‘Keuze voor Oosterweeltracé blijft overeind’
Foto: BELGA
Dat er in de financiële analyses van het Oosterweeltracé een lagere marge gehanteerd is voor de ‘niet in te schatten bouwkosten’, heeft alles te maken met het feit dat het tracé beter en meer gedetailleerd uitgewerkt is dan de alternatieven. Maar ook met dezelfde marge blijven de conclusies van de kosten-batenanalyse onverkort overeind. Dat is de reactie van beheersmaatschappij BAM op kritiek van oppositiepartij Groen.

Vlaams parlementslid Björn Rzoska hekelt in De Morgen dat voor het Oosterweeltracé minder ‘niet in te schatten bouwkosten’ zijn aangerekend dan voor de alternatieven: 15 procent tegenover 20 procent. ‘Puur bedrog’, vindt hij,

want het verschil in kostprijs zou bij gelijke inschattingen veel kleiner zijn dan de 300 miljoen euro die door de regering werd voorgesteld. 

Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) reageert verbaasd op die kritiek. Volgens Bojan Cerovic gaat het om een ‘standaardramingsmethode’: ‘Het Oosterweeltracé is simpelweg veel meer uitgewerkt, dus de prijs is beter gekend. Bij de andere tracés zijn er nog veel meer onzekerheden, waardoor vijf procent extra marge is genomen’, verduidelijkt hij.

Volgens Cerovic ook blijven de conclusies overeind: Oosterweel blijft het goedkoopste tracé en in de finale maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) is het verschil zelfs verwaarloosbaar. En daar draait het uiteindelijk om, aldus de BAM-medewerker. Daarin worden ook zaken als winst voor economie en mobiliteit meegeteld. ‘En dan komt het Oosterweeltracé nog steeds 4 miljard beter uit, dat is het relevante cijfer hier’, besluit hij.

Studiebereau Arcadis - dat in opdracht van BAM een financiêle analyse uitvoerde van de verschillende tracés - zit op dezelfde lijn. Luc Hellemans van Arcadis België verduidelijkte dat er bij Oosterweel een lagere marge is gebruikt dan bij Meccano wegens ‘de bandbreedte van onzekerheid’.

Gedifferentieerde tol

Ook het Vlaams Verkeerscentrum concludeerde, in een toelichting in het Vlaams Parlement, dat de keuze van de Vlaamse regering voor het geoptimaliseerde Oosterweeltracé - en dus niet voor het Meccanotracé van de actiegroepen of voor andere alternatieven - overeind blijft.

Het Oosterweeltracé kwam volgens de regering uit de stapel studiewerk naar voor als de beste garantie voor de verkeersveiligheid, de mobiliteit en de leefbaarheid. Maar al snel doken vanuit de actiegroepen en oppositiepartijen berichten op dat de vergelijking tussen de alternatieven op ongelijke basis was gebeurd. Zo was de gedifferentieerde tol in het Oosterweeltracé niet volledig doorgerekend bij de alternatieven. Op vraag van Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits heeft het Vlaams Verkeerscentrum de gedifferentieerde tol nu ook doorgerekend voor het Meccanotracé en het Oosterweel-noordtracé. En het centrum kwam tot de conclusie dat er weinig verschillen zijn in de resultaten van de verschillende tracé. Op een aantal vlakken (bv. snelheid op de Ring of de belasting van de Kennedytunnel) scoort het Oosterweeltracé gewoon ook beter.

René Grispen van het Verkeerscentrum concludeert: ‘De kwalitatieve evaluatie die in het MER-rapport is gemaakt, blijft dus overeind’.

Scenario's door elkaar

Actiegroep stRaten-generaal is het niet eens met al die stellingen. ‘De BAM pikt de kersen uit de rapporten naar gelang het haar goed uitkomt’, stelt Manu Claeys van stRaten-generaal in een persbericht.

Volgens stRaten-generaal worden er scenario’s door elkaar gehaald. De uiteindelijke keuze van de Vlaamse regering voor het scenario ‘Oosterweelverbinding met gedifferentieerde tol’ haalt volgens de actiegroep een kostenbatenresultaat van 10,3 miljard euro. ‘Dat is exact hetzelfde als het scenario van de actiegroepen, met name Meccano met trajectheffing: 10,2 miljard euro’, stelt Manu Claeys.