Het bochtenwerk van de N-VA
‘De N-VA probeert het povere trackrecord van haar begrotingsminister Philippe Muyters zoveel mogelijk te verdoezelen.’ Foto: Bart Dewaele

Doordat de N-VA deel uitmaakt van de Vlaamse regering, richt ze haar pijlen op de federale. Alleen schiet ze volgens Lode Vereeck en Dirk Van Mechelen met steeds wisselende middelen en al te vaak naast het doelwit. En is het niet vreemd dat een partij met een zo Vlaams profiel geen Vlaams programma voorlegt?

Wie? Vlaams volksvertegenwoordigers voor Open VLD

Wat? De N-VA is een partij die scherp is, toch in woorden. Het cijferwerk dat die moet ondersteunen is dat al veel minder. Enkel zondebokken aanwijzen, zonder veel verantwoording, is een zwaktebod.

Het begrotingsdiscours van N-VA blijkt vooral een parcours met veel bochten: straffe uitspraken die later genuanceerd worden of een boodschap die erg verschilt naargelang van het publiek waartoe ze zich richt. Zo pleitte de partij met de Moesen-norm eerst heel stoer voor een ‘nominale bevriezing van alle overheidsuitgaven’. Later werd dat afgezwakt tot ‘enkel de federale uitgaven’ en nog later werden leger, politie, pensioenen en andere sociale uitgaven uitgezonderd.

Vorig jaar trok de N-VA in de Kamer nog fel van leer tegen een begrotingsevenwicht dat pas in 2016 behaald zou worden. Vandaag pleit de partij zelf voor uitstel tot 2018. Het begrotingstraject dat de nationalisten voorstonden, kan dus blijkbaar niet langer aangehouden worden. Waarmee ze eigenlijk zeggen dat het vet van de soep is en de regering-Di Rupo tot op het bot is gegaan. De bocht van de N-VA veroorzaakt alleszins meer schuld. En wil ze trouwens daarna een overschot? Dat is de beste formule om de kosten van de vergrijzing op te vangen.

Als klap op de vuurpijl stelt de N-VA in haar verkiezingsprogramma voor om 1,7 miljard euro extra belastingen te heffen (6,3 miljard over de hele regeerperiode). Het gaat vooral om btw, accijnzen en eco-taksen. In een federale regering met de N-VA wordt autorijden dus wellicht een pak duurder. En het politieke signaal naar de linkse partijen is duidelijk: de N-VA verzet zich niet tegen 6,3 miljard nieuwe inkomsten.

In het 5-5-5-groeiplan van Open VLD wordt nul euro extra belasting geheven. Toch dalen de lasten op arbeid met twee keer 5 miljard. Waar zit het verschil? Open VLD pleit voor een redelijke inspanning gespreid over de volle 5 jaar en over alle overheden van het land. De N-VA wil enkel op het federale niveau en de sociale zekerheid ingrijpen, waardoor er in de beginjaren hard en pijnlijk gesneden moet worden.

Internationaal erkende resultaten

Geschrokken van hun eigen schaduw proberen de nationalisten dan maar de schuld in de schoenen te schuiven van de regeringen-Verhofstadt en -Di Rupo. Alles kan altijd beter, maar zij vergissen zich.

1. De regeringen-Verhofstadt realiseerden zeven jaar op rij een globaal begrotingsevenwicht en de staatsschuld werd afgebouwd van 113 procent van het bbp in 1999 naar 83 procent in 2008. Vlaanderen was toen zelfs schuldenvrij. Kort daarna brak de bankencrisis uit met alle budgettaire gevolgen vandien. Een eerlijke vergelijking met andere Europese landen leert dat zij in dezelfde periode een gemiddeld tekort van 2 procent op hun begrotingen hadden.

2. Het primair surplus (het saldo zonder rentelasten) daalde, maar bleef acht jaar lang 3 procent boven het Europees gemiddelde. Het hoge primair surplus onder Jean-Luc Dehaene had trouwens als keerzijde dat de fiscale druk was gestegen van 45,6 naar 49,6 procent van het bbp. Onder Verhofstadt werd die teruggeschroefd naar 49 procent.

Natuurlijk bleven er belangrijke aandachtspunten zoals werkzoekenden activeren en de vergrijzing opvangen. Maar bij monde van Oeso-topman Angel Gurria klonk het in 2007 zo: ‘Het sociaal-economisch beleid dat België de jongste jaren voerde, is indrukwekkend. De wereld neemt hier akte van.’ Gurria refereerde aan de daling van de inkomstenbelasting met 1,7 procent, de RSZ-kortingen via de dienstencheques en de verlaging van de vennootschapsbelasting van 40 naar 33 en zelfs tot 26 procent door de notionele interestaftrek. Al deze en andere maatregelen, zoals de korting op nacht- en ploegenarbeid, leverden verhoogde consumptie en investeringen op en dus betere groeicijfers dan verwacht.

Het is een N-VA-strategie om enkel datgene te vermelden wat theoretisch beter had gekund op federaal niveau, los van de context waaruit blijkt dat België het budgettair beter deed dan de rest van Europa. De N-VA gebruikt dezelfde tactiek voor de beoordeling van de regering-Di Rupo door te verzwijgen dat ons land eind 2011 met een snel stijgende rente aan de financiële afgrond stond. Ondertussen is het land gestabiliseerd en raakt het uit de Europese excessive deficit procedure en daalde het overheidsbeslag met 1,4 procent van het bbp.

Show me the Muyters

Zelf proberen de nationalisten het povere trackrecord van hun begrotingsminister Philippe Muyters zoveel mogelijk te verdoezelen. Dat is begrijpelijk, want de Vlaamse belastingbetaler werd dubbel en dik geschoren door de afschaffing van de jobkorting (jaarlijks 650 miljoen, goed voor 600 euro per gezin), de miserietaks (jaarlijks 70 miljoen) en de Aquafin-carrousel (600 miljoen), de budgettaire truc waarbij Vlamingen voor een tweede keer het dubbele betalen voor gronden van VMM.

Daarbovenop kreeg de Vlaamse regering 3 miljard extra inkomsten uit de federale ruif. Waar is al dat geld naartoe? Zijn de wachtlijsten in de zorg afgenomen? Of in de scholenbouw? Zijn de files minder lang? Werkt de Vlaamse overheid efficiënter? Is de innovatieve achterstand ingelopen? Waar is trouwens het Vlaams programma van de N-VA? Is de Vlaamse overheid plots minder belangrijk?

Het moet tot nadenken stemmen dat er in Vlaanderen in volle crisis een derde publiek tv-net is bijkomen en een Vlaams energiebedrijf (naast 194 andere agentschappen). Alle meevallers werden meteen opgesoupeerd, terwijl er amper structurele besparingen vielen te bespeuren. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) concludeerde dat de nominale begrotingsevenwichten niet structureel zijn, omdat ze in grote mate afhankelijk zijn van eenmalige factoren en stijgende inkomsten. De budgettaire toekomst is dan ook onvoldoende voorbereid door de Vlaamse regering. Wat we zelf doen, deden we de afgelopen vijf jaar niet beter. Vooralsnog toont de N-VA dus vooral dat ze een scherpe tong heeft, maar als het op daden aankomt, heeft de partij erg weinig lessen te geven.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig