Deze vrucht moet ons redden van hongersnood
Foto: ss

Jackfruit - ook wel nangka genoemd - is een grote vrucht die vooral in Azië welig groeit, maar wordt nu naar voren geschoven als toekomstig alternatief voor gewassen zoals tarwe en granen, die op hun beurt worden bedreigd door klimaatveranderingen. Dat schrijft The Guardian.

In een recent rapport van de Verenigde Naties worden we gewaarschuwd dat stijgende temperaturen en onvoorspelbare regenval een negatieve impact hebben op granen- en tarwevelden. Maar onderzoekers zijn ons al een stapje voor en beweren dat jackfruit wel eens zou kunnen helpen om gaten in de voedselketen te vullen als deze traditionele gewassen schaars worden.

Wie ooit in Azië reisde, zal de vruchten - die massaal groeien in India en Zuidoost-Azië, maar ook in Zuid-Amerika voorkomen - vast herkennen van de vele eetkraampjes langs de weg: ze hebben een pantserachtige groene huid waaronder ze zijn opgedeeld in afzonderlijke kleine vruchten die in een geleiachtige massa zijn ingebed.

Wat weinigen echter weten is dat de grote vruchten (zelfs het kleinste exemplaar kan gemakkelijk vijf kilogram wegen) boordevol voedingsstoffen zitten, zoals kalium, calcium en ijzer, en rijk zijn aan calorieën. Bovendien zijn zowel de jonge vruchten als de rijpe exemplaren eetbaar, net zoals de zaadjes.

De vrucht is ook gemakkelijk te telen, is opgewassen tegen verschillende ziektes, hoge temperaturen en lange periodes van droogte, en kan bovendien ook worden ingezet bij de verwerking van diverse producten zoals onder andere bloem, noedels en zelfs roomijs.

Ondanks die goede eigenschappen wordt nog lang niet het maximum uit deze vrucht gehaald, klinkt het bij wetenschappers die zoeken naar voedselalternatieven. Een van de redenen waarom deze vrucht nog steeds over het hoofd wordt gezien, zit hem in de verwerking.

Niet alleen moet er bij de verwerking rekening worden gehouden met veel afval (tot zeventig procent van de vrucht is niet bruikbaar), maar de grotere versies geven ook een sterke, niet erg aangename geur af en het dikke witte sap kan al snel voor een boeltje zorgen.