige weg vooruit voor Vlaanderen, wist Siegfried Bracke gelijk het debat te kapen.

'Ja', gaf Bracke volmondig toe, 'de gemiddelde cultuurgebruiker is te blank, zelfs op het niveau van de amateurkunsten. En waarom dat zo moeilijk is? Dat heeft te maken met een falende migratiepolitiek, met die voortdurende nieuwe instroom. Weet je wat zal helpen, veel meer dan het hele participatiebeleid? De strengere wet op de gezinshereniging, dat zal een invloed hebben. Met een pasje voor kwetsbare groepen alleen ga je het echt niet oplossen.'

Daarmee duwde Bracke de vorige minister van Cultuur, Bert Anciaux, in het defensief, want net hij was een van de grote architecten en pleitbezorgers van het participatie- en diversiteitsbeleid.

Diversiteit

Waarom hij zijn ambities niet kon waarmaken? 'Omdat we het niet voldoende lang hebben kunnen doen. Diversiteit is een werk van elke dag, van niet aflatend elke dag opnieuw te investeren. Met alle respect: ik heb niet het gevoel dat het beleid rond interculturaliteit nog echt gevoerd is. Het woord is zelfs geschrapt uit het cultuurdecreet. En kunnen we ophouden met dit debat te verengen tot een kunstendebat? Er is nog zoveel anders, sociaal-artistieke werkplaatsen bijvoorbeeld, en amateurkunsten. En van die organisaties, zeker als ze dicht bij de overheid staan zoals de Jeugdraad, kan de overheid wel een engagement vragen op vlak van diversiteit. Ja, ik pleit dan voor quota, zowel voor de bestuurdsleden als voor de mensen die het podium beklimmen.'

Het doctoraat dat hij onlangs afrondde, heeft hem alleen maar in die ideeën gesterkt. 'We kunnen veel leren van die zelforganisaties, zowel qua openheid om de brug te maken als qua technieken om dat te doen. Bovendien nemen die zelforganisaties verantwoordelijkheden op die niemand anders opneemt, bijvoorbeeld tegenover nieuwkomers. En sorry, Siegfried, er blijven er binnenkomen en aan de superdiverse samenleving valt niet te ontsnappen.'

'Taal heeft met identiteit niets te maken'

Toegegeven, de migratiepolitiek was niet de inzet van het cultuurdebat, maar zowel deelnemers als moderatoren vonden het te interessant om de link te laten liggen. 'Laat me er toch op ingaan', sprak Bracke. 'Ik sluit de ogen niet voor superdiversiteit, ik zeg alleen: je moet kijken wie en wat er binnenkomt. (gejoel in de zaal) In vele landen voert men een migratiedebat waar men zegt: kom maar binnen. We hebben dat nodig. Maar je moet dus kijken wie er binnenkomt. Als een voetbalploeg mensen binnenpakt, dan is het met de uitdrukkelijke bedoeling om te spelen, niet om op de bank te zitten.'

Of taal dan de meest bepalende factor is om uit te maken of een nieuwkomer deel wordt van de Vlaamse samenleving, wou Bracke dan weer in twijfel trekken. 'Taal gelijk te stellen aan een wezenlijk onderdeel van identiteit, dat is een anachronisme. Taal heeft met identiteit niets te maken, je kunt best Franstalig zijn en tegelijk flamingant. Wat is Vlaanderen? Een ingebeelde gemeenschap waarvan de leden elkaar herkennen.'

En is cultuur dan wel een cruciale factor in die identiteit en gemeenschapsvorming? 'Zeker', aldus Bracke, 'maar dat is niet de reden waarom we ze gaan aanpakken. Je moet kunst beschermen tegen marktwerking, zorgen dat er innovatie kan zijn. Cultuur is een sector waar de overheid protectionisch mag optreden – en dat zeg ik, terwijl in mijn opvatting de markt altijd zijn ding moet kunnen doen. Zeker voor talige cultuur kun je met zes miljoen Vlamingen nooit op tegen het internationale aanbod. En sturen mag de overheid de cultuur ook, maar alléén als het gaat over participatie. Niet als het gaat over de inhoud.'

'De ziel van onze samenleving'

Waarmee niet het laatste woord over cultuur en economie gezegd was. Na een bevlogen pleidooi van Anciaux, om eens te kijken hoe het in Brussel gaat, wat een voorbeeld dat dat kan zijn, leek Bracke te suggereren dat Anciaux een dromer zonder benul van goed huisvaderschap is.

'Ik woon in Brussel', getuigde Anciaux, 'waar veel gemeenschappen samen wonen, maar ik voel me hier ook Vlaming. En dat kan ik zeggen, zonder probleem, zolang we maar Vlamingen zijn met een groot hart voor mensen van diverse soort.' Waarop Bracke hem bijviel. Dat het prachtig is hoe we het in Brussel doen, 'we reiken de rest van de Brusselse bevolking de hand met onderwijs, met cultuur en met welzijn. En we steken daar veel geld in. Maar dat moeten we ons kunnen permitteren.'

Anciaux (verontwaardigd): 'Alsjeblief, we moeten dat in elk geval blijven doen, niet omdat het iets opbrengt, omdat we wat geld over hebben, het is de ziel van onze samenleving.'

'Inderdaad,' viel Bracke hem bij, 'en cultuur heeft onze samenleving al heel veel opgeleverd, maar het is zoals Marx zei: cultuur is een deel van de bovenbouw en die wordt gesteund door de economische onderbouw. En een euro kun je maar één keer uitgeven.'