Wetenschappers halen populaire theorie over ramp Titanic onderuit

In 1912, het jaar waarin de Titanic zonk, waren er niet uitzonderlijk veel ijsbergen. Dat zeggen wetenschappers van de Britse universiteit van Sheffield die daarmee een populaire theorie over een van de grootste rampen in de zeevaartgeschiedenis ontkrachten.

Op 10 april 1912, exact 102 jaar geleden, vertrok de RMS Titanic in de haven van Southampton voor haar ‘maiden voyage’ naar New York. Daar zou het ‘veiligste schip ooit gemaakt’ echter nooit aankomen, want in de nacht van 14 op 15 april zonk de Titanic na een botsing met een ijsberg. Meer dan 1.500 mensen kwamen om het leven.

Ruim honderd jaar later proberen wetenschappers nog altijd uit te dokteren hoe zo’n ramp eigenlijk kon gebeuren. Een theorie die erg populair is en al jaren meegaat, stelt dat er in het jaar 1912 ‘door bepaalde zons- of maansverschijnselen uitzonderlijk veel ijsbergen voorkwamen in zeeën en oceanen’. Maar dat klopt niet, stellen onderzoekers van de universiteit van Sheffield nu. ‘Het was zeker geen extreem jaar’, zegt professor Grand Bigg, de leider van het onderzoek. ‘In 1909 waren er zeker meer ijsbergen en in vijf van de tien jaren tussen 1991 en 2000 werden er een pak meer ijsbergen genoteerd dan in 1912.’

Niet dat we u willen afschrikken om ooit nog op een schip te stappen, maar het lijkt erop dat het risico op ijsbergen in de toekomst alleen nog maar groter zal worden. ‘Er komen steeds vaker grotere stukken afgebroken ijskappen in zee terecht. Tegelijk wordt bijvoorbeeld de Noordelijke IJszee steeds vaker gebruikt voor scheepvaart. Het risico zal dus zeker niet kleiner worden’, besluit Bigg.