'Wat Vlaanderen nodig heeft, is een Bomenplan 2050'
Kris Verheyen (UGent, links) en Bart Muys (KU Leuven). Foto: Katrijn Van Giel

Er moet een bomenplan 2050 komen, met duidelijke engagementen voor meer bomen en bos in Vlaanderen. Daar dringen twee professoren van de KU Leuven en UGent op aan. ‘Het zal ons meer opbrengen dan het kost.’

Bart Muys (KU Leuven) en Kris Verheyen (UGent), professoren bosbeheer en bosecologie, kunnen het niet langer aanzien. Met de verkiezingen in aantocht pleiten ze voor een ‘Bomenplan 2050’. ‘De politiek moet in het nieuwe regeerakkoord duidelijke engagementen aangaan dat er meer bomen en meer bos komen. Er moet visie en ambitie komen.’

Vlaanderen hinkt nu in Europees perspectief hopeloos achterop als het op bosbeleid aankomt, zeggen ze. ‘Zowel de huidige minister van Leefmilieu, Joke Schauvliege (CD&V), als haar voorgangers zijn er niet in geslaagd de extra 10.000 hectare bos te realiseren, zoals het Structuurplan vraagt.’

Bos in de Vlaamse Ruit

De jongste vijftien jaar is er 2.000 tot 3.000 hectare bos bijgekomen, maar er is ook 2.000 hectare voor de bijl gegaan. Het langetermijnplan, nochtans voorzien in het Bosdecreet, is dode letter gebleven. Er zouden stads(rand)bossen aangelegd worden maar daar is behalve een aanzet in bijvoorbeeld Gent en Kortrijk nog maar weinig van te merken.

De aandacht van Muys en Verheyen gaat in de eerste plaats naar het verstedelijkte kerngebied, de Vlaamse Ruit tussen Brussel, Gent, Antwerpen en Leuven. ‘Daarbuiten wordt de natuur, onder impuls van Europa, behoorlijk goed beheerd. Maar de Vlaamse Ruit is een van de meest verkavelde en vervuilde stadsgewesten. De verharding van de oppervlakte gaat er in ijltempo voort. De overheid moet alles op alles zetten om hier een groene Parkstad Vlaanderen van te maken.’

Zij leggen nadrukkelijk het verband met de ruimtelijke ordening. ‘De versnippering, de verrommeling van het landschap moet dringend een halt toegeroepen worden. Als we niets doen, is tegen 2030 een derde van de Vlaamse oppervlakte verhard. En dan is er onherroepelijk geen weg terug naar open ruimte en groen.’

Privé-initiatieven nodig

Voor de proffen moet evenwel niet alle heil van de Vlaamse overheid komen. ‘Zij moet een kader scheppen en stimulerend optreden. Maar initiatieven komen best ook van onderuit. Als het van bovenaf komt, loopt het te vaak vast in procedures’, meent Verheyen.

Ook de landbouw en het bedrijfsleven kunnen daarbij betrokken worden. ‘Het zou geweldig zijn als bedrijfsleiders en hun werknemers ideeën spuien over hoe hun omgeving groener kan worden’, aldus Muys.

Privé-eigenaars, die nu voor een paardenweide kiezen, kunnen er met subsidies toe aangespoord worden op hun percelen bossen te planten en die toegankelijk te maken voor het publiek.

De economische waarde van een boom

Dat hier een prijskaartje aan vasthangt, ontkennen de proffen niet maar ze zeggen dat dat niet opweegt tegen de economische opbrengst. ‘Bos en groen brengen ook geld op. Alleen is dat nog niet echt doorgedrongen in Vlaanderen.’

Ze sommen op waar het voordeel van de zogeheten ‘ecosysteemdiensten’ zit. Zo spelen bossen een rol in de watervoorziening en in de waterhuishouding: ze houden water langer vast en doen het beter infiltreren.

Ze kunnen ook een factor zijn in de strijd tegen de klimaatverandering door de opslag van koolstof en door hun milderende effect op de temperatuur. Bebouwde oppervlakte kan tot zes graden warmer zijn dan een groen buitengebied.

Bomen en struiken kunnen fijn stof uit de lucht halen, waardoor ze ook een instrument zijn tegen de luchtvervuiling .

En dan is er nog de sociaal-culturele rol. De Vlamingen zoeken het groen en het bos op om zich te ontspannen en om te sporten. Die recreatie genereert dan weer een economische meerwaarde, bijvoorbeeld in de horeca.

Lees morgen meer in De Standaard.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in