Thuis is  waar mijn woordenboek staat
Praten en spelen met kinderen, zo creëer je een rijk taalaanbod. Foto: fopma/hollandse hoogte

Waarom zou je ervan uitgaan dat een kind dat thuis geen Nederlands praat gelijk met een achterstand begint? Zeggen we dat ook van kinderen van expats? Mohamed Ridouani beklemtoont dat taalrijkdom thuis de fundamentele basis is. In welke taal dat is, dat maakt niet uit.

Wie? Schepen van Onderwijs (SP.A) in Leuven.

Wat? Als zoveel gedegen onderzoek uitwijst dat je een kind zijn eigenheid moet gunnen, ook op de speelplaats, waarom zou je dan mordicus het tegenovergestelde doen?

Zoals we allemaal weten, houden interpretaties en samenvattingen een sluimerend gevaar in. Ze willen complexe situaties al eens reduceren tot onwaarheden. Ja, onwaarheden. Veel reacties op het Gentse voorstel in verband met thuistaal, zoals die van Zuhal Demir en Peter De Roover (DS 11 april), getuigen van een gebrek aan kennis. Inderdaad, kinderen leren de eerste zes jaar het snelst een nieuwe taal. Hun hersenen zijn als sponsen. Daarom is het net zo belangrijk dat er een eerste degelijk fundament wordt gelegd. En dat fundament bieden, of je het nu graag hebt of niet, de ouders. Het beste fundament wordt gelegd door ouders die de taal spreken die zij zelf het best kennen en kunnen. Zo niet, leer je je kind als ouder een ‘gebrekkige’ taal. Mocht ik als Nederlandstalige mijn kind in het Engels opgevoed hebben, zouden zijn woordenschat en taalkapitaal stukken minder zijn geweest dan ze nu zijn. Ik sprak met hem de taal die ik zelf het best onder de knie had, van bij de geboorte. Want dit is het cruciale bij het leren van een taal: dat het kind een goed taalaanbod krijgt, dat er veel gepraat wordt met het kind, samen gespeeld wordt, vragen gesteld worden. Tips over hoe je je kind als ouder kan ondersteunen bij een nieuwe taal, vind je trouwens heel mooi samengevat op de website van Kind en Gezin.

Zodra deze basis er is, kan gelijk welke taal bijkomend aangeleerd worden. Maar de basis is cruciaal. En dan is het nonsens om te zeggen dat kinderen die thuis geen Nederlands geleerd hebben van de ouders systematisch starten met een achterstand. Het zijn kinderen uit taalarme milieus die starten met een achterstand. Dat geldt dus ook voor autochtone kinderen die thuis een minder rijk taalaanbod krijgen.

Wie creëert hier apartheid?

Thuistalen toelaten op de speelplaats en in de klas zou apartheid creëren. Alsof de taal van kinderen zich beperkt tot de gesproken taal. Mensen met jonge kinderen kunnen getuigen dat de meeste kinderen spontaan contact maken met elkaar, ongeacht de taal die zij spreken. Zij gaan zelf op zoek naar een contacttaal. De thuistaal toelaten betekent niet dat zij zelf nooit meer een woord Nederlands zullen praten. Integendeel. Kinderen die zich gerespecteerd voelen in hun thuistaal, en daarmee samenhangend in hun achtergrond, voelen zich beter op school. Maar dit aspect is blijkbaar onbelangrijk. Moet er dan enkel gekeken worden naar de leerprestaties? Nee. Zijn leerprestaties dan niet belangrijk? Uiteraard wel. Maar het is gevaarlijk en zelfs op het randje van discriminerend om een van thuis uit anderstalig kind onmiddellijk te linken met achterstand, en dit voor de rest van zijn leven.

Hoe moeten we anders verklaren dat kinderen van expats, die ook van jongsaf aan geconfronteerd worden met een andere schooltaal dan hun thuistaal, meestal goed presteren? En alom geprezen worden, want zij spreken twee tot zelfs drie talen heel goed. Wat een toekomstmogelijkheden in onze meertalige samenleving!

Opnieuw ligt het cruciale antwoord in het belang van een goede basis in één of meerdere talen. Er zijn ook ouders die hun kind van bij de geboorte tweetalig opvoeden, waarbij de partners elk de eigen moedertaal spreken met het kind. Als het aanbod van de twee talen goed is, zal dat meestal probleemloos verlopen. Uiteraard speelt ook de intelligentie van kinderen een rol in hoe sterk zij talig zijn. Net zoals bij veel leerprocessen, spelen zowel de aanleg als de omgeving een grote rol.

Waar vooral in geïnvesteerd moet worden is in een goede beheersing van het Nederlands als instructietaal. Daarop moet de nadruk liggen, niet op Nederlands als omgangstaal. De lessen zelf blijven in Gent dan ook in het Nederlands. Daarnaast is het uiterst belangrijk dat kinderen al op zeer jonge leeftijd (vanaf 2,5 jaar) regelmatig naar school gaan. Als hierop ingezet wordt, merk je dat anderstalige kinderen zelfs een talent voor taal ontwikkelen doordat ze vaak switchen tussen verschillende talen.

Expertise of niet onderbouwd haastwerk

Wat ook te betreuren valt in het hele discours is hoe academici worden afgeschilderd als waren het geleerden die wetenschappelijke inzichten zouden misbruiken ten koste van de samenleving. Als het geloof in onze academische wereld zo pover is, kunnen we ons al inbeelden hoe de toekomstige financiering van wetenschappelijk onderzoek zal evolueren als bepaalde politici het voor het zeggen zullen hebben.

De wetenschappelijke inzichten van Piet Van Avermaet en Jan Blommaert (UGent), het Centrum voor taal en onderwijs (KULeuven) en internationale experts als Jim Cummins (University of Toronto) kunnen niet zomaar met een sneer van tafel worden geveegd. Ouders spreken met hun kinderen het best de taal die zij zelf meest onder de knie hebben. Punt. Het welbevinden en het zelfvertrouwen van kinderen zijn groter als zij zich gerespecteerd voelen in hun eigenheid, thuistaal incluis. Punt. Niet de thuistaal van kinderen bepaalt hun leerprestaties, wel of zij al dan niet uit een taalrijk gezin komen. Punt. Goede politici nemen goede academici au sérieux en werken aan een onderbouwd beleid op basis van hun jarenlange expertise.

Vandaar mijn advies: ‘Schoenmaker, blijf bij uw leest. Jarenlange onderzoeken verdienen het niet om onder populistische zolen vertrappeld te worden.’

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig